1990: Eerste rapport ‘Gemiddelde temperatuur stijgt’

Foto AP

In 1990 verschijnt het eerste rapport van het IPCC. De gemiddelde temperatuur op aarde, schrijven de wetenschappers, is sinds het begin van de twintigste eeuw ongeveer met een halve graad gestegen. Het panel durft nog niet te zeggen dat die stijging de schuld is van de mens of het gevolg van natuurlijke variatie.

Vijf jaar later is die duidelijkheid er nog steeds niet, al neemt de zekerheid toe: ‘The balance of evidence suggests a discernible human influence on global climate’. Hier lijken eerder juristen aan het woord dan wetenschappers: het bewijs is nog niet boven elke twijfel verheven, zoals het strafrecht vereist, maar civielrechtelijk zou je er een heel eind mee komen.

Pas in het derde rapport (2001) wordt vastgesteld dat de recente opwarming ‘likely’ (waarschijnlijk, op de IPCC-onzekerhedenschaal is dat een kans van meer dan 66 procent) het gevolg is van menselijke activiteit. En in het vierde rapport (2007) is die waarschijnlijkheid nog een stuk groter geworden. De wetenschappers noemen de kans nu ‘very likely’, meer dan 90 procent.

Het vierde rapport staat vol krachttermen: de bevindingen zijn ‘robuust’; de opwarming blijkt ‘onmiskenbaar’ uit temperatuurmetingen van atmosfeer en oceaanwater, uit het wereldwijd smelten van gletsjers en poolkappen en uit de stijging van de zeespiegel; de gevolgen zullen ‘bijna zeker’ toenemen; en zelfs als de concentratie van broeikasgassen stabiliseert, zullen opwarming en zeespiegelstijging nog eeuwenlang doorgaan. Als we niets doen, kunnen de gevolgen op termijn zo groot zijn, dat natuur en mens niet meer in staat zijn zich volledig aan te passen.