Een dansende sikh op kunstgras

De beste hockeyer van India danst op het middenveld van Bloemendaal. Sardar Singh vindt altijd de vrije ruimte.

Hij komt óók voor de rust naar Bloemendaal, het hockeymekka van de Lage Landen. Sardar Singh, de beste speler van Azië en misschien wel van de wereld wil niet in Amsterdam wonen. Daar is het zo druk: te druk voor de man de in India geen zeven stappen over straat kan zetten zonder aangeklampt te worden.

Je kunt je afvragen waar een sikh minder opvalt: in het Nachtegaalplantsoen te Overveen of domweg in de Dapperstraat. Als Sardar Singh (27) eenmaal een petje over zijn knotje – dat zo bedrieglijk veel op een hockeybal lijkt – heeft gezet, blijven alleen zijn treurige ogen en de baard over. En een dikke gewatteerde jas, want hij speelde twee jaar geleden een seizoen in Leuven en de winter – daar nog zonder zeewind – viel hem niet mee.

Het grootste gevaar voor Singhs anonimiteit is hijzelf. Wanneer hij zijn stick eenmaal uit de hemel heeft geplukt en ergens op het middenveld de bal toegeschoven heeft gekregen, begint hij te dansen. Een paar stappen naar voren, een paar achteruit, steeds doordraaiend naar het hoekje waar de ruimte is. Wanneer je hem ziet bewegen, denk je: haal die doelen maar van het veld, dit is genoeg. Als er vrijdagavond bij zijn thuisdebuut een RTL-scout van So you think you can dance op de tribune zat, hebben we er nog vóór Kerst een ster bij.

Tekst: Arjen Fortuin Foto: Bastiaan Heus