Zeg WA, er is geen tekort aan beta’s

Ik was ’m vergeten, te midden van alle akkoorden die dit kabinet sloot: het Techniekpact. En dus riep ik dinsdag verbaasd naar de televisie ‘Wat is dat nu weer?,’ toen onze koning er tijdens de Troonrede een zin over uitsprak.

De zin was deze: „Het Techniekpact zorgt voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en bestrijdt het tekort aan technisch geschoolde vakmensen.” Het is geen praatje alleen, de overheid trekt honderden miljoenen voor deze doelen uit.

Een tekort aan technisch personeel is een feit des levens waarmee elke tiener van de jaren tachtig is opgegroeid. De ene overheidscampagne na de andere probeerde er iets aan te doen. ‘Kies exact’ was eerst de leus waarmee scholieren werden overgehaald. Daarna peperde het ministerie van Sociale Zaken meisjes in: ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’

Deltaplannen volgden sindsdien op Platformen en Masterplannen, brugklaskampen op basisschoolprojecten en technomiles. De overheid doet al decennia haar best ons aan de technische studies te krijgen. En recentelijk kwam dan eindelijk het eerste succes: er willen nu zo veel studenten aan de technische universiteit Delft studeren dat Delft uit nood een deel van deze enthousiastelingen nee verkoopt en een numerus fixus instelt.

Dat er een tekort is aan technisch geschoolde vakmensen is al zó lang zó waar dat je je niet eens meer afvraagt of het waar is. Maar is het waar?

Niet echt, blijkt uit divers economisch onderzoek. Technisch personeel is best gewild, maar niet uitzonderlijk schaars. De twijfel over het tekort ontstond een jaar of tien geleden al, toen economen zich afvroegen waarom technici niet veel meer verdienen als ze zo schaars zijn. (Andere vraag van mij nu is : waarom blijft lager geschoold technisch personeel hangen in flexcontracten?) De bètapuzzel noemen economen dit fenomeen.

Onderzoeksbureau SEO inventariseerde voor het ministerie van Sociale Zaken de hele kwestie begin dit jaar nog maar een keer en deed een paar opmerkelijke constateringen. Eén: de cijfers van onderzoeksinstituut ROA over het tekort aan technisch personeel worden uit de context gerukt en daardoor nogal overdreven. Twee: slechts de helft van de gediplomeerde technici werkt in een technisch beroep. Er zijn dus meer technici dan de sector aanneemt! Hoezo tekort?

De markt voor technici - hoog- en laagopgeleid - is internationaal. Nederlandse techneuten concurreren op de Nederlandse arbeidsmarkt met techneuten van over de hele wereld. Denk maar aan de bouw, de sector waar de meeste technici werken; daar bieden ook al die vaklieden uit Oost-Europa hun diensten aan. Dat drukt zonder twijfel de lonen. Is het op zo’n markt verstandig nog meer technici op te leiden? En maken we de tekorten in andere sectoren (de zorg bijvoorbeeld) zo niet veel groter?

SEO onderzocht de redenen voor technici om voor een ander dan een technisch beroep te kiezen. Conclusie: de werktijden zijn niet flexibel, en de carrièreperspectieven slecht. Salaris speelde veel minder een rol.

Zo bezien is er geen tekort aan technisch personeel, maar vooral een tekort aan goedkoop, gedwee personeel zonder eisen.

Dus, gewaardeerde mannen en vrouwen in politiek Den Haag (ja, voor je het weet ben je een salonpopulist), als ze nog eens langskomen, die bedrijven, met hun klaagzang over een tekort aan techneuten, waar de overheid nu toch echt eens wat aan moet doen, roep dan heel hard terug: betaal ze dan meer! Doe wat aan je werktijden! Bied carrièremogelijkheden! En zoek het probleem na 30 jaar overheidshulp vooral lekker bij jezelf.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.