Dinky toy in een sport voor reuzen

De Nederlandse volleyballers plaatsten zich voor de tweede ronde op het EK Voor de absolute top komen de internationals centimeters tekort Waar zijn de grote mannen uit de Hollandse school gebleven?

Jelte Maan tijdens de EK-wedstrijd tegen Finland, afgelopen vrijdag. foto Reuters

Geen kwaad woord over Jelte Maan. Toch staat deze voorbeeldige sportman model voor de staat waarin het Nederlands volleybalteam verkeert. De aanvaller is ambitieus, wilskrachtig en fanatiek, maar net niet goed genoeg voor de top. Dat openbaarde zich weer eens op het EK in Denemarken, waar Nederland afgelopen weekeinde op de valreep de eerste ronde overleefde.

Dat moeizame begin lag niet aan Maan. De passer-loper deed wat hij moest doen. Hij bracht de bal zo goed mogelijk bij de spelverdeler, verdedigde alsof zijn leven ervan afhing, blokte wat hij kon en probeerde zoveel mogelijk ballen tegen de grond te rossen. Maar juist bij die laatste vaardigheid schiet hij tekort. Vooral vanwege zijn lengte. Maan is 1,90 meter, voor volleybalbegrippen een dinky toy.

Het is een wetmatigheid in het hedendaagse volleybal: aanvallers moeten lengte hebben. Wie centimeters tekort komt, doet internationaal niet mee. Decennia terug konden de kleintjes – naar Japans voorbeeld – hun tekortkoming nog compenseren met voorbeeldig verdedigen. Maar die tijd is voorbij. De atletische, snelle volleyballers zijn bijna letterlijk weggeslagen door bomen van kerels met vuur in hun armen.

Hij mist 10 centimeter

Die ontwikkeling is frustrerend voor types als Maan. Zou de Nederlandse international minimaal tien centimeter langer zijn geweest, dan had hij een paar ballen vaker raak kunnen slaan en een paar extra blokpunten kunnen maken. Dan zou Nederland op het EK waarschijnlijk niet de wedstrijden van Finland (3-1) en Servië (3-2) hebben verloren. En dan zou Nederland gisteren in de laatste groepswedstrijd tegen Slovenië (3-1) niet een Houdini-ontsnapping nodig hebben gehad om de tussenronde te bereiken. Dan had Maan mogelijk in een eerder stadium het verschil kunnen maken.

Maan valt weinig te verwijten. Hij is niet groter en kan niet beter. Bovendien moet de aanvaller opboksen tegen schimmen uit het verleden, toen gevreesde beulen als Ron Zwerver, Guido Görtzen of Reinder Nummerdor op zijn positie speelden.

Waar zijn ze gebleven, die grote mannen uit de Hollandse school van wie voormalig bondscoach Arie Selinger altijd zo hoog opgaf? De Israëlische trainer die de Nederlanders de weg naar het olympisch goud van 1996 in Atlanta wees, prijst de genetische voorsprong van Nederlandse volleyballers. Een land met zo veel lange mannen moet in zijn ogen structureel aan de wereldtop vertoeven.

De werkelijkheid anno 2013 is dat Nederland na 1996 van de berg Olympus is afgedonderd en gedwongen is een aanvaller van 1,90 meter op te stellen. Onderweg werd nog wel een incidenteel succes – Europees kampioen in 1997; vijfde op de Spelen van 2000 – behaald, maar zo goed als destijds is Nederland nooit meer geweest. Nederland is op wereldranglijst afgezakt naar de 33ste plaats.

Afbeulen in krachthonk

Oud-international Ron Zwerver denkt de oorzaak te weten. Het schort aan een goede opleiding én de instelling van de spelers. Zwerver herkent niet meer de volleyballer die hijzelf was. Wie wil zich tegenwoordig nog dagelijks opsluiten in een sporthal om de beste van de wereld te willen worden? Wie wil zich nog afbeulen in het krachthonk om de breedste schouders te krijgen?

Zwerver ziet ze niet meer. En de olympisch kampioen heeft als coach van het Nederlandse talententeam recht van spreken. Hij maakt de nieuwe generatie volleyballers dagelijks mee. Zwerver houdt hoop, omdat de neergang van het Nederlandse volleybal hem pijn doet en omdat de idealist in hem gelooft in verbetering. En als niemand de opleiding tot topspeler op een goede manier ter hand wil nemen, doet Zwerver het maar zelf. Maar het valt hem zwaar, dat laat Zwerver regelmatig in publicaties blijken.

Tijdens het Europees Jeugd Olympisch Festival in Utrecht, afgelopen zomer, werd Zwervers team achtste, achter internationaal laag gerangschikte landen als Turkije, Finland en België. Geen hoopgevend resultaat voor de toekomst. Vertel Zwerver wat. Op korte termijn ziet ook hij geen verbetering. Zwerver denkt dat Nederland pas vanaf 2020 weer internationaal kan meetellen.

Tot die tijd moet het nationale volleybalteam het doen met spelers van het kaliber Maan. Hij is de exponent van een net-niet-generatie. Dat is geen diskwalificatie, maar een vaststelling. Het huidige team, dat door geldgebrek ook nog eens onder leiding staat van een parttime bondscoach (Edwin Benne), kan niet veel beter.

Ja, zo nu en dan, als alles klopt. Zoals vorig jaar toen Nederland de European League won. Of zoals deze zomer toen de ploeg één overwinning tekort kwam om de finale van de World League te halen. En zoals gisteren toen Slovenië werd verslagen op het moment dat het moest. Maar constant op hoog niveau presteren is vooralsnog te veel gevraagd. En dat biedt weinig hoop voor het vervolg van dit EK.