‘Je moet baas in eigen huis blijven’

Hij is voor het vierde seizoen technisch manager van PSV. In die periode behaalde Ajax drie landstitels. „Voor het moraal zou het wel heel goed zijn als we zondag van Ajax winnen.”

Marcel Brands:„Ik ga niet winkelen bij Ajax en Feyenoord doet dat ook niet bij ons. Je moet rekening met elkaar houden.” foto robin utrecht

Voor zijn baan bestaat geen opleiding. Marcel Brands heeft zich het vak van technisch manager zelf eigen gemaakt. Via RKC en AZ belandde de oud-voetballer bij PSV. Hij zag zijn wereld steeds groter worden. Waar hij in Waalwijk nog weleens het gras maaide, gaat Brands in Eindhoven in de slag met investeringsmaatschappijen. Bij PSV ligt alles onder een vergrootglas. Na de derde mislukte titelstrijd op rij, richtte de kritiek zich ook op hem. Maar na een zomer waarin PSV voor 45 miljoen euro aan transfergeld ophaalde, werd hij weer geprezen. „Dat is de opportunistische voetbalwereld. Maar ik ben niet iemand van uitersten”, zegt Brands. „Ik schiet niet snel in de stress. Maar ik loop ook niet mee in de polonaise.”

Brands ontvangt in de directiekamer van PSV. Het is de dag van het verloren thuisduel met het Bulgaarse Ludogorets. De euforische stemming is in Eindhoven alweer verdwenen. Maar ook nu blijft Brands kalm. „Als technisch manager heb ik weinig tot geen invloed op de resultaten. Maar daar wordt wel naar gekeken. We moeten realistisch zijn. Er is een groot aantal spelers verkocht, we hebben nieuwe jongens gehaald en er is geïnvesteerd in eigen jeugd. We kunnen nu niet hoog van de toren blazen dat we kampioen worden. Maar voor het moraal zou het wel heel goed zijn als we zondag van Ajax winnen.”

Als technisch manager opereert Brands vooral op de achtergrond. Maar soms wordt hij tegen wil en dank naar voren geschoven. Zoals op 28 juni 2011. PSV is net door de gemeenteraad van de ondergang gered als hij in alle euforie opeens de microfoon in handen krijgt. Brands maakt de komst van Kevin Strootman en Dries Mertens bekend. Het tweetal blijkt voor twaalf miljoen euro over te komen van FC Utrecht. Gejuich op het stadhuisplein. Maar buiten Eindhoven is PSV dan de club die koopt van gemeenschapsgeld.

Hoe kijkt u terug op dat moment?

„Niet slim. Met de hand op mijn hart zeg ik dat dit een spontane actie was. Het past niet bij mij. Maar in alle gekte gebeurde het toch. Het voelde direct niet goed. Daarna krijg je het ook niet meer uitgelegd dat PSV helemaal niet zoveel uitgaf als het leek. Het kostte tijd het beeld bij te draaien. Toch is de investering in Strootman en Mertens lonend gebleken. Ze waren van waarde voor PSV en hebben deze zomer meer dan drie keer zoveel opgebracht. Prima deal dus.”

Een technisch manager moet in de slag met zaakwaarnemers van spelers. Zijn dat uw vrienden of juist uw vijanden?

„Ze komen niet op mijn verjaardag. Ik probeer wel een goede relatie met ze op te bouwen. Ze stellen vrijwel allemaal dat ik betrouwbaar ben. Vind ik belangrijk. De rol van de zaakwaarnemer is veel bepalender geworden. Ik had als speler wel een begeleider, maar die had geen grote invloed op mijn carrière.”

Vandaag de dag hebben jongens van zestien jaar al een makelaar. De jacht op talenten wordt grimmiger. Zo verhuisde Riechedley Bazoer op zijn zestiende van PSV naar Ajax. Moeten topclubs geen gentlemen’s agreement sluiten?

„In het verleden blijkt er zo’n overeenkomst te zijn geweest. Nu is er niets geregeld. Maar ik ga niet winkelen bij Ajax en Feyenoord doet dat ook niet bij ons. Je moet rekening met elkaar houden. Ik vind dat je eerlijk zaken moet doen. Het is zaak dat je spelers sportief perspectief biedt. Soms wordt daarbij snel naar de portemonnee gekeken. Dan kun je als club niet altijd mee. Je hebt met impulsieve pubers te maken. Daar heb je moeilijk vat op.”

Aan de andere kant zoeken clubs ook naar nieuwe wegen om spelers te halen. PSV was al in gesprek met investeringsmaatschappij Doyen Sports. Wat kan een samenwerking opleveren?

„Wij hebben inderdaad een gesprek gehad met een maatschappij die wat zag in Filip Djuricic, Marco van Ginkel en Adam Maher. Wij waren als PSV afgelopen zomer al geïnteresseerd in Maher. Tot een deal is het toen niet gekomen. Er zijn twee redenen om met zo’n maatschappij in zee te gaan. Als je zelf het geld niet hebt, kun je zo toch een transfer realiseren. Maar daar moet je voorzichtig mee zijn. Je deelt dan wel een risico. Een andere reden is dat je als club tot een bepaald netwerk kan gaan behoren. Dat laatste vind ik met name voor PSV interessant.”

Uw voorganger Stan Valckx kreeg bij elke transfer 5 procent van de opbrengst. Heeft u ook zo’n regeling?

Lachend. „Nee, daar heb ik nooit om gevraagd en het is me nooit aangeboden. Ik weet niet hoe dat precies ging hier. Ik krijg een prima salaris. Daar doe ik het voor.”

Is er geen gevaar dat PSV in de greep van bepaalde bemiddelaars komt? De club verbrak eerder de banden met de Serviër Vlado Lemic omdat hij volgens de toenmalige directeur Reker te machtig was.

„Je moet altijd baas in eigen huis blijven. Ik heb zaken met Lemic gedaan. Hij zit in de top van een netwerk. Prima figuur. Maar daar moet je wel goed mee omgaan.”

Maakt het u uit waar het geld bij een transfer vandaan komt?

„Je probeert altijd zekerheden in te bouwen en garanties te krijgen. Ik was twee jaar geleden verrast toen een club als Anzji echt transfers ging doen. We hebben met de hulp van Lemic de Hongaar Balázs Dzsudzsák aan hen verkocht. Dat ging om veertien miljoen. De helft werd meteen aanbetaald en de rest verzekerd. We waren heel tevreden. Het is niet mijn taak te onderzoeken waar dat geld vandaan komt? Als dat ooit al te achterhalen is.”