Bach, Swanson, L’inhumaine

Joyce Roodnat

De Nederlandse Bachvereniging gaat „alles van Bach” uitvoeren, zegt de directeur. Niet omdat zij vindt dat de Bachvereniging zoiets te doen staat, maar omdat daarmee „mecenassen, sponsors en fondsen” kunnen worden verleid. Hoe het project heet? All of Bach. Natuurlijk. Bach is elitair, daar helpt geen lievemoederen aan, maar zo trek je dat een beetje recht.

Nu nog vlagt de website van de Bachvereniging met haar „innovatieve programmakeuze en gedegen onderzoek” om zodoende „telkens weer nieuw licht op het werk van Bach en tijdgenoten” te werpen. Mooie pretenties die precies de meerwaarde van de Bachvereniging definiëren.

All of Bach is een paniekreactie en die is te begrijpen, nu de gemeenten gluiperig de strop om de nek van de kunsten aanhalen, nadat het Rijk was begonnen met wurgen. Immers, dit zijn geen bezuinigingen, dit is vandalisme. Het levert nauwelijks iets op en het walst plat wat toch echt door de eigen fondsen en commissies werd gewaardeerd met positieve adviezen.

Maar toch. De Bachvereniging kiest voor de mentaliteit van drogisterijketen Kruidvat met zijn cd-boxen. Dat waren nog eens verkoopsuccessen. Alles van Vivaldi. Alles van Mozart, op 170 cd’s in één doos. De Bach Complete Edition hadden ze trouwens ook. Ze werden massaal aangeschaft. En vervolgens werden ze niet beluisterd. Want ‘alles’ is niks. Waar moet je beginnen? En als je begint, hoe krijg je er greep op, hoe moet je dan luisteren?

Mecenassen tellen mee en tevreden sponsors zijn van levensbelang. Maar terwijl highbrow populariseert, nemen ze aan dat lowbrow doodsbenauwd is voor iets bijzonders.

De Bachvereniging bestaat voor geen reden van bestaan als zij niet in de eerste plaats denkt aan haar publiek. Zij moet dat belang overbrengen aan de geldschieters, niet Bachs reputatie wezensvreemd uitbuiten.

Eigenlijk worden er veel te vaak kunstenaars onbezonnen ingelijfd. Ik krijg een roman opgestuurd, van Monika van Paemel. Op het omslag pronkt het portret dat Edward Steichen in 1924 maakte van een van Hollywoods spannendste actrices: Gloria Swanson – 25 jaar, een zwartkanten voile strak over haar gezicht. Ze was een ster in de zwijgende film en dat was ze nog altijd in 1950, in het meesterwerk Sunset Boulevard. Maar dan dringt de titel van het boek tot me door. Weduwenspek. Wat een hatelijk woord. En wat heeft dat in ’s hemelsnaam te maken met Gloria Swanson, met Steichen, met hun kunst?

Niets.

Roept die machtige foto dan op zijn minst de sfeer van de roman op?

Nee.

De foto is gekaapt. Met de zwartkanten voile als excuus (weduwe = rouw = voile) degradeert het boekomslag van Weduwenspek de foto, machtig werk van Steichen en Swanson, tot een vals voorwendsel.

Hoe het ook kan, zie ik in Rotterdam, in theater LantarenVenster. Daar begeleidt het Metropole Orkest de zwijgende film L’inhumaine, toevallig ook uit 1924, van de Franse avant-gardist Marcel L’Herbier. Rond een romige diva, fel als Gloria Swanson, ontspint zich een verhaal van jaloezie en eigenwaan. Maar het echte onderwerp is het geloof uit die dagen in de moderne tijd, met de techniek als de nieuwe magie en de kunst als levenselixer. De kubist Fernand Léger ontwierp de decors. Gul mixen zijn geometrische figuren en golflijnen zich met de close-ups en met de art-decomantels en -japonnen van de modelegende Paul Poiret.

Ik zit op de derde rij. Een orkestbak is hier niet. Er wordt tot onderaan de tribune gespeeld, met onverwacht intiem effect. Het orkest is eigenlijk te groot, en dus lekker dichtbij.

De oorspronkelijke score van Darius Milhaud ging verloren. De muziek die ik hoor, is een symfonie met wolkjes jazz en troebele romantiek. Soms bitter, soms zacht. En op het juiste moment is er een woedende wals. Het geheel is geschreven door een team van veertien veelal jonge componisten, onder leiding van Loek Dikker en tot een eenheid gesmeed door Bob Zimmerman.

De muziek beneden en de film boven op het doek vermengen zich tot een amourette van beeld en klank. Samen omhullen ze de toeschouwers. We worden deel van dit kunstwerk dat 89 jaren overspant, in een eenheid van stijlen en vormen, van hoge kunst en lage lusten, van populair en elitair. En we worden getroffen door het besef: dit is een meeslepend moment in het hier en het nu. En wij zijn erbij.