‘Verbondenheid ervaren is de essentie van geluk’

Jan van Hooff is emeritus hoogleraar gedragsbiologie. Hij groeide op in Burgers’ Zoo.

Foto Maurice Boyer

Ontspannen

„Mijn kinderen moeten er altijd om lachen. Wij hebben een mooie vijver in de tuin. Als het regent, sleep ik een tuinstoel naar de vijver, doe een regenpak aan en ga zitten kijken hoe de regendruppels op de vijver terechtkomen. Ik kan daar helemaal in opgaan, de gewaarwording van zo’n natuurverschijnsel. Alle aspecten vind ik mooi. Ik ben het gelukkigst in de natuur, kan ook makkelijk in mijn dooie eentje door de natuur zwerven en filosoferen. Alle theorieën uit de biologie komen dan tot leven. Tegelijkertijd besef je dat we nog maar een fractie snappen van hoe de aarde functioneert.”

Keuzes

„Ik vraag me wel eens af of mijn leven anders had kunnen lopen. Wat was toeval en wat was onontkoombaar? Mijn ouders runden Burgers’ Zoo, ik groeide op tussen de dieren. De keus voor een studie biologie was dus vanzelfsprekend. Toen mijn vader invalide werd, begin jaren 60, had mijn moeder hulp nodig met de dierentuin. Dat werd mijn broer Antoon. Ik studeerde in Engeland, ze vonden dat ik bijna bij de eindstreep was. Toen ik daarna nadrukkelijk koos voor promoveren, betekende het dat ik de mogelijkheid afsneed om mede het dierenpark te runnen. Ik heb daar geen spijt van gehad.”

Aapjes

„Mijn vrouw en ik moesten soms dieren in huis opnemen die door hun eigen moeder niet werden geaccepteerd. Die kregen ook gewoon een schone luier aan en speelden in de box, samen met de kinderen. En als we gingen fietsen zat er vaak een chimp in het kinderstoeltje. Daar kijken we nu wel met gemengde gevoelens op terug. Omdat we ook op televisie te zien waren, wilde iedereen opeens gezellig een aapje in huis. Om dat te ontmoedigen hebben we in de laatste aflevering expres vazen op de grond gegooid en tweedehandsvitrage aan stukken gescheurd. Alles om te laten zien dat apen thuis volslagen onhoudbaar zijn.”

Wetenschap

„Ik was onder de indruk van Darwin. Die betoogde dat ook de geestelijke kenmerken van dieren een product zijn van de evolutie, en dat wordt zichtbaar in het gedrag. Door onderzoek kom je erachter wat hen drijft. Ik durfde uiteindelijk niet meer naar de chimpansees te kijken in de dierentuin. Zo met z’n tweeën in een kooi, dat is niet natuurlijk voor die hoogsociale wezens. Daarom stichtten we de Arnhemse chimpanseekolonie. Die is wereldberoemd geworden. Maar ik wil daarin niet pedant zijn, wetenschap ontwikkelt zich in een netwerk, je hoopt uiteindelijk dat je daarin iets wezenlijks hebt bijgedragen.”

Somberen

„Een gorillahandje is een delicatesse in Afrika, apenvlees zie je daar overal op de markt. Hoe stop je dat? Er zijn mensen die denken dat het uitsterven van de mensapen toch niet te voorkomen is. Dan denk ik: potverdorie, wij zouden dat moeten kunnen bepalen, want wij doen het. Daar kan ik somber van worden. Het gaat om onze broertjes en zusjes in het dierenrijk, het zijn onvervangbare natuurschatten. Heel cynisch gezegd: mocht de Mona Lisa verloren gaan, dan kun je die naschilderen. Het zal niet de echte zijn, maar hij kan vrijwel identiek zijn. Een chimpansee kunnen we nooit reconstrueren als die uitgestorven is.”

Vertellen

„Met elkaar belevingen en kennis delen. Dat is het meest wezenlijke kenmerk van de menselijke soort. Verbondenheid ervaren met anderen is voor mij de essentie van geluk. Daarom geef ik ook zo graag onderwijs. Dat wordt in wetenschappelijk kring niet altijd erkend, je wordt afgerekend op onderzoekprestaties en niet op of je studenten hebt gemotiveerd. Toch herinnert iedereen zich de docent bij wie je aan je bank gekluisterd zat. Nog steeds hoor ik van dierenartsen terug dat ze mijn colleges een hoogtepunt vonden. Ik hield van vertellen, was er ook goed in. Dat heb ik van mijn vader, hij was ook een echte verhalenverteller.”

Toekomst

„Het verschijnsel leven is me gaan boeien. Niet alleen de mechanistische verklaring, maar ook het ervaren van leven als een samenhangend geheel. Ik ben niet bang om dood te gaan. Zelfs fysieke handicaps zou ik niet erg vinden, want dan kan ik alsnog bij die vijver zitten peinzen. Ik zou het wel heel vervelend vinden als het begrip mij gaat ontglippen. Mijn hersens blijven niet hetzelfde, dat is onontkoombaar. Maar ik wil me blijven verwonderen over het leven. Blijven weten hoe de kosmos werkt. En, oh, wat zou ik graag meemaken hoe onze wereld er over een miljoen jaar uitziet.”