Ook bovengronds onderzoek schaliegas

Minister Kamp besloot deze week het besluit over schaliegas uit te stellen. Het advies van onafhankelijke experts gaf de doorslag.

Bewoners van de Noordoostpolder protesteerden afgelopen woensdag tegen mogelijke proefboringen naar schaliegas. Die zijn op de lange baan geschoven. Foto Herman Engbers

Het debat over proefboringen naar schaliegas nam deze week een verrassend wending. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) vindt dat meer onderzoek moet komen voordat hij kan besluiten over proefboringen. In een nog op te stellen ‘structuurvisie’ moeten niet alleen de ondergrondse omstandigheden worden onderzocht, maar ook de bovengrondse. De resultaten van deze nieuwe studie zullen pas op zijn vroegst eind volgend jaar beschikbaar zijn.

Met zijn besluit volgt Kamp het advies van de Commissie milieu-effectrapportage (MER). Opvallend was dat dit advies bijna twee weken eerder werd uitgebracht dan gepland. Lambert Verheijen is de voorzitter van deze MER-commissie.

Vanwaar de plotselinge haast? Heeft u daar zelf toe besloten?

„Nee, dat is gebeurd op verzoek van de minister. Hij wilde het advies hebben vóór de hoorzitting over schaliegas in de Tweede Kamer. Hij heeft in feite het tussenadvies gevolgd dat wij in de zomer hebben uitgebracht. Daarin zeiden we dat het onderzoek van ingenieursbureau Witteveen en Bos te beperkt was. Dat onderzoek stelt dat de risico’s van boren naar schaliegas beheersbaar zijn. We hebben de minister woensdagmiddag geïnformeerd over het advies. Op zijn vraag of hij met een ‘structuurvisie’ aan de kritiek tegemoet kon komen, hebben wij positief gereageerd.”

Waarin verschilt een structuurvisie van het eerdere onderzoek?

„Het onderzoek van Witteveen en Bos gaat uit van een beperkte opvatting van veiligheid: namelijk die onder de grond. Een structuurvisie gaat ook over de belangen aan de oppervlakte en is veel breder. Het gaat om ruimtelijke ordening en geeft gemeenten en burgers de gelegenheid om hun mening te geven. De vraag is of schaliegaswinning valt te combineren met bestaandebebouwing, de kwaliteit van landschap en met mogelijke negatieve effecten op natuurgebieden.”

Wie voert zo’n structuurvisie uit?

„Die wordt openbaar aanbesteed. De MER-commissie is betrokken bij de vraagstelling en bij de beoordeling of het onderzoek antwoord geeft op de gestelde vragen. Van belang is de vraag hoe gedetailleerd de vraagstelling wordt. Door alle beschikbare informatie naast elkaar te leggen moet duidelijk worden welke ‘kansrijke’ gebieden (voor de winning van schaliegas) ook ‘geschikte’ gebieden zijn.”

Komt daarbij de vraag van nut en noodzaak ook aan de orde?

„Dat is een beleidsdiscussie, maar die komt in principe ook aan de orde: wegen de kosten op tegen de baten?”

Maar dat ligt dus nog open?

„De inhoud van de structuurvisie moet nog worden ingevuld, maar wij gaan ervan uit dat het aanvullend onderzoek waarom wij vragen er komt.”

Wat voor onderzoek wilt u dan nog meer?

„Er zou bijvoorbeeld onderzocht moeten worden hoe groot de afstand moet zijn tussen een boorput en een breuklijn in de ondergrond. Nederland zit vol met breuklijnen. Fracken bij breuklijnen kan aardbevingen opleveren. Er moet een uitspraak komen wat een veilige afstand is.

„Verder moet worden uitgezocht wat het effect is van trillingen die worden veroorzaakt door fracken. Dat zijn trillingen met een lage frequentie die je met het blote oor niet kunt horen, maar die wel gevolgen kunnen hebben voor gevoelige apparatuur in bijvoorbeeld datacentra of laboratoria. Daar moet je dus seismologisch onderzoek naar doen.”

U pleit ook voor beter toezicht?

„De bestaande controle door het Staatstoezicht op de Mijnen zou moeten worden uitgebreid. Voor de exploitatie van schaliegas heb je veel meer boorputten nodig dan bij olie of aardgas. Dat vraagt meer en ander toezicht. Er zou meer nadruk moeten liggen op preventie: klopt het systeem dat het boorbedrijf opricht, is het personeel voldoende opgeleid? Boren naar schaliegas kan veilig, maar menselijke fouten zijn snel gemaakt.”