Zij was de storm, bliksem en vleesgeworden nachtmerrie

‘Neil Gaiman, bekende schrijver, in ’t geheim’. Zo luidde de kop van een recente column in deze krant die Ellen de Bruin schreef over een door Polare georganiseerde signeersessie die tot verbazing van genoemde boekenwinkel zoveel Gaiman-fans op de been bracht, dat velen de toegang geweigerd moest worden.

De bizarre rel die dit tot gevolg had, zal Gaiman zelf hebben opgevat als een bevestiging van het idee dat achter iedere werkelijkheid een andere werkelijkheid schuilt en dat het perspectief verandert met waar je staat, een thema dat als rode draad door zijn oeuvre loopt.

Gelukkig biedt De Oceaan aan het einde van het Pad (The Ocean at the End of the Lane) een uitgelezen kans om alsnog kennis te maken met de ‘mystery-writer’. De roman is karakteristiek voor Gaimans schrijverschap en scherpzinnige vertelkunst, waarin hij voor het eerst jeugdherinneringenheeft verwerkt.

Dat laatste betekent niet dat hij – gelabeld als ‘fantasy master’ en ‘a treasure house of story’ – je een waarheidsgetrouwe weergave van zijn jeugd geeft. Behalve het landelijk gelegen huis in Sussex waar hij met zijn zusje opgroeide en weg droomde in zijn eigen hoofd en in fantasieboeken als Alice in Wonderland, zijn de feitelijke overeenkomsten tussen de jeugd van de volwassen verteller uit The Ocean at the End of the Lane en die van Gaiman beperkt. Gaimans verhaal lijkt vooral geïnspireerd door de wereld die hij als kind van binnenuit beleefde. Het resultaat is in alle opzichten magisch. Gaiman speelt knap met het gegeven dat herinneringen vervagen en vervloeien en verworden tot verhalen om anderen te vertellen. Emoties worden uitvergroot en gebeurtenissen nemen mythische proporties aan.

Dat is precies wat de naamloze verteller overkomt wanneer hij – na een begrafenis – terugkeert naar het land van zijn jeugd. Bij de eendenvijver naast de stokoude boerderij waar zijn oudere jeugdvriendinnetje Lettie Hempstock met haar moeder en grootmoeder woonde, komen verborgen herinneringen bovendrijven en reist hij terug naar de tijd toen de vijver nog ‘een oceaan’ was en nachtelijke schaduwen ‘monsters’ leken.

Achter deze buitenmaatse beelden van vroeger schuilt een weemoedig verhaal dat rond een aantal aangrijpende gebeurtenissen cirkelt die kort na de mislukte viering van zijn zevende verjaardag plaatsvinden. Daarmee is het boek verwant aan Gaimans The Graveyard Book, over de verweesde Nim die als jongeman op zoek gaat naar zijn wortels en ontdekt dat het kerkhof waar hij dacht te zijn grootgebracht door geesten, is veranderd in een ‘gewone begraafplaats’.

Dat in The Ocean at the End of the Lane de werkelijkheid (van het kind dat de verteller is ) op zijn kop wordt gezet, komt allereerst door de aanblik van het lijk van de mijnwerker die zijn ouders als huurder in huis hadden gehaald en klaarblijkelijk zelfmoord heeft gepleegd. Vanaf dat moment is niets meer wat het lijkt. De jongen wordt overmand door oerangsten en zijn verbeelding slaat op hol.

Wanneer de jongen vervolgens ontdekt dat de nieuwe oppas – Ursula Monkton – zijn vader verleidt, weet hij waar de duivel zich ophoudt en vlucht hij naar de boerderij van de Hemstocks, die troost en een doorgang naar een andere wereld belooft.

Dat levert een van de meest ontroerende en filmische scènes op. In de donkerte van de nacht, terwijl het stortregent en de wind huilt en Gaiman de donder effectief laat grommen en rommelen, realiseert het kind zich dat ‘de trein van zijn leven definitief van spoor is gewisseld’ nu ‘de volwassen wereld met al zijn kracht en zijn geheimen en al zijn dwaze terloopse wreedheid’ zich aan hem heeft geopenbaard in de monsterlijke gedaante van Ursula Monkton. Zij ‘was de storm’, herinnert de verteller zich, ‘en de bliksem’. Zij was ‘elke heks, elke vleesgeworden nachtmerrie’.

Wat werkelijkheid, herinnering en droom is doet er niet toe. Wat je moet geloven al evenmin. Hier is een volwassene aan het woord die fijnzinnig verbeeldt hoe hij als kind andere werelden kon betreden omdat zijn fantasie inwisselbaar was met de realiteit. Natuurlijk geloof je hem. Natuurlijk geloof je Gaiman. ‘In deze wereld is geen verschil tussen symbool en werkelijkheid’, schreef hij ooit in zijn veelgeprezen ideeënroman American Gods. ‘Het leven is datgene wat gebeurt als je leeft’.

Mirjam Noorduijn