‘Hij heeft tijd voor zichzelf nodig, ik wil juist dat sociale’

Harry-Jan Bus en Rachèl van Olm hebben een theater en restaurant in Rotterdam. Hun drie kinderen zijn geadopteerd. „Adopteren past echt bij ons. We weten geeneens of we zelf kinderen kunnen krijgen.”

Harry-Jan Bus: „In de zomer gaan we vier weken plat, dat hebben we nodig.” Foto David Galjaard

‘Het is een enorme race’

Harry-Jan: „Rachèl is echt het logistieke wonder, en ik volg.”

Rachèl: „Het werkt. Ik plan alles. Bij ons geldt: als je het opschrijft, is het een afspraak. Dat is handig aan Outlook op de iPhone: daar zet ik in wat moet gebeuren en nodig Harry uit, dan staat het ook in zijn agenda.”

Harry-Jan: „Het is een enorme race tussen half vier en zes. Thuiskomen, huiswerk maken, koken.”

Rachèl: „En daarna gaat degene met stafdienst terug naar het theater. De ander helpt met dictee, biologie, sommen. Mijn ogen zijn soms aan het eind van de dag droog van vermoeidheid, dat vind ik zwaar. Zwaarder dan ’s avonds weer in de auto stappen.”

Harry-Jan: „Op woensdag sta ik pas om acht uur op, dan red ik het wel. En ik drink niet, niet veel, ik kan absoluut niet meer tot drie, vier uur uitgaan.”

Rachèl: „Dat valt me zo tegen van het leven. Nu heb ik poen maar moet ik drie dagen bijkomen als ik dronken word.”

Harry-Jan: „In de zomer gaan we vier weken plat, dat hebben we nodig.”

Rachèl: „Dan gaan we naar de camping, ieder jaar dezelfde. Ik dacht vroeger: ik word nooit zo’n vrouw die een caravan koopt – het is het beste wat we ooit hebben gekocht. En ik zou nooit iemand worden die elk jaar naar dezelfde plek gaat, want er is zoveel te zien. Wij zitten in Frankrijk met een hele groep aan de wijn en hebben allemaal traditietjes. Door het jaar heen gaan we ook op vakantie. Eigenlijk werk ik om op vakantie te kunnen.”

‘Verslaafd aan telefoon’

Rachèl: „Als de kinderen een clubje hebben, word je helemaal gek. Maria gaat naar de Musical Academy, Dudu doet een Japanse krijgskunst en Bebèl zit op streetdance.”

Harry-Jan: „Als ik zit te wachten tijdens zo’n les, kan ik met mijn iPhone toch mailtjes wegkoppen. Dat is te gek. Alhoewel het ook wel eens doorslaat...”

Rachèl: „Ja, jij slaat door.”

Harry-Jan: „Je moet discipline hebben om niet de hele tijd op je schermpje te kijken. Ook niet als je staat te koken.”

Rachèl: „Harry is echt verslaafd, maar hij was al verslaafd aan de telefoon voordat de iPhone er was. Als we ergens kwamen, vroeg hij eerst: mag ik even bellen? Ik durf te wedden dat hij ter plekke iemand verzon.”

Harry-Jan: „Ik leer nu om de dataroaming uit te zetten. Kinderen zijn geweldig. Gaan zij heel slim op de achtergrond ruziemaken om mijn aandacht te krijgen.”

Rachèl: „Ik begrijp het psychologisch niet, vergeet mijn telefoon gewoon.”

Harry-Jan: „De psychologie...”

Rachèl: „Oh, je gaat het uitleggen.”

Harry-Jan: „Ja. Ik maak altijd lijstjes en kan pas ontspannen als die zijn afgewerkt. Daarom zijn mailtjes eigenlijk zo vervelend, want er zit altijd wel een opdracht of vraag in.”

‘Op donderdag ben ik ziek’

Harry-Jan: „We doen één keer per week boodschappen, althans jij.”

Rachèl: „Die doe ik op donderdag, dan ben ik thuis omdat ik ziek ben van de medicijnen. Zes jaar geleden kreeg ik reuma, daar heb ik een chemokuur voor. De medicijnen slik ik woensdag, en dan ben ik donderdag misselijk en moe. Ik doe niet veel, alleen de boodschappen. Elke week bedenk ik voor alle dagen wat we eten.”

Harry-Jan: „Op maandag staat iets gepland wat Rachèl niet lust, want dan is ze naar de filmclub.”

Rachèl: „Nee, dat is onzin. Dan eten jullie vlees, want ik eet geen vlees. Wat ik niet lust, bestaat niet.”

Harry-Jan: „Nou, kipkerrie toch niet?”

Rachèl: „Ja, uit een potje...”

Harry-Jan: „Op maandag eten we dus soms Chicken Tonight.”

Rachèl: „Ik hecht erg aan mijn filmclubje. We zijn 21 jaar samen. Ik moet er niet aan denken om elke avond met meneer op de bank te zitten. Ik had gisteren dienst, Theo Maassen trad op. Vanochtend had ik iets te vertellen.”

Harry-Jan: „Zeker met dit drukke gezin snak ik wel eens naar een leeg huis.”

Rachèl: „Hij heeft tijd voor zichzelf nodig, ik wil juist dat sociale. Als hij met de kinderen gaat skiën, zwerf ik alleen door de stad. Dan wil ik dat het leven me overkomt.”

‘We hebben een zoon voor je’

Harry-Jan: „Rachèl zei al op de tweede date dat ze kinderen wilde adopteren.”

Rachèl: „Dat ik dat al zo snel tegen je durfde te zeggen.”

Harry-Jan: „Ik vond alles goed.”

Rachèl: „Hij was zo verliefd op mij, al had ik één been gehad.”

Harry-Jan: „Dat is het rare met adoptie: als ik nu naar mijn kinderen kijk, kan ik me niet voorstellen dat ze er niet zouden zijn. Het adoptiebureau belde dat ze een zoon voor ons hadden, Dudu. Op z’n Jomanda’s: het was alsof het zo in mijn hart kwam.”

Rachèl: „Adopteren past echt bij ons. Wij zijn mensen, hoe zeg ik dat, die iets willen opzetten. We weten geeneens of we zelf kinderen kunnen krijgen.”

Harry-Jan: „Dudu was 2, de meisjes kregen we toen ze nog baby waren.”

Rachèl: „Dan ben je echt de moeder aller moeders als je die beslissing kunt nemen. Zij vonden dat hun kinderen het beter moeten krijgen. Zo liefdevol...” Veegt tranen weg. „Ongelooflijk dat zij die inschatting konden maken.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl