‘Het gaf onze relatie ook verdieping’

„We leerden elkaar kennen bij een koor, in onze studententijd in Utrecht. Ik vond Matthijs mysterieus, het achterste van zijn tong liet hij niet zien. We pasten bij elkaar, met onze tegendraadse meningen over politiek en maatschappij. Na een half jaar om elkaar heen gedraaid te hebben, nam ik het initiatief. Nu ga ik ’m maar eens zoenen, dacht ik. En toen was het aan. Het was 1988. We gingen uit, feestten, maakten reizen. Eén keer zijn we drie maanden door China getrokken.

„Toen de kinderen kwamen, kreeg Matthijs sombere buien. Meer en meer begon ik het gevoel te krijgen dat er iets niet klopte. Lichamelijk was er ook steeds minder tussen ons. ‘Ga ’s met een psycholoog praten’, zei ik. ‘Er is iets met je.’

„Na een reisje naar Londen was hij wel héél stil. Een paar weken later kwam het eruit: Matthijs dacht dat hij op mannen viel. À la de jaren zeventig stelden we een wekelijkse ‘mannenavond’ in, dan ging hij in zijn eentje uit, zodat hij kon uitzoeken hoe het nu precies zat bij hem.

„Ik ben geregeld boos geweest. Had hij niet eerder kunnen bedenken dat hij op mannen viel? We hadden net ons tweede kind gekregen. Avonden zat hij boven achter de computer. Te daten, nam ik aan. Ik heb weleens woedend onder aan de trap staan schreeuwen: ‘Waar ben ik in dit verhaal?’ Toch hadden we ook goede gesprekken, samen aan de keukentafel, over hoe het allemaal zo gekomen was en hoe hij zijn toekomst zag. Dat gaf weer verdieping aan onze relatie, gek genoeg.

„Matthijs is nu een goede vriend, de opvoeding doen we helemaal samen. Hoe vaak de kinderen niet gevraagd hebben: ‘Waarom zijn papa en jij ook alweer uit elkaar?’ Dan legde ik het maar weer uit, op hun niveau, dat papa het leuker vond om met een man te zijn.”

Brigit Kooijman