Hier gáán de gesprekken ergens over

Wie ouderenzorg nodig heeft, komt meestal in één van de 2.500 verzorgings- en verpleegtehuizen terecht. Maar de zorgvilla is in opmars – er zijn al 150 particuliere zorginstellingen. Is het daar beter?

Door onze redacteur Ingmar Vriesema

In zorgvilla Rosorum wordt het dagelijkse driegangendiner bereid door twee chef-koks. Foto Merlin Daleman

Lammert en Klazien van Dijk hadden een mooie woning in Kampen, en ze wilden er niet op achteruitgegaan. Dat is gelukt. Lammert van Dijk (72) loopt door hun lichte appartement in woonzorgcentrum Rosorum in Arnhem. De ramen zijn groot, vooral de middenpartij, een ovalen erker met uitkijk op de tuin. Door het raam zijn twee grasmaaiende tuinmannen te zien. De woning van ruim 100 vierkante meter is drempelloos, zodat Klazien van Dijk zich goed kan verplaatsen over het laminaat, steppend vanuit de rolstoel met haar ene goede been.

Klazien (74) raakte vijf jaar geleden halfzijdig verlamd na een hersenbloeding. Ze werd behandeld in een verpleeghuis in Kampen. Toen ze was uitbehandeld kreeg ze een indicatie voor permanente verpleeghuiszorg – ze kon dus in het het verpleeghuis blijven wonen. Maar dat wilde ze niet. Lammert zou namelijk niet mogen meeverhuizen: hem mankeert niets, hij heeft dus geen zorgindicatie. Gescheiden wonen, daar had het echtpaar geen zin in. En thuis wonen, in hun mooie huis met uitzicht over de IJssel, ging niet meer.

Het echtpaar Van Dijk heeft „wat spaargeld” – Lammert van Dijk was directeur van het succesvolle studieboekenbedrijf Van Dijk’s Boekhuis. Ze wilden goede zorg, en een goed huis. Ze kozen voor de particuliere zorgorganisatie Rosorum, voor deze residentie in Arnhem. Een gebouw dat eruitziet als een kleine versie van paleis Soestdijk: wit, breed, rechthoekig en met royale ramen.

„Rosorum maakt al mijn verwachtingen waar”, zegt Lammert. Hij voert het woord, voor zijn vrouw gaat het praten moeilijk door de afasie. Er komt hier thuiszorg over de vloer, vertelt hij. „Zorgdames, zoals ze hier heten.” Zij helpen Klazien bij het opstaan, wassen, aankleden en het naar bed gaan. Lammert: „In het reguliere verpleeghuis in Kampen was het altijd de vraag welke hulp nu weer zou binnenkomen. Hier is de zorg voorspelbaar.” Driemaal per week gaat Klazien naar de dagbehandeling in een regulier verpleeghuis.

Voor al deze zorg samen betalen de Van Dijks een inkomensafhankelijke zorgbijdrage, 1.300 euro in hun geval: relatief hoog, door de zwaarte van de zorg. Voor het wonen in Rosorum betalen de bewoners extra: een belangrijk financieel verschil met reguliere verpleeghuizen, waar de huur vaak onder de zorgbijdrage valt. De kleinste appartementen in Rosorum à 55 vierkante meter kosten 3.500 euro per maand. Maar het echtpaar Van Dijk huurt een van de grootste en betaalt ‘ruim 5.000 euro’. Veel geld, en Lammert maakt zich er soms zorgen over, al kunnen ze het ‘zeker een poos uitzingen’. Bij die 5.000 euro is stroom, kabel-tv, en internet inbegrepen. Ontbijt, lunch, borrel en en het dagelijkse driegangendiner zijn ook inclusief. Dat eten wordt geserveerd in het restaurant – „de serre”, op z’n Rosorums – en bereid door twee chef-koks.

Het eten smaakt ons goed, zegt Lammert. Hij noemt de namen van de koks en begint te glunderen. „Bram en Rini. Ze maken er een kunstwerkje van.” Kipkerrie is zijn favoriet, maar ook de konijn, friet en die ene vergeten groente – „kom, hoe heet die ook weer? – smaken uitstekend.

Lammert en Klazien houden van lezen. De gesprekken met medebewoners – Rosorum telt twintig appartementen en 23 bewoners – gáán ergens over. Over Buitenhof, en over Zomergasten, want wat was die historica Beatrice de Graaf uitstekend. Men leest de krant – Van Dijk het Nederlands Dagblad, „maar er zijn ook abonnees van het Financieele Dagblad, NRC en De Telegraaf.” Het intelligentieniveau is hier hoger dan in een regulier verpleeghuis, zegt hij. De oudste mannelijke en vrouwelijke bewoner van Rosorum zijn „toevallig beiden chemici”.