De Zwitserland-mythe

Hoe vaak hoor je mensen niet verzuchten: „Konden wij maar zo zijn als Zwitserland. Geen Europese bemoeizucht meer. Eindelijk weer onze eigen boontjes doppen.” Zwitserland is inderdaad een fijn land. Maar is Zwitserland zoveel zelfstandiger dan Nederland, omdat de Zwitsers alleen meedoen aan die aspecten van de Europese Unie waar zij iets in zien? Nee. Iedereen die er gewoond heeft, weet dat dit complete onzin is.

Zwitserland is omsingeld door landen die wél lid zijn van de Europese Unie. Omdat de EU hun grootste handelspartner is en ze dat graag zo willen houden, heeft Zwitserland allerlei akkoorden met Brussel die Zwitserse bedrijven toegang geven tot de interne markt, en omgekeerd. Dat strekt van landbouw tot openbare aanbestedingen, van transport tot research. Ze zitten ook bij de Schengenzone. Omgekeerd moet Zwitserland zich aan de regels houden die binnen de interne markt en ‘Schengen’ gelden.

Die regels garanderen dat meerdere landen dezelfde criteria hanteren, zodat er eerlijke concurrentie is en burgers weten waar ze aan toe zijn. Milieuwetten. Voorschriften over hoeveel suiker er in muesli mag zitten. Regels voor veilig kinderspeelgoed, zodat het land waar de grootste speelgoedfabrikant zit de concurrentie uit andere landen niet kan weren met oneigenlijke nationale wetgeving. Deze regels worden vaak betuttelend gevonden. Maar als meerdere landen met verschillende wetten en gewoontes handel willen drijven, kom je hier niet onderuit.

Zwitserland neemt deze regels besmuikt over, zodat burgers het amper merken. Als ambtenaren uit EU-lidstaten onderhandelen over, zeg, het toelaten van grotere vrachtwagens, zitten de Zwitsers daar niet bij. Zwitserland, een belangrijk knooppunt voor vrachtverkeer middenin Europa, kan die regels niet beïnvloeden. In Zwitserse dorpjes háten ze megatrucks. Maar als je zeggenschap wilt, zeggen ze in Brussel, moet je EU-lid worden. Als de regels zijn opgesteld, wacht Zwitserland meestal een poosje. Ineens lees je dan in de krant dat het parlement morgen stemt over een nieuwe wet over... grotere vrachtwagens. Die blijkt vrijwel dezelfde als de EU-wet. Maar dat wordt er niet bij verteld. Parlementariërs die moeilijk doen krijgen te horen dat EU-trucks anders omrijden en het land dan inkomsten mist. Lastig om dan tegen te stemmen.

In Noorwegen gebeurt hetzelfde. De Noorse ambassadeur in Brussel volgt Europese toppen vanuit de perszaal, al worden er onderwerpen besproken die Noorwegen aangaan. Toch zijn veel Noren erg tevreden buiten de EU. Ander voorbeeld: de Denen hebben nooit de euro gewild, maar hun kroon zit al jaren aan de euro vastgeklonken om turbulentie te voorkomen. Ze hebben dus een eigen munt, maar die heeft enkel symboolwaarde. Hun monetaire zelfstandigheid is nul: zij volgen besluiten van de Europese Centrale Bank. Zwitserland wilde de frank niet aan de euro koppelen. Maar door de eurocrisis kochten beleggers zoveel franken, dat Zwitserse producten onbetaalbaar werden. Dat heeft Bern miljarden gekost. Nu hebben de Zwitsers die koppeling ook.

Nu klaagt Bern dat Zwitserse banken bepaalde producten niet meer aan EU-burgers kunnen verkopen, door nieuwe Brusselse bankregulering. De banken moeten eerst een filiaal openen over de grens. Voor kleine bankjes in Genève of Bazel, met legio Franse en Duitse klanten, is dit een ramp. Sommige bankiers smeken Bern om de EU-bankregels alsnog over te nemen. Ze hadden nu ongetwijfeld liever in een EU-land als Nederland gezeten, dat die regels tenminste naar zijn hand kon zetten.

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke zaterdag over Europa en politiek.