Chandra zoomt in op het schuim van de kosmos

Foto J.S. Sanders et al. / SDSS

De zon is een ster in het Melkwegstelsel. En in dat Melkwegstelsel bevinden zich nog enkele honderden miljarden andere sterren. Dat is al nauwelijks voor te stellen. Maar wat zien we op deze foto? Honderden sterrenstelsels die ieder miljoenen en miljarden sterren bevatten. Elk stipje is één zo’n stelsel, op de heldere stip rechtsboven na. Dat is een nabije ster die het beeld een beetje overstraalt.

De sterrenstelsels op deze opname van de Chandra-satelliet (van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA) vormen samen het hart van de Comacluster, waarin zich bij elkaar zeker duizend stelsels hebben verzameld. Ons eigen melkwegstelsel behoort met ruim vijftig grotere en kleinere sterrenstelsels tot een kleiner cluster, de Lokale Groep. De Comacluster is een van de meest nabije buurclusters, op ruwweg 320 miljoen lichtjaar van ons vandaan. Verder weg zijn nog duizenden andere clusters te vinden.

Die clusters zelf zijn ook gerangschikt: in superclusters die zich als langgerekte vellen uitstrekken over afstanden van een paar honderden miljoen lichtjaar. Uitzoomend lijkt de kosmos daardoor op een gootsteen vol schuim. De superclusters, en daarmee de clusters en de sterrenstelsels, bevinden zich op de vliezen van de zeepbellen en in de punten waar meerdere bellen elkaar raken.

Hoe die structuur is ontstaan, is nog een mysterie. Het vermoeden is dat de geheimzinnige donkere materie er de hand in heeft gehad.

De opname van de Comacluster laat in elk geval zien dat het systeem dynamisch is. De roodgloeiende gaswolken tussen de stelsels zijn turbulent en zenden röntgenstralen uit. En de roodgloeiende spiraalarmen linksonder tonen indirect dat de Comacluster 300 miljoen jaar geleden een groepje nabije sterrenstelsels heeft opgeslokt, zo schrijft een team astronomen deze week in Science.

Margriet van der Heijden