Homo sapiens tekende vast al lang voordat hij rotstekeningen maakte

De oudste gevonden rotstekeningen in West-Europa hadden direct een hoog niveau, zo staat in het bericht ‘Weer stokoude rotstekeningen’ (Wetenschapsbijlage, 14&15 september). Ze zijn niet de onbeholpen voorlopers van de latere meesterwerken, ze waren het vaak zelf al.

Dit lijkt erg op wat er rond 1970 gebeurde met de kunst van de Aboriginals. Een plaatselijke onderwijzer stimuleerde een paar mannen om motieven uit hun rituelen te schilderen op de muren van de school; iets later gingen ook anderen schilderingen maken,op hardboard en doek. Ook veel van deze eerste schilderingen waren al meesterwerken.

De Aboriginals schilderden altijd al, maar daar is bijna niets van bewaard gebleven. Hun schilderingen waren meestal onderdeel van een ritueel en bestonden zolang dat ritueel duurde. De belangrijkste werden gemaakt op de grond. Als het ritueel voorbij was, verdween de schildering.

Wat er bewaard is gebleven in Australië, bewaard door blanken, is weinig eeuwen oud en gemaakt van vergankelijk materiaal. Daarnaast zijn er in rotswanden gehakte tekeningen, de oudste even oud als de oudste Europese tekeningen. Mogelijk is er een ononderbroken continuïteit in de cultuur die de oudste en de nieuwste tekeningen voortbracht, maar dat geldt niet voor de productie ervan. Wat er gebeurde rond 1970 was voor buitenstaanders een grote verrassing.

De eerste Cro-Magnon-mensen in West-Europa kwamen uit een relatief warm Afrika waar, net als in het Australië van de Aboriginals, hutten genoeg beschutting boden en hun rituelen in de open lucht uitgevoerd werden met attributen van vergankelijk materiaal. In het Europa van de IJstijd zochten ze beschutting in grotten, ook voor hun rituelen. En daar blijven bepaalde attributen, zoals de schilderingen, veel beter bewaard.

Uit het hoge niveau van de oudste tekeningen blijkt vooral dat de traditie al lang bestond.

F.C. van der Horst

Santpoort Noord