Ik ben niet het meest opgewonden type van de PvdA

Afgelopen week presenteerde hij zijn eerste Miljoenennota. De aanhoudende economische crisis vereist volgens de minister van Financiën een „pragmatische insteek”, en dus kiest hij voor de aanval.

Jeroen Dijsselbloem: „Veel van de criticasters wisten zeker dat de economische groei zou worden weggeslagen. Dat is niet zo. En dat zeg ik met tevredenheid.” Foto’s Robin Utrecht

Zijn politieke voorbeeld? Jeroen Dijsselbloem hoeft niet lang na te denken als die vraag gesteld wordt. Hij begint meteen over Piet Lieftinck, de strenge PvdA’er die Nederland er na de oorlog als minister van Financiën weer bovenop hielp.

„Hij was niet ideologisch, gewoon een goede minister. De staatsfinanciën waren na de oorlog natuurlijk een totale puinhoop. Er was in die tijd ook helemaal geen ruimte om met ideologische verhalen te komen. Net als nu eigenlijk. Het is al ingewikkeld genoeg om al die dilemma’s op te lossen.” Een pragmaticus: zo ziet Jeroen Dijsselbloem zichzelf ook graag. Hoewel de omstandigheden niet zo dramatisch zijn als in de naoorlogse jaren van Lieftinck, vereist de aanhoudende economische tegenwind volgens hem een „pragmatische insteek”. „Ik ga discussies niet zwaar ideologisch in.”

Dijsselbloem speelde deze zomer een sleutelrol rol bij de onderhandelingen over het extra pakket aan bezuinigingen, „maar niet als nog een PvdA’er erbij. Mijn taak was om te kijken wat mogelijk was, en wat goed zou zijn voor de economie”. Hij lijkt de minister te zijn die de coalitie het meest belichaamt.

Afgelopen week presenteerde Dijsselbloem zijn eerste Miljoenennota als minister van Financiën. Er was veel kritiek: met de vele lastenverzwaringen zou het kabinet-Rutte II de economie kapot bezuinigen. In opiniepeilingen is de populariteit van het kabinet tot een historisch dieptepunt gedaald. En dan is er nog de politiek instabiele situatie. Een meerderheid in de Eerste Kamer ontbreekt, en dus is Rutte II afhankelijk van de steun van de oppositiepartijen. Dat geeft veel onzekerheid.

Natuurlijk, Jeroen Dijsselbloem had het prettiger gevonden als zijn verhaal „over wat nou écht de reden is dat Nederland zo diep in de penarie zit” wat meer mensen had overtuigd. „Daar hebben we blijkbaar nog wat werk te verrichten.”

Maar wie had verwacht dat de minister van Financiën zich dezer dagen deemoedig zou betonen, vergist zich. Integendeel: hij kiest voor de aanval. Bij de oppositiepartijen bespeurt hij vooral „tromgeroffel” en „een hoge, opgeblazen toon”. „Ik hoorde deze week zelfs het woord ‘ultimatum’ vallen, al was dat niet bij de allergrootste partij.”

Nee, Dijsselbloem heeft er „alle vertrouwen in” dat hij eruit gaat komen met de oppositie in de Eerste Kamer, waar het kabinet acht zetels tekort komt. „D66 en CDA vinden geloof ik nog steeds dat de begroting op orde moet komen en in ieder geval niet verder verslechteren.”

De critici hebben ongelijk gekregen, vindt Dijsselbloem. „Een half jaar lang heeft de oppositie betoogd dat het schadelijk zou zijn voor de economie als we pas in september met extra bezuinigingen zouden komen. We zouden dan alleen maar lasten kunnen verzwaren. Het kleine beetje groei dat werd verwacht zou worden weggeslagen, de koopkracht zou onderuit gaan. Dat werd een soort waarheid. Ik heb steeds gezegd: dat hoeft helemaal niet zo te zijn.”

Waar komt die waarheid, die zekerheid vandaan?

„Van het Lenteakkoord dat de ‘Kunduz-coalitie’ van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie vorig jaar sloot. Van de 12 miljard uit dat pakket was 9 miljard lastenverzwaringen. Als het overheidsbeleid al de oorzaak zou zijn van de lagere economische groei in Nederland, dan zit de verklaring eerder in die 9 miljard. De partijen die aan de wieg stonden van ‘Kunduz’ hebben dat onthouden. Natuurlijk, er was toen grote druk, ze moesten binnen drie dagen 12 miljard vinden. Ze hebben hun verantwoordelijkheid genomen en verdienen daarvoor alle lof. Wij hadden meer tijd en zijn daardoor op een oplossing gekomen die de economische groei minder belast.”

De oppositie zit er naast?

„Veel van de criticasters wisten zeker dat de economische groei zou worden weggeslagen. Dat is niet zo. En dat zeg ik met tevredenheid.”

In zijn politieke leven heeft Jeroen Dijsselbloem (47) vooral veel dienende functies gehad. Hij werkte als politiek bestuurlijk medewerker op het ministerie van Landbouw. Hij was als Tweede Kamerlid jarenlang vicevoorzitter van de PvdA-fractie, een zware en tamelijk onzichtbare baan. Anders dan PvdA-leider Diederik Samsom was Dijsselbloem altijd de man op de achtergrond, die buffelde voor de partij en de goede zaak.

Nu, als minister, is Dijsselbloem voor het eerst zelf de baas. En dat bevalt goed. „Het ministerie van Financiën is een fantastische plek. En nog steeds een beetje dienend natuurlijk. Het onderhandelen over het extra pakket van zes miljard bezuinigen was natuurlijk heel politiek, maar daar zat ik vooral bij om te adviseren. In het verleden moest ik mijn fractievoorzitters adviseren over wat ze gingen zeggen, nu zeg ik het zelf. Daar geniet ik wel van, ja.”

Wist u dat u het in u had, minister zijn?

„Ik heb lang gedacht dat ik het niet wilde, ik vond Kamerlid zijn destijds veel leuker. Maar de laatste jaren had ik ook wel het gevoel van: ik wil het wel een keer zelf doen. Op een gegeven moment heb je zo lang anderen ondersteund. Maar of je het in je hebt, weet je nooit van tevoren.

„Ik wist vanaf het begin dat ik minister van Financiën zou worden. We hebben al vroeg in de formatie de posten verdeeld. Dat was een bewuste keuze van Rutte en Samsom. Om aan te tonen: we zitten hier niet vrijblijvend te praten, we gaan het meteen over mensen hebben.”

In Den Haag vindt men dat u natuurlijke rust en zelfvertrouwen uitstraalt.

„Zo zit ik gewoon in elkaar. Ik ben niet het meest opgewonden type van de PvdA. Als minister van Financiën kun je een beetje boven de partijen zweven. Het moet allemaal financieel degelijk zijn. Dat vinden mensen mooi, die waardering heb je sowieso. Toen duidelijk werd dat ik naar Financiën ging, zei formateur Henk Kamp van de VVD: ‘nou jongen, je zult je best moeten doen om niet populair te worden.’ Met zo’n Henk Kamp-lachje.”

„En het is ook waar. Ministers van Financiën worden altijd gewaardeerd. Nederlanders vinden bezuinigen niet leuk, maar uiteindelijk willen ze toch dat iemand goed op de schatkist let.”

Die populariteit zal u hard nodig hebben. De politieke situatie is onzekerder dan ooit.

„De politieke situatie is niet wezenlijk veranderd. We hadden ook bij de start van dit kabinet geen meerderheid in de Eerste Kamer. Ik zeg altijd dat we geen vooraf gegeven meerderheid hebben. Maar waarom zouden we ervan uitgaan dat partijen die niet in de coalitie zitten, per definitie tegen zijn? Dat is in Nederland echt heel ongebruikelijk. Ineens vinden we het heel normaal dat ze allemaal tegen zijn – tenzij het kabinet er een enorme prijs voor betaalt. Dat is geen Nederlandse traditie.”

De positie van de oppositie is toch ook sterk? Daar willen ze gebruik van maken.

„Ik ontzeg niemand het recht om uiteindelijk tegen te stemmen, iedereen besluit voor zichzelf, maar dat doe je wel aan het eind van het debat. Het is toch heel gek om zo’n harde houding in te nemen? Zo van: we zijn in principe tegen, we gaan niets meer steunen?”

De realiteit is: zonder steun van CDA-leider Buma heeft het kabinet geen meerderheid in de senaat.

„Zijn positie in de Eerste Kamer is alleen maar heel sterk als iedereen verder tegenstemt. Maar waarom zouden D66, GroenLinks en de SP tegen alles moeten stemmen in de Eerste Kamer? Zo ken ik die partijen ook niet.”

Heeft u bij de formatie niet gewoon het belang onderschat van een meerderheid in de Eerste Kamer?

„Wij hebben ons zeker gerealiseerd dat het een extra inspanning zou vragen. Maar op basis van de politieke traditie in Nederland zou het toch mogelijk moeten zijn – dat blijf ik staande houden. Joop den Uyl zei altijd: de marges zijn smal. Neem de hervorming van de langdurige zorg. Dat is een zwaar onderwerp, dat creëert onzekerheid. Maar het staat ook in het verkiezingsprogramma van CDA en D66. Ze kunnen zeggen: dat hadden wij anders gedaan. Prima, laten we het daar dan over hebben. Maar op hoge toon zeggen: dat steunen we nooit? Tsja.

„Het sociaal leenstelsel [studiebeurs-nieuwe stijl, red.] is ook een mooi voorbeeld. Daar is een ruime meerderheid voor: PvdA, VVD, D66 en GroenLinks. Wij gaan het nu invoeren, en dan komen er ineens zúlke eisen. Dan denk ik: ja jongens, het stond in jullie programma. Kortom: veel tromgeroffel. De komende maanden gaat het gelukkig meer over de inhoud. We delen dezelfde ambities voor het onderwijs. Hopelijk komen we nu in een iets constructievere fase, waarin we elkaar tegemoet kunnen komen.”

Het verhaal gaat dat de CDA-fractie in de senaat tijdens de vorming van het kabinet het signaal heeft gegeven dat zij geen politieke spelletjes zouden gaan spelen.

„Dat weet ik niet. Ik heb alleen een brief gelezen van toenmalig voorzitter Fred de Graaf van de Eerste Kamer. Die schreef: we gaan jullie niet politiek pootje haken, alleen beoordelen of het juridisch netjes geregeld en uitvoerbaar is. Ik heb ook geen signaal dat de Eerste Kamer massaal tegen gaat stemmen. Dat hoor ik alleen uit de Tweede Kamer.”

Heeft u op Prinsjesdag wel een PvdA-begroting gepresenteerd? Van nivelleren is geen sprake, als je naar de koopkrachtgevolgen kijkt.

„Dat is er nog zo eentje. In de aanloop naar Prinsjesdag dacht iedereen dat het allemaal heel nivellerend zou worden. Dat dat vreselijk slecht voor de werkgelegenheid zou zijn. We hebben veel maatregelen getroffen om te voorkomen dat lagere inkomens heel hard geraakt zou worden, maar het eindresultaat is niet nivellerend. Sommigen zullen daar teleurgesteld over zijn. De laagste inkomens gaan er op achteruit, de allerhoogste ook. De groep ertussen gaat er ietsje op vooruit. Het is niet zo dat de laagste inkomens de vlag uit kunnen steken of juist allemaal moeten bloeden. Het ligt genuanceerder.”

Dat is pijnlijk voor uw achterban. Bij de start van het kabinet is beloofd dat er genivelleerd zou worden. Deze zomer zei PvdA-leider Samsom nog dat „juist in crisistijd” genivelleerd moet worden.

„Het woord nivelleren stond helemaal niet in het regeerakkoord. We hebben wel afgesproken om mensen aan de onderkant te compenseren, omdat die anders volledig onderuit gaan. Daar mogen de klappen niet onevenredig vallen. Maar het is geen grote nivelleringsoperatie geworden.”

PvdA-voorzitter Spekman zei: „Nivelleren is een feest”.

„Nivelleren is ook een feest, ja – voor de PvdA. We hechten aan evenwichtige inkomensverhoudingen. Maar Spekman spreekt puur vanuit de PvdA. Samsom ook, dat is het mooie van zijn vrije rol in de Kamer. Voor ons als kabinet geldt het regeerakkoord. We komen met compensatie, want anders gaat de onderkant van de samenleving in deze zware jaren onderuit.”

Ondanks de grote politieke verschillen lijken VVD en PvdA het telkens eenvoudig eens te worden, bijvoorbeeld over extra bezuinigingen. Wat is het geheim?

„Het heeft allereerst te maken met vertrouwen tussen personen. Een persoonlijke klik is belangrijk. Daar hebben we in eerdere kabinetten wel eens het tegendeel van gezien. Verder is er de vastberadenheid om er samen uit te komen en niet de boel in de soep te laten draaien”.

Ondanks al die vastberadenheid is de kiezer boos. Dit kabinet is uitgesproken impopulair.

„Dat is niet iets waar je voor kiest. Natuurlijk hebben slechte peilingen invloed op politici. Het verhaal dat de crisis wordt veroorzaakt door bezuinigingen is blijkbaar eenvoudiger en beklijft beter. Maar het is niet juist.”

De meeste economen zeggen dat het kabinet de economie kapot bezuinigt. In plaats van te bezuinigen moet de overheid stimuleren.

„Bezuinigen is slecht voor de economie, dat is waar. Als wij in plaats van die extra bezuinigingen zes miljard hadden geïnvesteerd, dan had dat natuurlijk een plusje opgeleverd bij de prognoses. Maar de vraag is hoe structureel dat plusje is. Als je niks doet aan de structuur, aan de concurrentiekracht van de economie, dan gaan bedrijven echt niet zwaar investeren. Zo versterk je de economie niet fundamenteel en schuif je een nog groter tekort voor je uit.”

Zijn de slechte peilingen een bindmiddel voor de coalitie? Nieuwe verkiezingen is het laatste wat VVD en PvdA willen.

„Ja, dat geldt ook voor het CDA. En daarom heb ik er vertrouwen in dat we eruit gaan komen.”

Bent u bereid voor deze coalitie een verkiezingsnederlaag te accepteren bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar?

„Het is omgekeerd. Ik zou de coalitie niet uit onze handen willen laten vallen in een wanhoopspoging om de gemeenteraadsverkiezingen alsnog te winnen.”