Vunzig vuil vod

Naar elk Artisnieuwtje ben ik nieuwsgierig. Zo leef ik al sinds 27 augustus mee met chimpansee Amber. Zij kreeg die dag haar zoontje Ajani. Haar vorige jong overleed al na 12 dagen, dus elke keer als er op Twitter iets over Artis verschijnt hou ik mijn hart vast.

Gelukkig gaat vooralsnog alles goed. Maar er gebeuren meer interessante dingen in de Amsterdamse dierentuin. Deze week werden er door timmermannen verzetsgedichten aangetroffen in het Salmhuisje. Verzetspoëzie, verstopt tussen de dakbalken van een dierentuin.

Daar gaat mijn fantasie mee aan de haal. Ik zocht op internet de plaatjes van de gedichten en zag – precies zoals ik het me had voorgesteld – een vergeeld velletje met een getypt gedicht: ‘Uit het diepst van myn hart.’ Ik vond het nog mooi ook. Een strofe:

Ik snak naar een echte Hollandse krant,

Die haar mening weer ronduit kan schryven.

Ik snak weer naar daden in Hollandse trant,

Ik die Hollander ben en wil blyven.......

Je wil toch weten wie het gedicht daar heeft achtergelaten en hoe het met die persoon is afgelopen. De laatste regels luiden: ‘Ik snak naar dien dag, dat hy kome heel gauw: / Ik snak naar een land vol van Rood, Wit en Blauw.’ Heeft hij of zij die dit gedicht verstopte deze dag nog meegemaakt? Nog voor ik die gedachte kon loslaten verscheen er een nieuw bericht op de website van AT5: ‘Verzetsgedicht in Artis mogelijk overgeschreven’. Het Noordhollands Dagblad zou aanwijzingen hebben dat de gedichten al eerder naar buiten zouden zijn gebracht. Het zou hier gaan om een overgetypt gedicht. Ik was verbaasd. Ik dacht dat ik een romanticus was, maar het was zelfs nog geen moment in mij opgekomen dat er in het Salmhuisje in Artis een snakkende dichter ondergedoken had gezeten wiens kroonjuweel zojuist was ontdekt. Natuurlijk is dit een overgetypt gedicht! Hoe moest verzetspoëzie anders rond gaan tijdens de oorlog? Drukkers werden bij bosjes neergeschoten.

Toevallig heeft de uitgeverij waar ik voor werk bijna twintig jaar geleden een bundel met verzetspoëzie uitgegeven. Ik pakte Nooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter liefgehad er even bij. En inderdaad, verdomd: op pagina 125 staat hetzelfde gedicht, toegeschreven aan zowel Alex de Jong als H. Van Oranje, Marten B. Osinga, Van Tol en J.J.G. Zwanniken. Valt er heden ten dage al weinig brood te verdienen met poëzie, aan verzetspoëzie viel uiteraard al helemaal weinig eer te behalen tenzij die eer je liever was dan je leven. En toch kan ik me goed voorstellen dat honger, verdriet, angst en wanhoop net iets beter te verdragen waren na het lezen van zo’n passage:

Ik snak naar de dag, dat de laatste Germaan,

Zonder Sieg, zonder Heil, naar zijn Heimat zal gaan.

En zijn smerige vlag, die ons land thans besmeurt,

Als een vunzig vuil vod door de goot wordt gesleurd.

Wat maakt het uit dat het gedicht al lang bekend was? Het is goed dat ze af en toe weer even opduiken, bijvoorbeeld op een plek waar alleen de dieren niet in vrijheid leven.