JSF: toys for boys of een kaartje aan wereldtafel?

Ook de beslissing om voor de opvolging van de F-16 straaljager definitief te kiezen voor de joint strike fighter F-35 was al uitgelekt. Aan het zicht onttrokken door een wolk van participatie-bezuinigingen landde het besluit op Prinsjesdag vrijwel ongezien aan de rand van het Malieveld.

De rust was van korte duur. De politieke explosieven opruimingsdienst heeft er de handen vol aan. De Politieke Ledenraad van de PvdA mag vandaag nabranden. Gister was de fractie aan de beurt: sommigen hebben het er moeilijk mee, maar veel martelaars zijn niet te verwachten, zeker nadat Diederik Samsom enige optisch-politieke ruimte creëerde door een zakelijk-kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer te omhelzen. Meer informatie graag.

De JSF-beslissing was strak georkestreerd door de coalitiemanagers Rutte en Samsom. Als de VVD het boren naar schaliegas inruilde tegen de JSF-beslissing dan was het een behendige want minieme concessie – dat gas komt voorlopig toch niet op de markt. Deze opvolger van de F-16 werd vurig gewenst door de VVD, mede namens de Nederlandse defensie-industrie en de krijgsmacht, die graag Amerikaans koopt. Samsom wilde vooral van het zeurende thema af.

In de schaduw van Prinsjesdag publiceerde minister Hennis haar visie op de toekomst van de Nederlandse defensie. Na vingeroefeningen van haar departement en dat van Buitenlandse Zaken vóór de zomer moest het kabinet nu met ideeën en bijbehorende plannen komen. Het werden amper 30 bladzijden, plaatjes en schaarse vergezichten meegerekend.

Ondanks deze poging tot stealth-aankondiging gaat het over de veiligheid van dit land - van oudsher een onderwerp waar niet echt discussie over is. Terwijl het gebroken geweertje na alle bezuinigingsronden in zicht komt. Het kabinet speelt het ook nu low key met een mix van dreigingsrealisme en de nette armoe waar alle opeenvolgende ingrepen toe dwingen. Zonder open en eerlijk te schetsen hóe bescheiden de militaire rol van Nederland kan zijn voor het geld dat we er voor over hebben. Een derde van wat Defensie in 1990 kreeg.

Nee, de nota In het belang van Nederland propageert een ‘relevante, robuuste en responsieve’ krijgsmacht. Met 37 exemplaren van de steeds duurdere en technisch nog lang niet uitontwikkelde F-35 als prominent visitekaartje. De Rekenkamer constateert op de meest beleefde, maar onontkoombare wijze dat de regering verbaal nog steeds een te grote broek aantrekt. De kloof tussen ambities en middelen kan door diverse vormen van vaagheid en optimisme niet aan het gezicht worden onttrokken.

De minister heeft bijna een jaar de mannen en vrouwen in uniform en hun civiele kantoorgenoten kunnen uithoren. Alleen al om het resterende personeel tegemoet te komen zegt zij dat de grens is bereikt. Verder bezuinigen kan echt niet. Hoorden we dat niet ook al van haar voorgangers? Defensie is bij formaties en bezuinigingsoperaties nog net geen ontwikkelingssamenwerking, maar de krijgsmacht is al jaren een post waar veel te halen valt. Eén die bovendien minder gepiep oplevert dan steunzolen uit het basispakket.

Door het begrip ‘basis- en niche-capaciteiten’ van de Nederlandse krijgsmacht te introduceren, laat Hennis stilletjes de ambitie varen dat Nederland op alle fronten ‘in het hoogste geweldsspectrum’ mee knokt, zoals we tot voor kort nog moesten geloven. De werknemers van defensie zullen het waarderen dat de taal van de leiding nu wat dichter bij de feiten is gebracht.

Maar de bezuinigingen gaan door. Nieuwe ontnuchteringen kijken om de hoek. Ook de luchtmobiele brigade is niet voluit inzetbaar omdat de Chinook helikopterpiloten te weinig trainingsuren krijgen. De Rekenkamer is er voorlopig niet van overtuigd dat Nederland met ingang van 2023, als de JSF helemaal operationeel is, de geplande vier straaljagers permanent beschikbaar heeft voor internationale missies. Ter vergelijking: in 1999 hadden we nog 54 F-16’s klaar staan voor buitenlandse missies. In 2011 had Nederland aan de Navo twee squadrons van 15 F-16’s toegezegd voor missies korter dan één jaar, en drie squadrons van 15 voor een missie langer dan één jaar; tot 2023 zijn hoogstens acht toestellen beschikbaar. De hele JSF-bestelling behelst op één na evenveel toestellen als vreedzaam verloren gingen van de F-16.

Het Instituut voor internationale betrekkingen Clingendael schetste in februari vier mogelijke scenario’s voor een realistische rol voor de Nederlandse krijgsmacht. Rekening houdend met de Nederlandse capaciteiten, financiële ruimte en ambities in de wereld kwam daar uit dat de rol van een ‘robuuste stabilisatiemacht’ het meest realistisch en rendabel was. Dat kon met een goedkoper jachtvliegtuig dan de JSF. De onderzeedienst kon worden opgeheven.

Na het verschijnen van de tussentijdse gedachten van het kabinet over de toekomst van de krijgsmacht schreven onderzoekers van Clingendael dat men blijft dromen in brede termen, niet echt kiest en de krijgsmacht blijft ‘verdunnen’. Zij spraken hun vrees uit dat Defensie en daarmee de regering zouden streven naar ‘een krijgsmachtje van alle kunde’.

De stukken van deze week bevestigen dat vermoeden. Terwijl de PvdA zich verscheurt over de bestelling van te weinig straaljagers, gaat de Haagse discussie voorlopig niet over de vraag wat nodig is voor de veiligheid van Nederland en hoeveel we over hebben voor de rol in de wereld die we onszelf toedichten.

Is de JSF echt nodig voor wat we ambiëren? Of is het het laatste speeltje van de luchtmacht, toys for boys? Of is het vooral een diplomatiek entreebewijs tot de landen die er toe doen? Straks zijn we de grootste van de onbetekenenden.

U kunt de auteur mailen via opklaringen@nl