JSF-rapport helpt voor- en tegenstanders

Het rapport biedt voor- én tegenstanders van de JSF munitie voor hun positie.

F-35 Foto Lockheed Martin

„Eén ding is na de kritiek van de Rekenkamer duidelijk: nú de #JSF kopen is volstrekt ontijdig”, twitterde D66-leider Alexander Pechtold na het verschijnen van het rapport van de Algemene Rekenkamer gisteren. Ook SP en GroenLinks lazen er een waarschuwing in om het toestel niet te kopen, de PvdA-fractie twijfelt stevig.

„Pas op”, zei ook Rekenkamer-president Saskia Stuiveling bij de presentatie van haar rapport tegen het ministerie. Het besluit om 37 JSF’s aan te schaffen en de geplande reorganisatie van de krijgsmacht zoals die in de Defensienota is voorgesteld „zijn niet allemaal even volwassen met financiële gegevens onderbouwd”. „De werkelijkheid is nog rauwer dan uit de nota al blijkt”, is het oordeel van de Rekenkamer.

Stuiveling gaf Defensie gisteren ook complimenten. Jarenlang was de Rekenkamer zeer kritisch op het ministerie. Het departement had de boekhouding niet op orde. Kon geen inzicht geven in onderhoudskosten van wapensystemen. Had de vergelijking met andere potentiële nieuwe straaljagers onvoldoende onderbouwd. En bleef goochelen met een aantal van 85 JSF’s, terwijl allang duidelijk was dat daar geen geld voor was.

Nu schrijft de Rekenkamer dat de beslissing van het kabinet om 37 JSF’s aan te schaffen „op basis van de op dit moment beschikbare gegevens maximaal is onderbouwd”. Er zijn „belangrijke stappen gezet om tot betere beheersing van de defensie-uitgaven en betere informatievoorziening aan de Tweede Kamer te komen”.

Het belangrijkste twistpunt is of Defensie genoeg heeft aan 37 JSF’s. Volgens het departement is het met dit aantal mogelijk om vier toestellen permanent in te zetten voor internationale missies. Dat wordt praktisch gezien als de absolute ondergrens. Volgens de Rekenkamer is het „onzeker” dat die ondergrens wordt gehaald. Zo is er geen rekening gehouden met zogenoemde vredesverliezen, toestellen die bij trainingen of testvluchten onverhoopt verloren gaan. In een brief aan de formateurs noemde demissionair Defensieminister Hans Hillen (CDA) een jaar geleden overigens 56 JSF’s het minimum voor „operationeel verantwoorde taakuitvoering”.

Defensie heeft met 37 toestellen dus eigenlijk te weinig JSF’s. Zo kan er alleen aan buitenlandse missies worden deelgenomen als het lukt om de luchtverdediging samen met de Belgen te organiseren. De Rekenkamer wijst er echter op dat afspraken met België nog niet zijn beklonken. Defensie denkt binnen twee jaar rond te zijn met de Belgen, ruim voordat de JSF de F-16 vervangt.

Volgens de Rekenkamer is het ministerie in zijn berekening van de beschikbare vliegtuigen vergeten dat er ook nog ‘gastvliegers’ met de straaljagers oefenen. Defensie laat in een reactie weten dat die ex-piloten, die hun vliegkunsten op peil willen houden, nu inderdaad gebruikmaken van de F-16’s, maar dat dat bij het nieuwe gevechtsvliegtuig niet meer gebeurt.

Defensie heeft een risicomarge van 10 procent ingebouwd in de budgetten voor aanschaf en onderhoud van de JSF. „We achten het een goede zaak dat in het budget voor vervanging van de F-16 een ruime risicoreservering wordt aangehouden”, schrijft de Rekenkamer. Maar: de huidige berekeningen zijn slechts „beperkt houdbaar”. Er is „geen zekerheid dat Defensie in staat zal zijn van jaar tot jaar alle uitgaven binnen die gegeven financiële ruimte te houden”.