Seks? De macht van het woord

Met een trilogie – 25, 45 en 70 – dienen drie jonge auteurs de schrijfster E.L. James van repliek, in literair en pornografisch opzicht.

Machtig interessant, die Vijftig tinten-reeks – als fenomeen. Filosoof Ad Verbrugge was ook gefascineerd door de lezeressen van E.L. James, en schreef erover in zijn boek Staat van verwarring. Waarom smulden al die vrouwen van de sm-relatie van de onderdanige Anastasia en de dominante Christian Grey?

Het ging volgens Verbrugge ‘om een gedeelde vormentaal tussen man en vrouw met een haast ritueel sacraal karakter’ (Boeken, 28.06.2013). Wat je daar ook van moet denken: interessant is in elk geval dat Vijftig tinten-seks pas zinnenprikkelend wordt wanneer er sprake is van een scheve machtsverhouding.

Die hype en die verhouding verdienden een literair antwoord, vonden drie heren van een nieuwe schrijversgeneratie. En nu is er hun trilogie, waarin die machtsseks in praktijk wordt gebracht, wordt ontleed en beschouwd. De drie schreven over één hoofdpersoon, Hanna, wier (seks)leven we volgen in boeken die haar leeftijd als titel hebben. 25 van Jamal Ouariachi, 45 van David Pefko en 70 van Daan Heerma van Voss.

Het antwoord is in literair opzicht heel aardig gelukt, al ligt dat niet per se aan de literaire verfijning van de beschreven seks. Zo doet de meest beklijvende metafoor van de trilogie, van Ouariachi (over een mannelijk lid: ‘eerst nog een slappe zeeslak, al snel een hard en kloppend dier op mijn tong’), eerder rillen van walging dan van opwinding. Wel origineel, niet lekker. Ouariachi kan ook wél lekker schrijven (maar weer minder origineel): seksscènes waarin zó weinig verhuld wordt dat hier volstaat te zeggen dat het werkt, in de context van het boek.

Die context is een onderzoeking à la Verbrugge met literaire middelen. Ouariachi’s 25 gaat over seks en over machtsverhoudingen, en wel op zo’n manier dat de lezer geregeld de speelbal van de machtige auteur is. Het verhaal speelt zich af op Koninginnedag 2013, de dag dat Hanna na een langdurig kluizenaarschap weer onder de mensen komt. Haar liefdesverdriet hield haar binnenshuis, zo vertelt ze een knappe Amerikaan die meevaart op een partyboot door de Amsterdamse grachten. Hanna verleidt hem te luisteren naar haar verhaal over haar verloren liefde Arthur, verlekkert hem met onverbloemde seksscènes en brengt hem met haar woorden in opperste staat van opwinding.

Op cruciale momenten onderbreekt Ouariachi het relaas, wat werkt als uitstel tussen de lakens: het is een moment van machtsovername en op den duur een vergroting van het genot. Zo lijkt 25 lange tijd niet zozeer literair, als wel effectief – zoals het domweg zindert, zo veel snelle zinnen als erin staan en zo eenvoudig als Hanna’s seksbeleving aansluit bij wat de fantaserende man behoeft. Dat laatste is natuurlijk verdacht – totdat Ouariachi zijn kaarten uitspeelt. ‘Dit is hoe ik het wil’, laat hij Hanna de lezer toevertrouwen: ‘Niet hoeven leuren met mijn zielige verhaaltje, maar dat ze aan mijn lippen hangen, de mensen. Dat ze smeken: vertel verder, alsjeblieft.’

Aan de volgende passanten met een luisterend oor dist Hanna een andere variant op van dezelfde liefdesgeschiedenis. De goede verstaander voelt zich dan mooi ‘genomen’ door het eerdere effectbejag – en zo wordt de lezer ingenieus deelgenoot van zo’n paradoxaal lekkere machtsverhouding. Seks gaat bij Ouariachi om macht, en niet in de laatste plaats om de macht van woorden. Hij slaagt er bovendien in om van 25 de hedendaagse versie te maken van eerdere kroningsboeken annex tijdschetsen De slag om de Blauwbrug (1981) van Van der Heijden en Bericht aan de rattenkoning (1966) van Mulisch. Tegen het einde van de Inhuldigingsdag, nota bene gedrogeerd na een doorwaakte nacht, constateert Hanna dat het ‘lekker kan zijn om je over te geven aan een machthebber’. De nieuwe koning, een minnaar, de oranjeverbroedering, een roes van drank en drugs, pornografie – het zijn in de roman allemaal verleidelijke machthebbers, in innige verstrengeling.

Zo’n prikkelend eerste deel is voor David Pefko niet gemakkelijk te evenaren. Het is treurigheid troef in het leven van de middelbare Hanna. De 45-jarige is een morsige, alleenstaande vrouw, die een huiskamerkroeg frequenteert en daar soms een wanstaltige man oppikt, om dan te belanden in zijn ‘krakende art-deco-bed, dat vol sigarettenas en broodkruimels lag’. Ze loopt bij een psychiater, bij wie ze kan malen over haar mislukte leven, en haar vleselijke lusten beperken zich tot het culinaire.

45 leest alsof Pefko wilde tonen hoe het leven van een 45-jarige er werkelijk uitziet: de bittere achtergrond van de mommy porn. Hij doet dat in ‘fletse, heldere kleuren en zelfs in zijn monochrome stand die misschien zo nu en dan te in your face zijn, en vlak lijken, maar wel een grotere oprechtheid bezitten’, om een citaat uit een recensie te lenen van de ‘Canon 5D Mark III’, want Hanna werkt inmiddels als fotografiejournalist.

Hoe oprecht ook: Pefko’s monochrome realisme smoort de lust om door te lezen. Er is een episode die voor enige opwinding zorgt, waarin Hanna een korte lesbische escapade beleeft, maar die is zo krukkig in het verhaal geplant (na een botsing op de fiets komt van het één het ander) dat hij uit de toon van de roman valt.

Het gepsychologiseer neemt een nieuwe, overtuigender wending in het slotdeel 70 van Daan Heerma van Voss. ‘Ik ben nog toonbaar’, laat hij de bejaarde Hanna denken: inmiddels jaagt ze in hotelbars op mannen die ze overmeestert voor vluggertjes. ‘Maar waarom?’ vraagt haar psychiater – en eindelijk neemt ze de vraag op de divan serieus. De psychiatrische gesprekken vormen de kern van 70, dat daardoor een buitengewoon cerebraal, bijna klinisch boek is. Er wordt herinnerd, gemijmerd en gefilosofeerd. Het heeft, net als Heerma van Voss’ roman De vergeting, meer van een gefictionaliseerd essay dan van een roman – en tussen de slimme oneliners door bedient hij zich ook weer van irritante mooischrijverij ( ‘De wijn is inderdaad koel, hij galvaniseert mijn keel’).

Dat neemt niet weg dat die psychologische ontleding van Hanna, van wat er in de eerdere delen is geïnitieerd, interessant is. Heerma van Voss ontleedt haar verslaving aan het spel van de seksuele fantasie, haalt de vagina dentata van stal en schampt langs Freuds Madonna-hoer-complex. Dit moet je Heerma van Voss nageven: je gaat er gemakkelijk in mee, voelt je verlicht en onderricht. Maar de grote hoeveelheid duiding en het gemak waarmee de therapie aanslaat, maken Hanna’s psyche uiteindelijk toch weer schematisch, simpel. Probleem gevonden, patiënt genezen – van literatuur verwacht je iets anders.

En dan hebben we het over de opwinding die 70 teweegbrengt nog niet eens gehad: die is zuiver geestelijk van aard. Ouariachi blijft de enige van de drie die een waarlijk prikkelend boek heeft geschreven – in literair én pornografisch opzicht.