Nieuwe Tartt opent explosief. Is dit haar beste roman?

Maandag verschijnt hij officieel, de langverwachte nieuwe roman van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt. Recensent Rob van Essen las ‘Het putterje’ al. ‘Tartt is weer sterk in tergend langzame scenes.’

Na twee ‘literaire supernova’s’, haar debuut De verborgen geschiedenis (1992) en De kleine vriend (2002), verschijnt aanstaande maandag Tartts derde en langverwachte roman: Het puttertje. ‘De verwachtingen zijn hooggespannen’, schrijft Rob van Essen vandaag in zijn recensie van Tartts nieuwe roman in NRC Handelsblad.

Het puttertje begint goed, schrijft Van Essen:

“Met een Amerikaan in een hotelkamer in Amsterdam. Het is kerst, hij is dagen niet naar buiten geweest, om hem heen liggen kranten waarin wordt geschreven over een moord waarbij hij blijkbaar is betrokken. Theo Decker heet de Amerikaan, hij is de verteller van de roman en neemt ons vanuit zijn hotelkamer mee naar de dag in New York, veertien jaar geleden, waarop zijn moeder stierf. Hij is dertien, en vlucht met zijn moeder een museum binnen om aan de regen te ontkomen. Terwijl ze een tentoonstelling over Hollandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw bekijken, ontploft er in de museumwinkel een bom.”

De passage die daarop volgt is prachtig, schrijft Van Essen:

“Hoe de gedesoriënteerde Theo bijkomt tussen de puinhopen, hoe hij een vervreemdend gesprek heeft met een stervende oude man, hoe hij door een misverstand een klein schilderij mee naar buiten neemt – het wordt door Tartt beschreven in een hallucinante passage, die pagina’s lang doorgaat zonder dat de spanning inzakt. Zoals ze al in De kleine vriend bewees, is Tartt erg goed in dergelijke tergend langzame scènes.”

Daaraan voegt Van Essen toe:

“Terwijl Theo het museum uit wankelt, denk je dat dit wel eens Tartts beste boek zou kunnen zijn.”

Er gebeurt vervolgens genoeg in Het puttertje.

“De moederloze Theo wordt opgevangen door de stinkend rijke ouders van een schoolvriendje, tot opeens zijn vader opduikt en hem meeneemt naar Las Vegas. Daar ontmoet Theo de Oekraïner Boris, die een grote rol in zijn leven zal gaan spelen, ook wanneer hij terugkeert naar New York. En al die tijd blijft Theo in het bezit van het schilderijtje dat hij uit het museum heeft meegenomen, Het puttertje van Carel Fabritius, uit 1654. Uiteindelijk zal het hem naar die hotelkamer in Amsterdam leiden.”

Maar groeit Het puttertje ook, zoals Van Essen suggereert, uit tot Tartts beste roman? Lees de hele recensie, met het definitieve oordeel van Van Essen, in de zaterdagkrant van NRC Handelblad.