Ze zien Cyprus als de poort naar Europa

Steeds meer Chinezen kopen voor 300.000 euro een verblijfsvergunning op Cyprus. De economie knapt ervan op.

Kenny Lui met zijn zoontje in het zwembad bij hun appartement op Cyprus. Foto Marloes de Koning

Kenny Lui, een Chinese miljonair van 37, heeft zijn huiswerk gedaan voor hij een jaar geleden een huis kocht op Cyprus. Hij vindt het hier wel grappig. Het privé-onderwijs is goed, net als het eten. Verder is het een Mediterraan eiland als alle andere.

Wat hem over de streep trok om juist hier ruim drie ton te investeren, is dat hij bij het huis een levenslange verblijfsvergunning kreeg voor het EU-land. Voor hemzelf en zijn gezin.

In Portugal had dat ook gekund, maar dat kost meer dan de 300.000 euro die je in Cyprus mee moet brengen, en de verblijfstitel is daar tijdelijk. Slowakije is goedkoper, somt Lui op, maar daar is het eten vies. Ook Griekenland heeft de immigratiewetgeving veranderd in de hoop op rijke Chinezen.

De Chinezen kunnen dus shoppen. Europese landen met economische problemen bieden tegen elkaar op bij het aanbieden van verblijfsvergunningen. Wie genoeg geld mee brengt, mag de rest van zijn leven blijven. Dat is aantrekkelijk: veel Chinezen vinden de slepende reguliere visumprocedures voor de EU en de ‘Schengen’-vrijreizenzone een groot obstakel. Cyprus zit niet in de Schengenzone, maar wie een Cypriotische verblijfsvergunning heeft, krijgt snel en zonder veel problemen een Schengenvisum.

In augustus 2012 versimpelde Cyprus de procedure om een levenslang visum te krijgen – het land koppelde die aan de verplichting een huis te kopen. Het was een idee van de machtige projectontwikkelaars op het eiland, die sinds het begin van de globale economische crisis in 2008 bijna geen huizen meer verkochten. Sindsdien stromen er honderden Chinezen per maand toe.

Kenny Lui en zijn vrouw zijn deze zomer in hun nieuwe appartement getrokken. De woning, die ruim drie ton kostte, is nieuw en licht, maar met ongeveer negentig vierkante meter niet bovenmatig groot of luxe. Het balkon kijkt uit op het zwembad.

Het maakt deel uit van een nieuw, ommuurd complex van 250 woningen, met conciërge, in Pafos, een stad aan de zuidkust van Cyprus. Vrijwel alle eigenaren zijn buitenlanders. Een kwart Chinees, verder vooral Russen en Britten. Tussen de rijen huizen liggen een zwembad, een sauna en een apotheek. Er is draadloos internet en er komen nog een supermarkt, een bakkerij en een restaurant.

Lui, in een korte broek vol mobiele telefoons die om de haverklap overgaan, is tevreden. „Als een klant uit Duitsland belt met klachten, kan ik nu zo naar hem toe om het af te handelen.” Hij heeft een fabriek in China met tweehonderd werknemers die apparatuur maken om druk te meten, bijvoorbeeld in gasflessen. De meeste productie is voor export naar Europa: Italië, Oostenrijk, Servië. Om vanuit China naar zijn klanten te vliegen moet Lui een visumaanvraag doen die al snel een maand duurt.

Op Cyprus is het onderwijs voor zijn zoontje in het Engels en het eten ‘schoon’, vertelt hij op de bank van een ander Chinees stel dat op hetzelfde complex heeft gekocht, ook succesvolle ondernemers. In China maakt hij zich zorgen om de voedselkwaliteit.

Cyprioten doen niet geheimzinnig over hun motieven. In 2009 begon de economie te krimpen. In 2010 en 2011 was er een klein beetje groei, maar sinds 2012 is de economische crisis onmiskenbaar. „Onze financiële markten doen het niet meer”, zegt Panayiotis Michaelides, marketingdirecteur bij een van de grootste projectontwikkelaars, op zijn kantoor in Pafos. „De Britten en de Russen zijn gestopt met kopen. Grote industrie hebben we niet, alleen diensten en toerisme. We moeten toch iets?”

Andreas Ashiotis, tweede man op het ministerie van Binnenlandse Zaken denkt er net zo over. „We doen dit om werkgelegenheid in de bouw te creëren”, zegt hij. En: „In dit stadium draait het erom over de economische crisis heen te komen. Daarna kunnen we dit herevalueren.”

Behalve Chinezen hebben ook rijken uit het Midden-Oosten en landen als Egypte interesse, vertelt hij op zijn kantoor in Nicosia. Eerder dit jaar zag de regering op Cyprus zich genoodzaakt het paspoort in te trekken van een Syrische miljardair, Rami Maklouf. Hij bleek een neef van president Assad te zijn en te helpen bij het financieren van zijn diens bewind. Hij had zijn paspoort ruim een jaar voor de wetswijziging gekocht. Een staatsburgerschap kopen kon al langer, maar kost een stuk meer dan een verblijfsvergunning. In antwoord op de crisis heeft de regering in mei de prijs voor een paspoort verlaagd van tien naar 5 miljoen euro.

De procedures zijn streng, bezweert Ashiotis. „Cyprus wordt geen haven voor gelukszoekers en criminelen. We zijn geen vlag die je kunt kopen, we proberen alleen onze economische problemen op te lossen.”

Vastgoedfirma Aristo Developers heeft net een grote deal gesloten met een investeringsfonds uit Hongkong, dat 290 miljoen gaat steken in de ontwikkeling van tien vierkante kilometer land aan de kust. Behalve hotels en luxe villa’s komen daarop onder meer twee achttien hole golfbanen.

De meeste huizen die aan Chinezen zijn verkocht, zijn nog niet af of zijn leeg. En dat blijft mogelijk zo. De meeste Chinezen zijn hooguit van plan zo nu en dan op Cyprus te zijn. Niet het huis, maar de verblijfsvergunning en de reismogelijkheden die die biedt geven de doorslag. Cyprus is een springplank naar de rest van Europa.

De Chinezen die zich laten lokken, zijn merendeels jonge mensen. Geslaagde ondernemers die minimaal twee miljoen euro bezitten, anders zouden ze de ruim drie ton die dit avontuur hen kost niet kunnen missen, rekent Kenny Lui voor.

Een heel ander slag dan wat Europeanen van Chinezen gewend zijn, zegt hij.Het stoort hem dat Cyprus de arbeidsmarkt afschermt voor Chinezen en hen niet zomaar laat werken. „Ik heb geen enkele intentie om hier mensen van de arbeidsmarkt te verdringen en borden te wassen. Dat was de generatie van onze ouders.”