Krijgsmacht heeft behoefte aan houvast, niet aan de JSF

Ooit waren omvang en taken van de krijgsmacht gekoppeld aan het heersende dreigingsbeeld. De laatste decennia, zeker na de val van de Muur, is het krimpende budget een steeds grotere rol gaan spelen bij het definiëren van het doel van de krijgsmacht. En nu is het een jachtvliegtuig dat allesbepalend is voor het antwoord op de vraag wat voor defensie Nederland wil. Een typisch geval van de omgekeerde weg; een beweging die niet snel geassocieerd wordt met militairen.

Het zijn dan ook geen militairen die eerstverantwoordelijk zijn voor het beleidsmatige doolhof dat inmiddels rondom de Nederlandse defensie is ontstaan, maar – zoals het trouwens hoort – politici. Het is hun keuzeprobleem waardoor deze week samen met de Prinsjesdagstukken de zoveelste visie op de Nederlandse krijgsmacht is verschenen. In Nederland kan het begrip leger op papier zo langzamerhand wel heel erg letterlijk worden genomen.

In 1993 zette de Prioriteitennota van minister Ter Beek (PvdA) de koers uit voor een krijgsmacht zonder Koude Oorlog. Daarna volgden nog talloze nota’s en beleidsbrieven met bijstellingen en aanpassingen. Minder geld was de constante lijn in al deze stukken. Het aandeel van de defensie-uitgaven dat in 1990 nog 9 procent van de overheidsuitgaven bedroeg, was twintig jaar later teruggelopen tot 5 procent. Als percentage van het bruto nationaal product zijn de uitgaven geslonken van 2,7 in 1990 naar 1,3 procent in 2011. De NAVO-norm is 2 procent, een cijfer waar overigens alle landen van het bondgenootschap met uitzondering van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk onder zitten.

Drie jaar geleden probeerde minister Van Middelkoop (ChristenUnie) met de notitie Verkenningen eindelijk de zo gewenste beleidsmatige rust te brengen. De krijgsmacht had „houvast” nodig voor de lange termijn en hier ook „recht” op, aldus de minister. Het was zelfs „de plicht van de politiek dit houvast te bieden”. Het beloofde houvast duurde niet langer dan dertien maanden. Toen was het Van Middelkoops opvolger Hillen (CDA) die kwam met de notitie Defensie na de kredietcrisis waarin voor nog eens 1 miljard euro aan bezuinigingen op de krijgsmacht werden aangekondigd.

In het belang van Nederland heet de jongste defensienota die minister Hennis-Plasschaert (VVD) nu heeft uitgebracht. ‘Defensie na de aanschaf van de JSF’ was een betere naam geweest. Want afgezien van de nieuwe bezuiniging van 350 miljoen euro die wordt aangekondigd, staat de nota vooral in het teken van de gevolgen voor het totale defensiebudget van de keuze voor de Joint Strike Fighter als opvolger van de F-16. Door de doelstellingen met betrekking tot de inzetbaarheid te verlagen, kan de Nederlandse krijgsmacht alles blijven doen. Anders gezegd: Nederland zal straks nog overal aan meedoen, alleen minder en korter. Maar de krijgsmacht beschikt dan wel over de zo veelbesproken JSF.

Onduidelijk blijft waarop het vertrouwen van de minister dat het allemaal valt in te passen, is gebaseerd. De Algemene Rekenkamer heeft hier in haar donderdag gepresenteerde rapport in elk geval weinig fiducie in. Ambities en mogelijkheden zijn nog altijd niet in balans, stelt het rapport. Dat komt ervan als een doelredenering met de JSF als referentiepunt wordt gehanteerd.

De kernvraag blijft of Nederland een veelzijdige en tevens ruim inzetbare krijgsmacht wil, dan wel een allesoverheersende hypergeavanceerde JSF waarvan het getuige de aanhoudende berichten uit de Verenigde Staten nog altijd onzeker is of dit toestel de gewekte verwachtingen kan waarmaken.

Met de JSF kan de krijgsmacht zich manifesteren als een vliegende interventiemacht op het hoogste niveau van het geweldsspectrum. Maar is dit een primaire taak voor een klein land als Nederland? Aan de in de Grondwet vastgelegde bevordering van de internationale rechtsorde kan ook worden voldaan door een krijgsmacht met bescheidener middelen. Met als bijkomend voordeel dat een minder door financiële tegenvallers geplaagde brede krijgsmacht dan tevens langer en meer internationaal aanwezig kan zijn.