Jongens die meisjes worden

Gaan // Tentoonstelling Mandy & Eva Foto’s van Willeke Duijvekam hangen tot 13 oktober in de Melkweg Galerie, Amsterdam. www.melkweg.nl

„Van binnen was ik het al, van buiten nog niet. Maar na morgen, ja morgen ben ik eindelijk compleet.”

Mandy, 18 jaar, heeft zich laten opereren. Eerst was zij een jongen, nu een meisje. Op de foto’s die de Amsterdamse fotograaf Willeke Duijvekam in de afgelopen zes jaar van haar maakte (en die tot 13 oktober te zien zijn in de Amsterdamse Melkweg Galerie), zien we Mandy met lang blond haar, dikke potloodlijnen rond haar ogen, oorbellen en Uggs. Een heel gewone puber.

Mandy is een van de twee jongens-die-meisje-werden die Duijvekam gedurende de puberteit volgde. De ander, Eva, is inmiddels 20. Ze was 13 toen Willeke Duijvekam met haar in contact kwam. Duijvekam was erbij toen Eva aan haar klas op de middelbare school vertelde dat ze voortaan als meisje door het leven zou gaan, toen ze naar de kapper ging voor meisjeshaar, en toen haar nerveuze ouders in de gangen van het ziekenhuis wachtten terwijl Eva haar definitieve, onomkeerbare operatie onderging.

Het ligt voor de hand een dergelijk onderwerp sensationeel aan te zetten. Met lipstick. Jongens in hun moeders zondagse jurken. Hysterische dragqueens. In de foto’s van Duijvekam ontbreekt elk spektakel. Ze ensceneert geen melodrama. Als Eva de eerste keer vrouwenkleren aanheeft – een heftig moment voor haar – fotografeert Duijvekam haar terwijl ze op de achterbank van een auto zit. Eva kijkt door een beslagen achterruit naar buiten, we kunnen haar niet echt goed zien. Laat haar daar eerst maar eens rustig zelf aan wennen, voordat de kijker aan de beurt komt, lijkt Duijvekam ons te willen zeggen.

Ze is er niet op uit discussies over mannelijkheid of vrouwelijkheid aan te zwengelen, zoals de Amerikaanse Cindy Sherman dat eerder deed met foto’s waarin ze zich verkleedde als man.

Of de Nederlandse kunstenares Risk Hazekamp, die met foto’s van Risk als James Dean, of Risk als stierenvechter, genderissues aansnijdt. Duijvekam is eerder geïntrigeerd door het ‘anders zijn’.

Binnen dat opmerkelijke gaat ze vervolgens weer op zoek naar het gewone: „Als je in een nieuwe situatie komt, dan zie je de buitenkant. Je wordt overdonderd door dat wat je niet kent. Je focust op het exotische. Pas als je ergens langer bent, mensen beter leert kennen, ga je meerdere lagen zien. En dan zie je bij deze meisjes dat zij net als andere pubers op zoek zijn naar hun identiteit. Heel universeel. Alleen ietsjes anders.”