Verstrikt in een dodelijk web

Ex-volleybalster Ingrid Visser en haar partner werden half mei in Spanje vermoord. De zaak komt nu voor de rechter.

De plek waar Lodewijk Severein en zijn partnerIngrid Visser werden gevonden: de citroenboomgaard bij Alquerías, een dorp in de buurt van de Zuid-Spaanse stad Murcia. Foto’s ANP

Lodewijk Severein heeft haast. Het is eind januari 2013 en de BV die hij met zijn Spaanse zakenpartner Juan Cuenca op Gibraltar wil oprichten, is nog steeds niet geregistreerd. De Britse kolonie in Zuid-Spanje, geliefd vanwege zijn geringe belastingdruk, vraagt om almaar meer documenten. Severein stuurt deze per ommekeer op aan de advocaat die hij en Cuenca hiervoor in de arm hebben genomen. Per mail spoort hij zijn partner aan de boel in orde te maken. „Ik wacht op mijn schema voor volgende week!”

De zaken tussen Cuenca en Severein verlopen al enige tijd stroef. Maar ruim drie maanden later zullen ze dramatisch ontsporen. Tijdens een bezoek aan Murcia, half mei, worden Severein en zijn partner, oud-topvolleybalster Ingrid Visser door Cuenca naar een vakantievilla gelokt. Daar houdt hun goede kennis hen vast en laat ze ombrengen door twee ingehuurde Roemenen. Hun lichamen worden begraven in een citroenboomgaard.

Dat een zakelijk conflict ten grondslag heeft gelegen aan de moordpartij, blijkt uit e-mails en andere documenten uit het strafdossier, waarover deze krant beschikt. Ze tonen hoe de twee Nederlanders verstrikt raken in een schimmig web van schuldeisers, geldschieters en amateurcriminelen. Een web waarin spil Juan Cuenca, als zijn bedrog dreigt uit te komen, geen andere uitweg meer ziet dan moord. Maandag en dinsdag zal deze puzzel verder worden opgelost, als alle zes verdachten voor de rechtbank gehoord worden.

Tijdens haar eerste seizoenen bij CAV Murcia trekt Ingrid Visser veel met Juan Cuenca op. De manager en boekhouder bij de inmiddels failliete volleybalclub beheerst – in tegenstelling tot veel landgenoten – het Engels. Severein en Visser, die nog niet goed Spaans spreken, vinden hem aangenaam gezelschap. Ze worden regelmatig met hem gezien.

Tegelijkertijd toont Cuenca zich een onbetrouwbaar boekhouder. Ruim voordat de club in 2011 bankroet gaat, worden rekeningen en lonen niet betaald. Cuenca’s beloftes blijken doorgaans boterzacht. De ene schuld vereffent hij door een andere aan te gaan. Het type ritselaar dat morgen wel weer verder ziet.

Visser komt naar CAV Murcia vanwege het geld dat er in wordt ingepompt door preses en eigenaar Evedasto Lifante. De bouwondernemer geeft miljoenen uit aan spelerssalarissen en laat de club doorstoten tot de Europese volleybaltop. Er worden landstitels en Europese bekers gewonnen. Maar na het uiteenspatten van de huizenzeepbel in Spanje, valt ook de club om, een spoor van openstaande rekeningen achterlatend. Ook Visser claimt bij de club nog 240.000 euro loon.

Deze schuld lijkt het vertrekpunt te vormen voor de zakendeal met Cuenca. Severein, die een miljoenenvermogen overhield aan de verkoop van zijn internetbedrijf, zou hopen met de deal en passant Vissers achterstallig salaris te innen.

Dit blijkt onder meer uit een soort organogram dat Severein voor zijn dood tekent in een kladblok. Hierop lopen lijntjes en pijlen tussen omcirkelde personen en bedrijven. Centraal staat de marmergroeve van Evedasto Lifante, de ex-preses. Severein zelf lijkt er in mails van overtuigd dat deze mijn reeds als onderpand is gegeven voor een lening van Russen, die hun geld terugwillen. Vandaar de haast. Dit kan echter ook een verzinsel van Cuenca zijn geweest.

Doel lijkt in ieder geval deze mijn met bankgaranties en leningen aan te kopen en door te verkopen aan buitenlandse, kapitaalkrachtige investeerders. Met de opbrengst kunnen enkele schuldeisers, onder wie Visser, worden afbetaald. De rest van het geld kan weg gesluisd naar Gibraltar en de Maagdeneilanden. Er staan grote bedragen bij de pijltjes: miljoenen en tonnen.

Slachtoffer

Evedasto Lifante, die als verdachte betrokkene is aangemerkt maar van de onderzoeksrechter nog op vrije voeten mag blijven, stelt dat hij geen dader is. Hij was zelf potentieel slachtoffer, vertelt hij over de telefoon. Hij weet dit, omdat in de woning van een van de Roemenen ook een foto van hem is gevonden. „Cuenca wilde ook mij laten vermoorden.” Dit om makkelijker met de groeve aan de haal te kunnen gaan. „Sinds ik met Cuenca ruzie kreeg, probeert hij die achter mijn rug te verkopen.”

Lifante zet de politie tijdens de zoektocht op het spoor van Cuenca. Die wordt gehoord op 19 en 20 mei – als de twee Nederlanders al een kleine week dood zijn. Cuenca laat tegenover de rechercheurs allerlei namen vallen van mensen met wie Severein zaken zou doen. Ook zegt hij dat de Nederlander hem in februari een vuurwapen heeft gevraagd. Hij toont de politie een mail die Severein hem op 8 februari stuurt. Dit bevat alleen een plaatje en de tekst: ,,Nice, Walther P5 (-:”

In een ander ballonnetje in Severeins schets staat ‘belastinginspecteur Murcia’. Dit lijkt nagenoeg zeker te verwijzen naar Serafín de Alba, die naast Cuenca en de Roemenen ook vastzit. Zijn dochter Laura speelde in het seizoen 2010/11 als jonge reservespeler mee in het team van Visser. Maar hij duikt als eerste op in het onderzoek als eigenaar van de citroenboomgaard waar de lichamen worden gevonden. Direct na de vondst hoort de politie hem dan ook. Eerst als getuige, maar half juli gelast de onderzoeksrechter zijn arrestatie.

De autoriteiten vermoeden dat De Alba, een gepensioneerde belastingman, Cuenca en Severein fiscaal advies gaf. Hij zou hen hebben aangeraden een brievenbusfirma op Gibraltar te openen. Deze bv, ‘Granmar Stone Trade Limited’, wordt eind februari ingeschreven in het handelsregister. Ook zou hij hun een advocaat met de initialen F.A.E. hebben aangeraden om de registratie voor hen te regelen.

Of Serafín de Alba ook een rol speelt bij de moord is nog onduidelijk. Na zijn arrestatie vertelt hij de politie hoe Cuenca op 15 mei bij hem voor de deur staat met een auto. Hierin ziet hij twee zwarte vuilnisbakken, twee motorzagen en een bijl. Hoewel de auto „erg stinkt”, vraagt hij niet wat deze vervoert. En als de mannen die Cuenca bij zich heeft een kuil in zijn boomgaard beginnen te delven, heeft hij naar eigen zeggen „niet door dat ze iets begraven”. Als Visser en Severein vervolgens vermist blijken, trekt De Alba niet aan de bel, terwijl hij weet dat de zaken met Cuenca stroef verliepen.

De Alba wordt bovendien genoemd door de enige vrouwelijke verdachte in de zaak, Rosa María Vázquez. Zij is een kennis van Juan Cuenca, sinds ze een appartement aan de volleybalclub verhuurde. Ook zij kent hem als onbetrouwbaar figuur. Vázquez heeft nog twaalf maanden huur te goed, maar ondanks allerlei beloftes betaalt Cuenca deze almaar niet.

Begin mei benadert Cuenca haar met het verzoek een vakantiehuisje voor hem te regelen. Hij wil hier „buitenlandse investeerders” ontvangen. Als de grote deal met hen rondkomt, kan hij ook haar afbetalen, belooft hij. Daarnaast vraagt hij vuilniszakken, schoonmaakspullen en ongebluste kalk te kopen en of ze een cirkelzaag heeft. Dit allemaal in de dagen voordat Severein en Visser in Murcia zullen landen.

Het is ene ‘Serafín’ die Vázquez uiteindelijk het cash geld overhandigt voor het vakantiehuisje. Later wordt ze door Cuenca ingeschakeld om Visser en Severein in het centrum van Murcia op te pikken. Het komt haar slecht uit – ze heeft haar twee kinderen bij zich – maar stemt toch in. Severein neemt plaats op de bijrijderstoel en Visser wurmt zich op de achterbank tussen de kinderen. Vázquez zet ze af bij het huisje.

Als ze een paar dagen later de verdwijning van de twee Nederlanders op het nieuws ziet, raakt ze in paniek. De vrouw vlucht met haar kinderen naar Zamora, aan de andere kant van Spanje, waar haar man werk heeft. Hier doet ze op vrijdag 25 mei aangifte bij de politie. Datzelfde weekend nog worden Cuenca en de Roemenen opgepakt en de lichamen gevonden.