‘Het Stedelijk is een bedrijf’

Zaterdag opent de nieuwe tentoonstelling van Lawrence Weiner in het Stedelijk Museum. Een gesprek met de 71-jarige conceptuele kunstenaar. „Met tekenen probeer ik de wereld te begrijpen.”

Kunstenaar Lawrence Weiner op zijn overzichtstentoonstelling ‘Written on the Wind’, die zaterdag opengaat in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Foto David van Dam

Als musea stamgasten konden hebben, dan zou Lawrence Weiner die van het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn. Al ruim veertig jaar hoort de Amerikaanse kunstenaar tot het vaste meubilair van het museum. Hij was erbij in 1969, toen Wim Beeren de legendarische tentoonstelling Op Losse Schroeven organiseerde, en heeft sindsdien met alle Stedelijk-directeuren samengewerkt. Het museum bezit zo’n tachtig kunstwerken van Weiner, waaronder een bronzen plaquette uit 1988 die nog altijd op de gevel van het oude museumgebouw prijkt. En wie het Stedelijk nu via de nieuwe entree betreedt, staat direct oog in oog met een wandvullend tekstwerk in Weiners kenmerkende hoofdletters.

Voor zijn tentoonstelling Written on the wind, die vandaag opent, mocht Weiner de grote zaal in de nieuwe vleugel naar zijn hand zetten. „Dat was nog best lastig”, vertelt de 71-jarige kunstenaar, die er met zijn grijze baard en gekromde rug uitziet als een wijze oude tovenaar. „Deze ruimte heeft de omvang van een loods.” Om de zaal behapbaar te maken, ontwierp hij een aantal wanden met vitrines. De bezoeker kan zelf zijn weg vinden langs zo’n driehonderd tekeningen uit de afgelopen vijftig jaar. „Er is geen chronologie, er zijn geen thema’s”, zegt Weiner. Wat hij wil laten zien is waar zijn kunst vandaan komt. We mogen bladeren door zijn schetsboeken, die vol staan met zijn ingevingen, zijn observaties en zijn inspiratiebronnen. We krijgen een inkijkje in zijn geest. „Best intiem”, aldus Weiner. „Tekenen is mijn manier van denken. Zo probeer ik de wereld te begrijpen.”

In de jaren zestig trok Weiner op met Land Art-kunstenaars als Robert Smithson en Walter De Maria, hij exposeerde met de kunstenaars van arte povera, en met minimalisten als Sol LeWitt. Zelf wordt Weiner vaak gezien als een van de grondleggers van de conceptuele kunst, maar aan die term heeft hij een hekel. „Conceptuele kunstenaars zijn zielige mensen”, lacht hij. „Zij willen alleen maar laten zien dat ze intelligent zijn.” Weiner werkt weliswaar met taal, maar met moeilijke betekenissen wil hij de kijker niet vermoeien. Zijn beelden bestaan uit prikkelende zinnetjes en filosofische gedachtes, die hij schrijft op muren van musea, afdrukt in boeken, neerlegt op straat, of laat rondvaren op boten. Kleine gedichtjes zijn het, sculpturen van woorden, die je net even anders naar de wereld laten kijken.

Veel van de tekeningen die te zien zijn op Written on the Wind maakte Weiner in Amsterdam. In 1970 kocht hij er een boot, waar hij nog steeds regelmatig verblijft. „Vanwege het licht. Ik teken graag op de boot.” Intussen praat hij een aardig woordje Nederlands – „echt Jordaans” vindt hij zelf. „Ik was hier voor het eerst in 1963, en had het meteen naar mijn zin. Parijs was voor mij te duur. Want ik was dan wel beroemd, ik was ook heel arm. In Amsterdam kon ik als gastarbeider verblijven. Ik moest alleen iedere drie maanden bij de politie langs voor een stempel.”

Een nieuwe Gouden Eeuw

Hij heeft de stad zien veranderen, zegt hij. „In de jaren zestig en zeventig was er een geweldige kunstscene in Amsterdam. Alle grote internationale kunstenaars kwamen hier langs. Amsterdam was even het centrum van de wereld. Het was echt een nieuwe Gouden Eeuw. Maar die internationale positie is Amsterdam allang kwijt.”

Een tentoonstelling als Op Losse Schroeven, vol anarchistische ingrepen in het museumgebouw, is nu niet meer voor te stellen, zegt Weiner. „Het Stedelijk Museum wil modern zijn, en is een echt bedrijf geworden. Er is op zich niets mis met bedrijven, maar ze hebben doorgaans geen idee hoe ze cultuur moeten maken. Ze kunnen zich geen risico’s permitteren. Ze willen niet dat iets anders loopt dan gepland. Terwijl dat precies is waar kunst over gaat: alle mogelijkheden te onderzoeken en alle deuren te openen.

„Wat zo goed was aan Op Losse Schroeven, en ook aan de gelijktijdige tentoonstelling When Attitudes Become Form van Harald Szeemann, was niet het werk dat er getoond werd. Die kunstwerken waren niet nieuw, die hadden we in de jaren daarvoor ook al getoond. Wat goed was, was dat al die kunstenaars nu bij elkaar kwamen. We waren geen van allen erg aan elkaar verwant, maar samen creëerden we een nieuwe energie. Die exposities hebben de toon gezet van wat wij nu de internationale kunstwereld noemen. Sindsdien is de kunstwereld echt globaal geworden.”

Sindsdien heeft ook de kunstmarkt een enorme vlucht genomen. Weiner, die in armoede opgroeide in de Bronx en in zijn jonge jaren als havenarbeider werkte, exposeerde in zo’n beetje alle belangrijke musea ter wereld, deed mee aan vier edities van de Documenta en zag de prijzen voor zijn werk enorm stijgen. En dat terwijl hij zich zelf altijd zo verzet heeft tegen de verhandelbaarheid van kunst. „Mensen hoeven mijn werk niet te kopen om het te hebben”, zei hij in 1969. „Ze kunnen het bezitten door het te kennen. Als ze het in hun hoofd bewaren, is dat ook prima.”

Met kunst verkopen is niets mis, zegt hij nu. „Voor een kunstenaar is tijd het meest kostbare goed, en dat kan hij kopen met de verkoop van zijn werk. Ik ben alleen tegen het gespeculeer met kunst. Vergelijk het met een auto, die is het duurste als hij net gemaakt is. Op het moment dat je de sleutel omdraait en hem start, daalt de waarde. En dan wordt het antiek. Zo is het ook met kunst. Een kunstwerk is het belangrijkst op het moment dat het ter wereld komt. Want dan zegt het iets over de tijd waarin wij leven. De veilinghuizen zien dat anders, maar dat moeten zij weten.”

Hij is blij met zijn tentoonstelling. Tevreden sloft hij rond en vertelt hij anekdotes bij de tekeningen die hij hier weer terugziet. Maar één ding zit hem dwars: „Er is geen poster voor deze show. Dat wilde het museum niet. Ze sturen nu uitnodigingen per e-mail. Want het museum is een bedrijf geworden. Daar ben ik wel pissig over. Vooral omdat posters zo’n lange traditie hebben binnen het Stedelijk. De mensen in mijn haven vroegen me al: ‘Waar is de poster van je expositie? We weten niet wanneer het is.’ Dus misschien komt er wel helemaal niemand opdagen.”

Lawrence Weiner: Written on the Wind. Van 21 september tot en met 5 januari in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Inl: www.stedelijk.nl