Eenvoudiger, sneller en effectiever - dat wil de burger van de rechter

Rechter, hak een knoop door bij scheiding’, kopte deze krant vorige week vrijdag. Aanleiding: een gescheiden vader doodde de week ervoor zijn kinderen, daarna zichzelf en gaf via internet zijn ex-vrouw de schuld. „Een scheiding met kinderen mag geen zeven jaar duren.” Rechter, hak die knoop toch door: „Binnen twee jaar moet er een beslissing vallen”, aldus psychotherapeute Martine Groen in de krant.

Het was een gaaf staaltje modern ongeduld met de rechtspraak. Rechter, doe eens wat! Maar ja, dit is een vrij land. Als de rechter de knoop doorhakt, mag je rustig door procederen over de losse eindjes. Mits je het griffierecht en de advocaat kan betalen. Iedereen mag kopen, huren, trouwen, leasen, kinderen verwekken en schulden maken naar eigen inzicht. Aan de inhoud, omvang en duur van de geschillen stelt de wet geen beperkingen. Althans, ik ken ze niet. De langste adem wint, soms.

Daarom lijkt rechter me ook niet altijd zo’n denderend beroep. De (niet-straf)rechter is immers lijdelijk. Wat juristen de ‘omvang van het geschil’ noemen, wordt bepaald door de partijen. En vaak ook de duur ervan. De rechter mag niet op zitting nog eens geïnteresseerde vragen stellen over achtergronden of parallelle kwesties. Wie stelt, bewijst – dat is de hoofdregel. En de rechter moet vooral niet creatief mee gaan graven. Die luistert, denkt er het zijne van, schrijft dat op en hoopt dat het afdoende is. Alleen, dat is vaak niet zo.

Precies een dag eerder zat ik in Amsterdam bij een bijeenkomst van ongeveer 350 rechters met workshops over kwaliteit, innovatie en communicatie. Ingeleid door socioloog Paul Schnabel. Rechtspraak ziet hij als een ‘gelaagd taalspel’ waar het publiek zich meer mee is gaan bemoeien. „Er worden bressen geslagen in uw immuniteit”, concludeerde hij uit een reeks mediakwesties van de afgelopen jaren.

Juristerij als een soort l’art pour l’art, met eigen logica, mores en taalgebruik komt zo onder druk. Dat bleken veel rechters ook te voelen. Er is intern twijfel. ‘Waardeert men ons wel?’ ‘Landen onze beslissingen wel?’ ‘Waar is nou eigenlijk behoefte aan?’ ‘Doen rechters wel het goede?’

In het werkgroepje ‘Rechter nieuwe stijl’ werd het dilemma kernachtig verwoord: „Neem je een beslissing of los je het conflict op?” Dat zogeheten ‘achterliggende conflict’ wint aan belangstelling. Rechters wordt geleerd mediation aan te bieden. Bestuursrechters, traditioneel verboden om ‘op de stoel van de politiek te gaan zitten’ en alleen de kwaliteit van beslissingen te beoordelen, niet de inhoud, wagen zich al aan ‘finale geschilbeslechting’. Dat vraagt een andere proceshouding. In de workshop noemde een rechter zich zelfbewust een ‘actieve luisteraar’ die méér dan alleen juridische vragen stelde aan partijen. Zoals ‘Wat verwacht u van mij?’, ‘Wat deed u zelf al om het op te lossen?’ ‘Wat betekent een nadelige beslissing voor u?’ ‘Hoe is het voor u om hier te zijn?’ ‘Waarom denkt u dat de tegenpartij niet wil schikken?’ Zo hoorde hij nog wel eens iets nuttigs dat niet in de stukken stond.

Daarna kwam het gesprek los. Geen rechter wilde maatschappelijk werker worden, of psycholoog in toga. Of zelfs maar ‘lief’ zijn, of gevonden worden. Nee, men wilde stevig zijn, gezag bewaren, statuur houden en dus ook dóór kunnen vragen. Immers ‘burgers houden ook zaken achter’. Emoties in de rechtszaal, dat had men liever ook niet. En, ‘ons vak is beslissen, dat moeten we niet uit het oog verliezen’. Maar dat de rechter uit zijn juridische schulp moet durven komen, dat vonden de meesten toch ook wel.

Dat bevestigde Rogier Hartendorp, een jonge civiel rechter in Utrecht. Veel rechters in zijn omgeving hebben het gevoel dat hun werk te weinig helpt, zei hij me. Het effect is te klein, het rendement te laag. Hij is mede initiatiefnemer van burenrechter.nl. Dat gaat later dit jaar in drie steden van start en is bedoeld om burenruzies letterlijk buiten de rechtbank, via internet, in een minder juridische vorm niet alleen te beslissen maar ook op te lossen. De rechter komt er consequent voor op huisbezoek.

Hartendorp behandelde op de klassieke manier al tientallen ruzies over schuttingen, lawaai, overhangende takken, rotzooi en de vraag waar de erfscheiding nu echt ligt. Als het conflict eenmaal in de rechtszaal is, zijn de schuttersputjes gegraven en is de boosheid nauwelijks te blussen. Beslissen is dan niet hetzelfde als oplossen. Onlangs kreeg rechter Hartendorp dezelfde ruzie terug op zitting. De partijen hadden nu mot over de uitvoering van zijn eerdere beslissing. „De mensen houden elkaar jaren bezig”, verzucht hij. Daarom verzon Hartendorp, samen met Maurits Barendrecht, hoogleraar privaatrecht van het HiiL, instituut voor innovatie van de rechtspraak, een andere aanpak. Het nieuwe burenproces is een interface met zeven stappen, individuele vragenlijsten en dialogen. En de rechter komt altijd bij de mensen thuis, zonder toga, om rond te kijken en ter plaatse een voorlopige beslissing te nemen. Waarna de buren alsnog kunnen besluiten er met hulp van een mediator of een buurtregisseur zelf uit te komen.

Geen dagvaardingen meer, geen eisen en tegeneisen. Maar een intake, een diagnose en een online gesprek onder begeleiding van de rechtbank, die op een beslissing kan uitlopen. Vragen als: ‘wat ziet u als mogelijke oplossingen die eerlijk zijn voor u en uw buur?’ En: ‘wat denkt u dat de rechter kan bijdragen aan een goede oplossing?’

De hoop is dat partijen er door deze gelaagde aanpak zelf in driekwart van de conflicten uitkomen. En zo niet, dan is er de ‘neutrale gezagsinterventie’ van de rechter. Daaraan is een groeiende behoefte, legde Barendrecht me uit. Niet aan meer regels of meer uitspraken. Maar aan eenvoudiger methodes, snellere toegang en effectiever ingrijpen.

De auteur is juridisch redacteur