Topdebutant Macklemore houdt van heldere rap en het grote gebaar

De muzikaal interessantste rapper stond gisteren in het voorprogramma. Chance The Rapper uit Chicago maakte vooralsnog de beste hiphopmixtape van 2013 met zijn Acid Rap: een vindingrijke, creatieve plaat van een frisse, veelzijdige vocalist die scat en improviseert met melodie, rijmschema’s en treffende details. Maar live vallen sterke nummers als Pusha Man en Everybody’s Something tegen. De soepele stemklanken van Chance verdrinken in de harde beats van zijn dj Oreo, die met platte hitjes het Top 40-publiek probeert mee te krijgen in de subtiele en soulvolle fijnproevers-hiphop, die in de immense muziekhal verwaait.

Bij de keurige raps-met-een-poprefreintje van hoofdact Macklemore & Ryan Lewis uit Seattle, gebeurt het omgekeerde. De rapper en producer winnen live juist aan intensiteit. Voorman Ben ‘Macklemore’ Haggerty rapt rustig, helder en vol vuur, betrekt het publiek steeds bij zijn optreden, en houdt van het grote gebaar. Wanneer hij in megahit Same Love rapt over de homofobie in hiphop, wordt achter hem een foto van Martin Luther King geprojecteerd.

Macklemore is een rustige, heldere rapper. Ondanks de strijkers, blazers en percussionisten, en alle confetti en vuurwerk, eist zijn stem alle aandacht op. De succesvolste Amerikaanse hiphopdebutant in jaren, rapt over grote thema’s – gelijkheid, verslaving, consumptiedrang – maar vaak in een voor de hand liggend stramien. Het blokje ‘afkickmuziek’ leidt hij in met een speech over zijn eigen verslavingsverleden, en in Starting Over wordt die dramatiek dik aangezet, met melancholische natuurbeelden, strijkers, koper en kitscherige koorzang.

Bij And We Danced vervalt hij, met pruik en cape, in schooltoneel. Macklemore brengt zijn muziek vol overgave en als ronkend, effectief entertainment maar mist ook live net dat beetje extra; de creatieve eigenzinnigheid die support-act Chance The Rapper wel tot boeiende, nieuwe stem maakt.