Ongewassen, stinkend voor een Droomboek

Een boekhandelaar in Bos en Lommer maakte dankzij het gratis Droomboek kennis met de ‘echte’ bewoners van haar wijk. En hoe.

De Nieuwe Boekhandel in Bos en Lommer: elitair en neergestreken in de verkeerde wijk? Foto Hollandse hoogte

Ze staat midden in de winkel en ze kijkt alle binnenkomende klanten recht aan. Dat heeft ze zichzelf voorgenomen, móéten voornemen, want vanzelf ging het niet meer. Ze liep dicht langs de muren, wendde haar gezicht af en durfde zaterdag maar een half uurtje in haar eigen winkel te komen.

Sinds vorige week bekend werd dat boekhandelaar Monique Burger had opgeschreven dat haar Nieuwe Boekhandel in de wijk Bos en Lommer was overspoeld door arme mensen die hun gratis Droomboek kwamen opeisen – „ongeschoren, ongewassen, ongekamd, dik, uitgezakt, kreupel, rotte tanden, stinkend, met looprekken en hulpmiddelen die ik nog nooit eerder in mijn leven heb gezien, ruw, onbeleefd, nauwelijks pratend” – is haar winkel beklad, de ruit ingegooid, zijzelf bedreigd en uitgescholden.

Als je het zo leest is het een hautaine boutade van een elitaire boekhandelaar die in de verkeerde wijk is neergestreken en dat de bewoners van die wijk kwalijk neemt.

Tot voor een week was Burger het stralende voorbeeld van een sociaal bewogen voorloper, die tegen alle gezonde verstand in een boekhandel durfde te openen in een buurt met 10 procent werklozen, met bijna 50 procent niet-Westerse allochtonen. Ze werd in alle kranten geïnterviewd en ze werd uitgenodigd in het vaste panel van boekverkopers dat maandelijks bij De Wereld Draait Door boeken aanprijst. Ze werd geprezen als de medeoprichter van een platform voor buurtinitiatieven (www.boloboost.nl), ze lobbyde met succes voor een biologische winkel en maakt zich bij het stadsdeel en een fonds van de lokale Rabobank sterk voor de ontwikkeling van de wijk. Ze verkoopt exclusief tassen, snijplanken en rompertjes met I ? BoLo (zo noemen inwoners van Bos en Lommer zichzelf graag) erop.

Was dat allemaal gelogen? Was die veelgeprezen inzet om de buurt op te stoten, louter camouflage voor een akelig soort sociaal-Darwinisme? Wilde Monique Burger af van de echte BoLo en die vervangen door de yuppen, tweeverdieners, early adapters of God weet hoe al die gewilde nieuwe, hippe, hoogopgeleide, rijke of kansrijke bewoners van de voormalige Amsterdamse volkswijken heten?

Wie het hele stuk leest – dat Burger zelf nooit had willen publiceren; het was een brief aan vakblad Boekblad, dat de redactie als blog plaatste, waarna een collega-boekhandelaar het stuk op zijn Facebookpagina zette – ziet dat het niet is geschreven uit afschuw, maar uit schrik. „Dit is echte armoede, zoals ik het eigenlijk nooit zie. (...) De armste mensen zitten binnen, blijkbaar. Of ze scharrelen door de Dirk van den Broek, of de Lidl.”

Monique Burger haar ogen zijn geopend door het Droomboek van koning Willem-Alexander. Mooie symboliek.

Met de pers praten wilde ze deze week nog niet, met klanten wel. Op woensdagochtend waren het vooral die early adapters. Ze vroegen naar Klaas van Nico Dijkshoorn, naar Goat Mountain van David Vann, die een week geleden hier nog zat te signeren.

Dan komt Truus binnen. Truus, die elke zaterdag om acht uur in het portiek staat te wachten tot de winkel opengaat. Die al 52 jaar in BoLo woont. Die in de Nieuwe Boekhandel heeft leren pinnen. Ze heeft aan haar arm een tas van tuincentrum Osdorp met voor één euro plantjes erin, en ze stevent kordaat op Monique Burger af. „Ik had je nog gewaarschuwd”, zegt Truus. „Je had dit al een keer een ‘achterstandswijk’ genoemd. Wij zijn geen achterstandswijk. Dat is De Kolenkit” – ze wijst verder naar het westen. Dan legt ze haar hand op de schouder van Monique Burger. „Om het Amsterdams te zeggen: ik vind het klote voor je.”

„Drink je een kopje koffie”, vraagt Monique Burger.

„Nee schat”, zegt Truus, „Ik moet naar huis, eten voor mijn suiker.”