Column

Kaartjesscheurder

Ik heb al tientallen keren het volgende gesprekje gevoerd: in de rij bij de bioscoop overhandig ik mijn ticket aan de kaartjesscheurder die me een fijne film toewenst, waarop ik enthousiast antwoord met: „Ja, jij ook!” De laatste keer had ik opeens mijn vergissing door, waar het niet beter van werd: „Eh, ik bedoel: fijne dag! Avond! Werk ze! Doei!” waardoor ik me een soort barones voelde die zich heel erg probeert in te leven in haar personeel, maar gewoon niet begrijpt wat ‘eelt’ of ‘verstelwerk’ precies is.

Natuurlijk neem ik aan dat de kaartjesscheurder snapt hoe zo’n verspreking ontstaat, maar ik stel me toch ook meteen een bioscoopmedewerker voor die verbeten denkt: „O echt? Wens je mij nou een fijne film toe? Wat ontzettend vriendelijk. Ik sta hier immers pas zevenenhalf uur lang op slecht ventilerende schoenen een beetje kaartjes te scheuren voor onnozele popcornvreters zoals jij, met je Pathé-pas en je ‘ironische’ kaartje voor de 3D One Direction documentaire. Maar héél fijn dat je ook een beetje aan míj denkt.”

Iemand beleefd (en enigszins gedachteloos) hetzelfde toewensen gaat wel vaker verkeerd: „Geniet van je nieuwe fiets!”, „Veel plezier morgen in de Efteling!” en „Succes morgen bij die presentatie over de stand van de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft in de Amsterdamse grachten!”.

In restaurants gebeurt het me ook nogal vaak: wanneer de serveerster met een zwaai het eten op tafel zet, begeleid door een „En hier zijn dan nog de frietjes. Eet smakelijk!”, waarop ik antwoord met: „Ja, bedankt! Jij ook!” Je zou dit kunnen opvatten als een ‘eet smakelijk voor wanneer jíj weer gaat eten, wat waarschijnlijk om half twaalf is als iedereen het restaurant uit is gegooid en jij met een sigaret in je mondhoek nog een Toscaanse tosti voor jezelf bakt’, maar het is uiteraard gewoon onhandigheid. Meestal krijg ik dan zo’n professionele glimlach toegezonden – ze zullen het wel gewend zijn.

Er zijn nog meer misplaatste manieren om een gesprek af te ronden: steeds als ik bij mijn vorige huisarts per ongeluk ‘tot ziens’ zei bij het weggaan, begon hij naar me te roepen: „Nee hoor! Liever niet!”

Ik begreep dat hij enkel wilde zeggen dat hij hoopte dat ik een lang, gelukkig en kwaalvrij leven tegemoet ging, maar het voelde toch alsof hij ooit een beroepstest verkeerd had ingevuld en eigenlijk schapenhoeder op de Drentse heide had moeten worden. Eigenlijk had ik daar altijd afscheid moeten nemen met: „Veel plezier met mij weer een hele tijd niet zien!” waarop hij welgemeend had kunnen antwoorden met: „Ja! Jij ook!”