De diagnose wordt preciezer

Ze zijn begonnen, vandaag in Stockholm. Auteurs van het vijfde assessment van het IPCC spreken met vertegenwoordigers van regeringen over de beruchte Summary for Policymakers (hier de vorige). En als het goed is weten we vrijdagochtend, rond een uur of tien, eindelijk hoe het klimaat er voor staat. Zes jaar na het vorige assessment.

Naar aanleiding van de vergadering sprak ik voor NRC Handelsblad met de vicevoorzitter van het VN-klimaatpanel, de Belg Jean-Pascal van Ypersele (vanmiddag in de krant). Hij gaat onder andere in op de crisis bij het IPCC in 2010, toen de blunder over de smeltende gletsjers van de Himalaya aan het licht kwam. Een onderwerp dat ook aan de orde komt in het uitstekende verhaal van Karel Knip in de krant van afgelopen zaterdag over een aantal klimaatrampen die niet zijn gekomen.

Van Ypersele erkent dat de organisatie daarop slecht heeft gereageerd. ,,Ik vind dat we dat veel sneller hadden moeten toegeven” zegt Van Ypersele. ,,Tijd nemen en twijfelen over de vraag of het fout was, was niet goed. Maar we hadden op dat moment eigenlijk helemaal geen procedure om fouten te corrigeren. Nu hebben we daarvoor een protocol. Dat is een van de resultaten van deze periode. Eventuele fouten kunnen nu relatief snel worden geregistreerd en met de auteur worden aangepast en verbeterd.”

Op mijn vraag of het niet vreemd is dat wetenschappers en beleidsmakers samen vergaderen over een wetenschappelijk rapport, zei hij: ,,Ik kan me voorstellen dat die vergadering voor buitenstaanders iets mysterieus heeft. De verdenking kan ontstaan dat regeringen zich bemoeien met de inhoud van de wetenschap. Maar het zijn geen verkiezingen over een wetenschappelijke tekst. Er is een dialoog, maar de wetenschappers hebben het laatste woord.”

Omgekeerd benadrukt Van Ypersele, klimaatwetenschapper aan de universiteit van Leuven, dat de wetenschappers niet op de stoel van de beleidsmakers mogen gaan zitten. ,,Wij schrijven het beleid niet voor. Onze opdracht is wel om ‘beleidsrelevant’ te zijn. […] Er wordt nogal eens beweerd dat het IPCC heeft gezegd dat de gemiddelde temperatuur niet met meer dan 2 graden Celsius mag stijgen. Maar wij hebben dat nooit gezegd. Wel hebben we de risico’s in kaart gebracht als de temperatuur met één graad stijgt, met twee graden of meer.”

Dat Van Ypersele die scheidslijn nauwlettend in de gaten houdt, blijkt als ik hem vraag of er genoeg naar het IPCC wordt geluisterd. Eigenlijk wil hij daarop niet ingaan, want dan lijkt het alsof hij beleidsmakers de les leest. Uiteindelijk waagt hij zich aan de volgende uitspraak: ,,Het is frustrerend dat, zelfs nu de diagnose steeds preciezer wordt, de maatregelen om de planeet te beschermen en ook om ons aan te passen zo langzaam vooruitgang boeken.”