Straffen als voorschot op het hoger beroep is vrij dubieus

Liever een klap te veel dan een te weinig. Die geest ademt het wetsvoorstel van minister Opstelten (Justitie, VVD) om celstraffen meteen uit te voeren, ongeacht hoger beroep. Het kabinet neemt zo doelbewust het risico dat de hogere rechter verdachten vrijspreekt die hun straf dan al hebben uitgezeten. Maar dat maken we dan wel weer goed met schadevergoeding, zo liet hij de Tweede Kamer gisteren weten.

De geloofwaardigheid van het strafrecht en de belangen van het slachtoffer wegen zwaarder dan het recht op vrijheid en het onschuldbeginsel, geeft het kabinet eerlijk toe. Een karakteristiek kabinetsvoorstel dus: burgerrechten wijken voor repressie.

Feitelijk vermindert het kabinet de controle op de lagere rechter. Althans in ernstiger zaken waarbij straffen hoger dan twee jaar (of één jaar, bij slachtoffers) worden opgelegd. Hoger beroep wordt aldus mosterd na de maaltijd en intussen stijgt het aantal ten onrechte opgesloten burgers onverminderd verder. In 2011 moest Justitie al 11 miljoen euro schadevergoeding betalen. Dit voorstel zal dat bedrag verder omhoog brengen.

Belangrijkste bezwaar is de aantasting van het onschuldbeginsel. Volgens het mensenrechtenhof in Straatsburg mogen rechtsstaten niet-onherroepelijke veroordelingen toch prompt uitvoeren als dat terughoudend en zorgvuldig afgewogen wordt gedaan. Zo mogen fiscale boetes alvast worden geïnd. Maar dan vooral omdat die door terugbetaling werkelijk ongedaan kunnen worden gemaakt. Vrijheidsstraffen niet. Die kunnen alleen worden gecompenseerd.

Of ‘Straatsburg’ straks deze inbreuk op het beginsel dat iedereen onschuldig is totdat het tegendeel ónherroepelijk vaststaat, terughoudend en zorgvuldig vindt, blijft een open vraag. Principieel heeft het Hof echter geen bezwaar. Ook dat is het opmerken waard.

Tegelijk is het de vraag naar welk probleem deze oplossing op zoek is. Dit betreft een klein groepje verdachten. 90 procent van alle celstraffen in Nederland is kórter dan een jaar. En 85 procent van de verdachten van misdrijven waarop meer dan een jaar staat, wordt door de rechter al lang en breed vast gehouden. Namelijk in voorarrest. Dit moet dus wel gaan over verdachten die voortvluchtig zijn, niet verschenen of anderszins onvindbaar. Het gewenste beeld van arrestatie ter zitting is daar niet reëel.

Het kolossale probleem van de onvindbare veroordeelden zal ook niet veel kleiner worden. Justitie heeft een voorraad van 15.696 veroordelingen. Hoofdzakelijk minder ernstige zaken. In 96 % van de zaken is de straf korter dan een jaar. Het kabinet doet er beter aan het aantal onschuldig opgesloten burgers juist zo klein mogelijk te houden. Ook dat bevordert vertrouwen in de rechtsstaat.