Weg met medische intuïtie

Ooit was hij een gevierd neuroloog. Totdat aan het licht kwam dat dokter Jansen in zijn ziekenhuis een spoor van ellende had getrokken. Zijn patiënten dachten aan alzheimer, parkinson of multiple sclerose te lijden. Op advies van Jansen slikten ze zware medicijnen en ondergingen ze intensieve behandelingen. Later bleek dat Jansen er met zijn diagnoses crimineel vaak naast had gezeten.

Ik heb een aantal ex-patiënten van Jansen geïnterviewd. Wat me interesseerde was hoe ze zich hadden ontworsteld aan hun illusoire ziekten. Dus stel, en zo was het ongeveer gegaan, dat de specialist je verzekert dat je in het ravijn van de dementiële aftakeling bent gedonderd. Maanden later ga je op controle bij zijn collega. Die zegt: de andere dokter had het mis; u bent kerngezond. Geloof je de nieuwe dokter dan? Je hebt zelf gemerkt dat je steeds vaker dingen vergeet. Je hebt je baan opgezegd, je huis verkocht en je rijbewijs ingeleverd. Je familieleden vonden dat ook heel verstandig. En dus twijfel je hevig aan het goede nieuws. De ex-patiënten van Jansen vertelden me inderdaad dat ze sneller zijn foute diagnose hadden geaccepteerd dan dat ze er weer afscheid van hadden kunnen nemen.

Er was iets in hun verhalen dat me trof. Ze schilderden Jansen niet af als een horkerige freak. Integendeel. Hij was knap en had charisma. Hij boezemde vertrouwen in. Hij nam de tijd. Daarom geloofden ze hem op zijn woord toen hij met zijn onheilstijding kwam.

In een interview met deze krant, op 20 oktober 2009, legde Jansen uit hoe het zo verschrikkelijk uit de hand had kunnen lopen. Jaren terug had hij aan een verkeersongeluk pijnklachten overgehouden en daarom was hij verslaafd geraakt aan medicijnen. Vanaf toen zou hij rommelig zijn gaan werken. Het verhaal overtuigt niet. Want slordige dokters zullen aandoeningen eerder over het hoofd zien dan dat ze die ten onrechte bij hun patiënten gaan vaststellen.

Ergens in het traject moet Jansen zijn gaan geloven dat hij over een feilloos timmermansoog beschikte. Hij moet hebben gedacht dat hij het zonder aanvullend onderzoek kon stellen. Een hersenscan laten maken en allerlei tests afnemen bij je patiënt is immers een hoop gedoe. En wat als dat aanvullend onderzoek je intuïtieve diagnose tegenspreekt? Wie heeft er dan gelijk? Jansen zal hebben gemeend dat hij het altijd bij het rechte eind had.

Het idee van medische superintuïtie spreekt tot de verbeelding. Het schuurt dicht aan tegen de voorstelling die leken zich maken van de wonderdokter. Het is de dokter die in één oogopslag ziet wat er aan scheelt. De Groningse hoogleraar psychologie Douwe Draaisma beschrijft in zijn Ontregelde Geesten (2006) hoe de Londense huisarts James Parkinson in een flits het prototype zag van de later naar hem vernoemde aandoening. Parkinson liep over straat en zijn blik viel op een oudere zeeman die zich op een vreemde manier voortbewoog. Zijn intuïtie zei hem dat het een speciale aandoening moest zijn. Die observatie stond aan het begin van de ontdekking van de ziekte van Parkinson. Draaisma’s boek staat vol met zulke staaltjes van trefzeker instinct. Maar zijn voorbeelden gaan over medische pioniers en hun wetenschappelijk onderzoek. Niet over gewone dokters in een perifeer ziekenhuis.

Er zijn dokters die vinden dat medische intuïtie moet worden aangemoedigd. Het zou medici helpen bij het nemen van de juiste beslissingen. Nonsens. De casus Jansen illustreert nu juist hoe desastreus het kan uitpakken als dokters pontificaal op hun niet-pluis-detector gaan leunen. Jansen is niet alleen. Begin dit jaar was er het geval van de Brabantse neuroloog die het aan de stok kreeg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De inspectie vond dat de specialist te vaak bij zijn patiënten het lichamelijke onderzoek achterwege had gelaten en hen zodoende met verkeerde diagnoses en overbodige behandelingen had opgezadeld. Je kan ook zeggen: de dokter voer op het kompas van zijn intuïtie.

Dokters hun intuïtie afpakken kan natuurlijk niet. Die intuïtie disciplineren kan wél. En het werkt. Neem de patiënten die duizelig zijn en zich bij de spoedeisende hulp melden. Als dokters enkel op hun intuïtie afgaan, zitten ze er vaak naast. Ze denken ten onrechte dat de patiënt een herseninfarct heeft. Of ze zien zo’n infarct juist over het hoofd. Maar als de dokters hun intuïtie opschorten en eerst bij de patiënt drie simpele bedside-tests doen, neemt hun diagnostische precisie indrukwekkende vormen aan. Dan halen ze alle gevallen met een infarct er uit en stellen bij slechts een miniem percentage van gezonde duizelaars een foute diagnose.

Dokter Jansen heeft inmiddels een strafzaak aan zijn broek. Over een paar weken buigt de Almelose rechtbank zich over zijn geval. Jansen heeft laten weten dat hij present zal zijn. Het is zijn laatste kans om ex-patiënten in de ogen te kijken en uit te leggen waarom hij zo graag een wonderdokter wilde zijn.