4 dames, 1 domein

Lidewij van Wilgen maakte vroeger reclame. Nu maakt ze wijn in Zuid-Frankrijk. ‘Je stopt een deel van je leven in een fles.’

L

idewij van Wilgen neemt een slok van haar eigen witte wijn. „Zo lekker. Ik drink ‘m nog haast iedere dag.”

De wijn die ze voor de lunch op het terras van haar domein Mas des Dames heeft opengetrokken staat op de kaart bij sterrenrestaurants in Londen en kreeg hoge beoordelingen van internationale wijntijdschriften. „Je proeft dat de druiven van een perceel komen waar oesterfossielen in de bodem zitten. Daardoor is ’ie zo fris”, zegt ze. „Is dat niet geweldig? Dat je hier iets ontzettend lokaals produceert dat vervolgens door mensen in hippe tenten in Londen en San Francisco gedronken wordt? ”

Van Wilgen (45) is een van de meest gevierde Nederlandse wijnmakers van Frankrijk. Ze produceert jaarlijks totaal zo’n 50.000 flessen wit, rood en rosé, leverde een wijn voor de business class van KLM en doet sinds kort zaken met China. In 2008 werd haar rode ‘La Dame’ met 91 uit 100 punten door de gezaghebbende Wine Spectator uitgeroepen tot beste uit de Languedoc.

Elf jaar geleden trok Van Wilgen met haar toenmalige man en drie jonge dochters van Haarlem naar Murviel-lès-Béziers, een dorpje van nauwelijks 2.500 zielen diep in het zuiden van Frankrijk. In Nederland had ze alles: een goede baan in de reclame, een man en een mooi huis in een gewilde buurt. Maar het materialistische yuppenleven werd iets te voorspelbaar. „Het is als een geheel verzorgde vakantie bij ClubMed: een vast stramien waarin jij dezelfde gefabriceerde leuke dingen doet als al die mensen om je heen, als iedereen die voor en na jou kwam”, schrijft ze in haar in 2011 verschenen boek Het domein.

„Dan kun je nog twintig jaar hetzelfde doen, maar je kunt ook het roer omgooien. Ik wilde uit de reclame en naar het buitenland. Wijn maken was de grote droom van mijn man en een beter plan had ik niet”, erkent ze laconiek.

In de Bordeaux, waar de landgoederen onbetaalbaar bleken, verkondigden kenners dat de Languedoc-Roussillon de plaats was waar het gebeurde: de ‘nieuwe wereld van de Franse wijnen’. Na enig zoeken vonden ze dit verwaarloosde domein, 14 hectare groot. Anders dan de vaak grotere landerijen in deze streek was dit domein sinds de achttiende eeuw nauwelijks veranderd, en leek het door de bomen rond de kleine wijngaarden goed geschikt voor biologische wijnbouw.

Maar echtgenoot Aad, hij werkte in Amsterdam in de reclame, kreeg heimwee en moest nog vaak voor klussen naar Nederland, terwijl Lidewij met de kinderen in Frankrijk bleef. Na een paar maanden tegenslag en vooral veel heen en weer reizen stelde hij voor het domein te verkopen. „Maar dat wilde ik echt niet. We hadden een groot feest gegeven toen we weggingen, iedereen vond ons stoer en we waren net begonnen. Een plan B had ik niet.”

Van Wilgen schreef zich in bij de lokale landbouwschool en leerde zelf wijn maken. „De meeste mensen met geld die een domein kopen, huren allemaal personeel in voor de wijngaarden en de vinificatie. Dan ontvang je gasten op de veranda en als je geluk hebt kun je soms nog wat meeproeven als de assemblages worden gemaakt. Inmiddels kan ik me voorstellen dat personeel het ook makkelijker kan maken. Ik heb het de hard way gedaan en dat heeft me mijn huwelijk gekost.”

Ze vertelt wat volgde: ze was eenzaam, kende bijna niemand en woonde, vanwege de slepende verbouwing, lange tijd met de drie meisjes in één kamer. „Het voelde hier als de middle of nowhere”, zegt ze, uitkijkend over de landerijen. „De mensen in het dorp konden alleen over rugby en de jacht praten. Niemand die mij eens vroeg hoe het ging.”

Ze werkte hard, voor de wijn. Deed bijna alles zelf. „In mijn vorige werk was ik best goed. Dan ga je niet alles opgeven om een of ander slobberwijntje te maken”, zegt ze over haar ambities. „Bovendien: als je een goede wijn maakt, dan kom je ook in leuke circuits van sommeliers en wijnhandelaren; dan zijn er restaurants die een maaltijd rond je wijn willen maken. Dat is veel interessanter dan een eenvoudige fles die in de supermarkt belandt.”

Vakantiegangers

Het is een lome donderdagmiddag aan het eind van de Franse zomer. Straks komt een groep Hollandse vakantiegangers wijn proeven. Ze kennen haar van het boek of zijn door de eigenaren van hun camping of gîte op het wijndomein gewezen. De drie verfranste dochters, de andere ‘dames’ uit de naam die op de flessen staat, helpen bij alle werkzaamheden.

Na de zware jaren is alles nu „genormaliseerd”. Van Wilgen heeft een hulp in dienst die veel ploegt en snoeit, ze is aardig geïntegreerd in de buurt en heeft een nieuwe partner. Het wijn maken brengt haar meer dan ze ooit gedacht had. „Je condenseert een deel van je leven in een fles”, zegt ze. „Het hele jaar is opgehangen aan de seizoenen. Op kantoor is je ritme altijd zo’n beetje gelijk. Nu heb ik de spanning van de oogst, het wijn maken... en aan het eind van het jaar begin ik weer op een schone lei. Prachtig.”

Alles gaat nog steeds met de hand, zelfs de oogst. „Eigenlijk werk ik veel te duur voor wat ik voor mijn wijn vraag”, erkent ze. „Ik hanteer snoeitechnieken die in de Bordeaux of de Bourgogne gebruikt worden om niet te veel druiven te krijgen, zo krijg je een betere kwaliteit. Maar daar kunnen ze drie keer meer voor een fles vragen dan hier.”

Is dat niet wat weinig commercieel voor iemand die in de reclame werkte? Ja. Maar daarvoor was ze hier dus niet. „Ik kan er van leven, dat is prima. Die topsommeliers en cavisten willen een wijn zelf ontdekken. Als je met glimmende folders aankomt, dan ben je niet meer sympathiek. Mijn wijn moet geen marketingding worden.”

Rondleidingen op afspraak, masdesdames.fr