Een jaar na opening haalt het Stedelijk fraaie cijfers

Ondanks de kritiek op de vertrekkende directeur Ann Goldstein, weten bezoekers én geldschieters het Stedelijk Museum in Amsterdam weer te vinden.

Balletdansers bij de heropening een jaar geleden van het Stedelijk. Foto Vincent Mentzel

In het eerste jaar na de heropening hebben publiek en geldschieters de weg naar het Stedelijk Museum in Amsterdam weer gevonden. Niet alleen heeft het museum met 770.000 bezoekers sinds 22 september 2012 het eigen record van 556.000 uit 1985 gebroken, ook de educatieve activiteiten en de rondleidingen, discussies en lezingen trekken veel mensen. Zelfs de fondsenwerving is aangetrokken, blijkt uit cijfers die het Stedelijk op verzoek heeft geleverd.

Koningin Beatrix heropende het museum op 22 september vorig jaar na een verbouwing die langer duurde (negen jaar) en meer geld kostte (20 miljoen) dan voorzien. Vervolgens besloot de gemeente Amsterdam vier miljoen euro minder subsidie te verstrekken dan het museum had aangevraagd. En dus moest het museum twee maanden na de opening een minder ambitieuze begroting presenteren. Er werden 31 banen geschrapt. Het aantal tentoonstellingen werd met eenderde teruggebracht, van 23 à 24 tot 15 à 16. Het museum besloot ook op maandag open te gaan en de openingstijden met twee uur te verruimen. Dat heeft bijgedragen aan het hoge aantal bezoekers, waarmee het museum de klap die de gemeente uitdeelde, lijkt te kunnen opvangen. In de begroting gaat het museum uit van 500.000 bezoekers per jaar.

Het museum meldde bij de presentatie van de begroting dat de Malevitsjtentoonstelling alleen zou doorgaan als er voldoende financiering werd gevonden. Ook dat is gelukt; 18 oktober is de opening van deze blockbuster. Behalve hoofdsponsor Rabobank en naast acht fondsen waaronder het Blockbusterfonds dragen de Amsterdam Trade Bank (een dochter van de Russische Alfabank), AON en het Koreaanse bij aan de financiering.

Sinds de heropening heeft het Stedelijk zeventien nieuwe sponsors gevonden. Het aantal leden van de business club is gestegen van 67 naar 76. Het Stedelijk zegt dat een flink aantal particuliere begunstigers „met substantiële bedragen” het museum steunt. Galeriehouder Paul Andriesse schonk zestig werken. De vriendenclub is gegroeid tot 1.500 vrienden. Die betalen bedragen, variërend van 75 tot 1.000 euro per jaar.

Vrijdag openden drie van de vier laatste tentoonstellingen onder het bewind van artistiek directeur Ann Goldstein. Daaronder is ook een overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner, die al sinds de jaren zestig een nauwe band heeft met het museum. Hij toont zich in een interview met deze krant kritisch over de huidige koers. „Het Stedelijk Museum wil modern zijn, en is een echt bedrijf geworden”, zegt hij. „Er is op zich niets mis met bedrijven, maar ze hebben doorgaans geen idee hoe ze cultuur moeten maken. Ze kunnen zich geen risico’s permitteren.”