Bestuurderszonen die verdwaalden in de oppositie

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: de nieuwe positie van Buma & Brinkman

Ofwel: handreiking als verwachtingenmanagement

Het woord van de week was natuurlijk handreiking. Ik bedoel de handreiking van Buma zoals de Volkskrant die bracht: de openingszet van het CDA in het spel voor mogelijke verbreding van het draagvlak van de coalitie. Toch?

Later in de week kregen we andere woorden, ik weet het: JSF, das kleine Dorf, participatiesamenleving.

Over het laatste zal uitvoerig debat ontstaan, naar ik vrees met veel deskundigen die de Miljoenennota van afgelopen dinsdag niet helemaal uit hebben. Daarin staat namelijk dat het rijk nog steeds bijna 60 procent van alle uitgaven besteedt aan zorg en uitkeringen.

Dus ondanks dit debat, met of zonder Wouter Bos, staat vast dat die hele participatiesamenleving nog uitermate ver weg is: Nederland blijft een klassieke verzorgingsstaat.

Over de JSF leerde ik vlak na de zomervakantie, toen mensen de zon nog op het gezicht hadden, dat dit voor PvdA-politici een onmogelijke kwestie was geworden. Een lokale partijafdeling in Noord-Holland had een avondje met Frans Timmermans belegd. Het was warm, alles stond in bloei, het buitenleven lonkte.

Maar in een bijzaaltje van het plaatselijke hotel-restaurant zaten zeker tachtig PvdA-contribuanten klaar voor het Haagse bezoek. Oudere mensen waren het, veel mannen, veel snorren, en ze bleken bekend met de kleinste details van het JSF-vraagstuk.

Timmermans speelde zijn eigen eloquente ik. Je kon merken dat hij zich allang had neergelegd bij de aanschaf, want hij, zelfs hij, bleek de argumenten van de sceptici vlekkeloos te kunnen pareren. Hier gebeurde iets, dacht ik: begrip voor de redelijkheid van een minister die zelf zijn draai al had gemaakt.

Totdat ik deze week opnieuw contact zocht met PvdA’ers die ik er ontmoette. Hun mildheid was volledig verdwenen nadat ze hoorden dat Désirée Bonis, het vertrokken Kamerlid, de aanschaf van de JSF vorige maand al voorspelde, en ze dinsdag bovendien de andere bezuinigingsplannen vernamen: toen bekroop ze alsnog een gevoel van bedrog, zeiden ze.

Dus dat Samsom donderdag bij Pauw & Witteman een plotse manoeuvre maakte om zichzelf ruimte in het partijdebat te gunnen, was goed te volgen – net als de milde respons van Rutte daarop.

En evengoed zou het knap zijn als PvdA-leden hun leider, een jaar na zijn klinkende verkiezingszege, uitgerekend nu verder zouden verzwakken. Regeren is nu eenmaal geen abonnement op het eigen gelijk. En de komende maanden heeft diezelfde PvdA belang bij een leider die nieuwe risico’s durft te nemen: als men tenminste wil dat het kabinet overleeft.

Want dat was dus de interessantste ontwikkeling van de afgelopen week: het CDA dat zich los leek te weken van de eendimensionale oppositie uit de eerste helft van dit jaar. En bereidheid toonde het zwalkende kabinet tegemoet te komen – in Tweede en, vooral, Eerste Kamer.

Voor het eerst zei Buma onder welke condities hij Rutte II aan meerderheden kan helpen. Hij suggereerde dat hij openstond voor langzamere terugdringing van het tekort. Niet prettig voor de VVD. Ook keerde hij zich tegen het sociaal akkoord omdat hij de arbeidsmarkt sneller wil hervormen. Niet prettig voor de PvdA. Tot zover leek het CDA terug te vallen op zijn klassieke middenpositie.

Maar toen kwam het. Buma vroeg ook lagere lasten in 2014, een kleinere overheid en geen nivellering. Een herpositionering om rechts van Rutte uit te komen, verpakt als handreiking.

Buma had zijn keuzes deze keer afgestemd met Elco Brinkman, CDA-leider in de senaat, die me al in augustus zijn eisen voor het najaar had verteld. De senaatfractie zal tegen het belastingplan stemmen, zei hij, als daar lastenverzwaring en nivellering in zitten. De twee CDA-leiders hadden dus een gezamenlijke oppositiestrategie uitgestippeld. Het was de slotsom, bleek me in gesprekken met CDA’ers, van een ellendig half jaar in de binnenkamers van hun partij.

Om te beginnen is de werkelijkheid nu eenmaal dat die harde oppositie eigenlijk bij geen van beide mannen past. Ze spelen het, en niet heel goed.

Je hoeft er alleen hun biografie maar op na te slaan: beiden groeiden op als zoon van een dorpsburgemeester, in gezinnen waar de CDA-routine van besturen dagelijkse kost was: gezamenlijkheid zoeken, radicaliteit bestrijden, inderdaad: andersdenkenden de hand reiken. Vader Brinkman, bloedgroep AR, was eerste burger in een dorpje op Goeree-Overflakkee en later in Hardinxveld-Giessendam. Vader Buma, bloedgroep CHU, diende het algemeen belang in Workum en Sneek; ook Buma’s grootvader was burgemeester.

Dus deze mannen wéten waar de toekomst van het CDA ligt: in das kleine Dorf, zoals de uiterst succesvolle CDU van Angela Merkel dat noemt. Das kleine Dorf, met zijn hang naar conservatisme en zijn hekel aan polarisatie, vormt nog steeds de electorale basis van de CDU. Waar het CDA zijn rol als regisseur van het bestuur verloor, met alle instabiliteit van dien, behield de CDU die positie in Duitsland. Je hoeft geen professor in de politicologie te zijn om te snappen dat je das kleine Dorf ook in Nederland vermoedelijk niet terugwint met de keiharde oppositie zoals het CDA die eerder dit jaar af en toe bedreef.

Dit was het hart van het debat dat zich volgens ooggetuigen vanaf januari binnen het CDA voltrok: Brinkman die een constructieve oppositie bepleitte, soms afgewisseld met confrontatie, terwijl Buma van zijn fractie opdracht had het kabinet in gezichtsbepalende dossiers zomin mogelijk tegemoet te komen. Buma kreeg zijn zin.

Intussen moest hij maskeren hoe slecht zijn partij eraan toe was. Na het congres van 2010 over de PVV, een onkarakteristieke manifestatie van emoties, waren veel persoonlijke relaties bedorven. De nederlaag van 2012 maakte het er niet beter op: dit voorjaar raakte het partijbestuur verzeild in hopeloze persoonlijke conflicten, zonder inhoudelijke grondslag, en het vergde bemiddeling van oud-minister Liesbeth Spies om de partijsecretaris uit zijn functie gezet te krijgen.

Pas in de zomer kwam de partij toe aan strategische heroriëntatie. Ook een andere oudgediende, Wim van de Camp, leider van de Europese CDA-fractie, pleitte nu voor oppositie met de floret, niet de botte bijl.

Zo werden de geesten rijp voor die ‘handreiking’ aan de coalitie – met dien verstande dat, als je de ui afpelde, er hooguit een vingertje aangereikt werd. Geen nivellering in 2014 kan misschien nog lukken – zie Dijsselbloem vandaag in deze krant, op de pagina hiernaast. Maar terugdringing van het tekort in een lager tempo? Het is vragen om een nieuwe VVD-opstand tegen Rutte. Lastenverlichting, een kleinere overheid in 2014? Praktisch bijna onmogelijk. En van de PvdA vragen het sociaal akkoord op te geven, om zo de ruzie met de FNV en de eigen achterban op te voeren, net nu Samsom al zoveel moeite met zijn leden heeft, komt gevaarlijk dicht bij een zelfmoordverzoek.

Die hele handreiking stelde in de praktijk zo weinig voor dat Niek Jan Kesteren, als directeur van VNO-NCW een decennialange bondgenoot van het CDA, deze week in een blad van de SER schreef: „Van het huidige kabinet wil niemand dat het valt, maar als het valt, zal het ook niemand verbazen.’’

Maandag presenteert het CDA zijn ‘alternatief’ voor de begroting van Rutte II, daarna volgen de algemene beschouwingen. In de partij beaamt men dat Buma soms gesprekken met mensen uit de coalitie voert. Maar de kans op dat hij met de coalitie een principiële verbreding van het draagvlak overeenkomt, wordt uiterst klein geacht. Doormodderen, van dossier naar dossier, is de beste optie voor Rutte II, ook al kan dit elk moment tot een fataal ongeluk leiden.

Oppositie is nooit echt iets geweest voor de burgemeesterszonen Buma en Brinkman, ze raakten erin verzeild, als verdwaalde toeristen. Nog steeds kun je merken dat ze soms twijfelen, dat ze een oversteek naar het besturen soms zo gek niet zouden vinden.

In elk geval hebben zij met hun handreiking verandering van de beeldvorming bereikt, niet van de werkelijkheid. Het idee mocht niet ontstaan dat het kabinet, mocht het vallen, straks over de onwil van het CDA struikelt.

De handreiking als verwachtingenmanagement. Van mannen die de echte keuze – voor of tegen Rutte II – ook zelf liever ontlopen.