Kom eens fijn participeren in de maatschappij

Niet iedereen is geschikt om zijn naaste te helpen. Maar er zijn veel mensen die het willen.

Een alleenstaande man. Werkloos, veel schulden, drinkt net iets te veel, verzorgt zichzelf slecht. Woont in een tweekamerflat in een slechte buurt. Voelt zich somber en eenzaam. Tegen die man zeg je: Kom jij eens lekker participeren in de samenleving.

Het voorbeeld komt van Hans Notenboom. Het antwoord ook: ‘Gaat niet lukken.’

Hans Notenboom is afdelingsmanager van de Welzijnsstichting DOCK, actief in Rotterdam, Amsterdam en Haarlem. Hij is helemaal niet somber over de participatiesamenleving, een begrip dat sinds de Troonrede trending is. Die omslag naar meer zelf doen en minder laten doen, hebben ze bij DOCK allang gemaakt.

De zorgsamenleving is al jaren passé. De participatiesamenleving is hot, al is de wereld achter het begrip in beweging. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd er participeren op de arbeidsmarkt mee bedoeld, zegt hoogleraar sociologie Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit. „Toen hadden te veel mensen een uitkering en moesten er meer, vooral de vrouwen, aan het werk.”

Nu betekent het: zorgen voor elkaar zodat de overheid dat niet hoeft te doen. Engbersen vond het eigenlijk wel grappig dat juist het kabinet van sociaal-democraten en liberalen zo pontificaal komt aanzetten met een begrip van het CDA. „Het leek even alsof Balkenende weer terug was.” Ook hij was verbaasd dat het als ‘nieuw’ werd gepresenteerd. „We zijn al jaren afscheid aan het nemen van de verzorgingsstaat. Maar we moeten het ook niet mooier maken dan het is. Het is ook een mooi woord om de bezuinigingen mee te maskeren.”

Niks mis met participeren, zegt Engbersen. „Burgers kunnen veel zelf regelen.” En dat gebeurt al in hoge mate, zegt hij. „Je staat versteld van het aantal vrijwilligers- en maatjesprojecten. Het aantal mantelzorgers in Nederland is zeer hoog.” Maar er is ook een grens aan de participatiesamenleving. „Een grote groep burgers zal de zorg voor zichzelf prima kunnen regelen. Een kleinere groep kwetsbare mensen, zonder sociaal netwerk, is daartoe echter niet in staat. Zij zijn meer dan ooit de klos.”

Onderzoek van het TNS Nipo geeft hem gelijk. Een ruime meerderheid van de Nederlandse burgers is bereid iets te doen. Op bezoek gaan bij hulpbehoevende of eenzame buren of zorgen voor familieleden die geen professionele zorg krijgen, wil een flink deel van de Nederlanders best doen, schrijven de onderzoekers. En het deel dat het wil doen is ruim groter dan het deel dat het nu al doet. Zie hier de groeipotentie voor de ‘zelfredzaamheid’.

Hoogopgeleid en goed inkomen betekent niet perse actief. Actievelingen kunnen veel of weinig geld hebben, beide categorieën komen voor, blijkt uit het onderzoek van TNS Nipo. Beide groepen zijn grofweg veertig procent van de bevolking. ‘Welgesteld en inactief’ (ongeveer tien procent) bestaat ook. Dat zijn werkende tweeverdieners met of zonder kinderen die genoeg hebben aan zichzelf.

Weinig geld en inactief komt ook voor. Geen netwerk. Dat zijn de mensen die Hans Notenboom ziet. Met een Bas van der Heijden-tas vol onbetaalde rekeningen. Die mensen, zegt Notenboom, moet je niet verplichten iets te gaan doen. „Als je vraagt om te helpen, zeggen ze vaak ‘ja’. Ze vergroten daarmee hun netwerk en krijgen meer zelfvertrouwen. Daarmee kunnen ze ook beter hun eigen leven op orde krijgen. Wij helpen, zij doen het.”

Bij DOCK worden de zware problemen aangepakt door professionals, de lichtere door vrijwilligers. Een professional helpt een vrouw met twee blauw geslagen ogen. Bij het ordenen van de rekeningen uit de plastic tas helpt een vrijwilliger. ‘Blended dienstverlening’ noemen ze dat. De participatiesamenleving in optima forma. En niet eens zo moeilijk. „Er zijn zoveel mensen met tijd”, zegt Notenboom. „Die zich vervelen, die zich nuttig willen voelen.”