Overheid aansprakelijk, dat is duur

Het kabinet bezuinigt op de rechtsbijstand. Maar die besparingen worden teniet gedaan door de immuniteit van de overheid op te heffen. Kwestie van vestzak/broekzak, meent Michiel Kuyp.

Na de vuurwerkramp in Enschede, 13 oktober, 2000 Foto ANP

Op 12 juli 2013 kondigde staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) aan fors te willen snijden in de kosten van rechtsbijstand. Niet enkel door de tarieven van de sociale advocatuur te verlagen, maar ook door het invoeren van een poortwachter (Juridisch Loket) die zal waken over gevallen waarin rechtsbijstand mag worden vergoed. De burger zal meer zaken zelf moeten oplossen, is het idee.

Amper een maand eerder stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel dat regelt dat publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevenden niet langer strafrechtelijke immuniteit genieten. Hoewel de huidige wetgeving al niet uitsluit dat overheden worden vervolgd, heeft de Hoge Raad dat zo beperkt dat enkel lagere overheden kunnen worden vervolgd voor alleen niet-typische overheidszaken.

Al vele jaren woedt de discussie om aan deze praktijk een einde te maken.

Voorstanders van het wetsvoorstel menen dat strafrechtelijke overheidsaansprakelijkheid recht doet aan het gelijkheidsbeginsel en ook dat het de geloofwaardigheid en de legitimiteit van het overheidsoptreden bevordert.

Daarnaast lijken de voorstanders met Europese wind in de rug te fietsen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vindt dat de individuele burger recht heeft op effectieve vervolging en bestraffing, ook wanneer het de overheid of haar bewindspersonen betreft. Daartegenover staat dat dit Hof zich tot op heden niet heeft uitgesproken over algehele opheffing van immuniteit van overheden.

Tegenstanders menen dat de Staat een verplichte rol vervult in de samenleving, waaraan hij zich niet kan onttrekken en dat bestraffing van de Staat een lege huls is, omdat een geldboete niet meer is dan betaling door de Staat aan de Staat: vestzak/broekzak dus. Ten slotte wordt de ene minister verantwoordelijk voor de vervolging van de andere minister, hetgeen tot ongewenst gekissebis kan leiden binnen het kabinet.

Uit het Kamerdebat blijkt niet of politici zich hebben gerealiseerd wat invoering van dit dogmatisch mooie voorstel kost. In met name , die al dan niet een vergunning heeft verleend of (gebrekkig) toezicht heeft gehouden. Denk bijvoorbeeld aan de vuurwerkramp of de Volendamse cafébrand.

Of wie is verantwoordelijk voor de dood van een verkeersslachtoffer op een onoverzichtelijk kruispunt? En is de staatssecretaris niet zelf een oplichter omdat hij mensen met een aanhanger of een caravan op de A2 bekeurt, wetende dat het controlesysteem niet juist werkt? In al deze zaken zal de burger aangifte kunnen doen tegen de overheid.

De Staat zal in ieder geval baat hebben bij een team van uitstekende strafrechtadvocaten, niet op de laatste plaats omdat slachtoffers van misdrijven dankzij de overheid een steeds steviger positie binnen het strafproces verwerven. Zo hebben zij onder meer recht op processtukken, mogen zij spreken in de rechtszaal en moet de officier van justitie hen – zo staat in de wet - correct bejegenen.

Ook een schadeclaim van een slachtoffer kan door de strafrechter veel eenvoudiger worden toegewezen dan door de civiele rechter. Slachtoffers zijn bovendien geen griffierechten verschuldigd.

De Staat zal dus moeten gaan betalen om zichzelf te laten opsporen, vervolgen, berechten en verdedigen. De afgelopen jaren betaalde de Staat een lieve 18 miljoen euro per jaar aan honorarium aan het kantoor van de Landsadvocaat. De kachel zal daar voorlopig goed blijven branden.

Het geld dat bespaard wordt door de bezuinigingen op gefinancierde rechtsbijstand, kan onmiddellijk worden besteed aan deze nieuwe noodzakelijke vervolging, berechting en bijstand van de overheid en kan daarmee weer uit de broekzak in de vestzak.