Het is Berlijn of barsten

De formule ‘Duits Europa’ is historisch vervuild, en toch is Angela Merkel de machtigste van Europa, terwijl ze tegelijkertijd wordt gezien als de vrouw zonder ideeën.

Het aanbrengen van een aanplakbiljet met het portret van bondskanselier Angela Merkel in Hannover, 9 september 2013 AFP/DPA/Julian Stratenschulte

De Belgische striptekenaar Pierre Kroll raakte laatst verzeild op een conferentie in Brussel over Europa en de crisis. Na toespraken van nationale en Europese ambtenaren en politici over bankenunie, democratisch tekort en zo meer, zei Kroll dat hij maar één simpele vraag had over het huidige Europa: „Als het klopt dat Angela Merkel meer macht heeft over mij als burger dan Elio di Rupo [de Belgische premier], waarom kan ik dan niet op mevrouw Merkel stemmen?”

De zaal was even stil. Kroll legde de vinger op een gevoelige plek. Bedrijven kunnen al jaren zo Europees worden als ze willen, maar de politiek is nog steeds puur nationaal. Dit is één van de grootste dilemma’s die Europa momenteel heeft: hoe kun je de economische en financiële internationalisering die zo ver is voortgeschreden, nog matchen met nationale democratie? Het probleem is geleidelijk gegroeid. De crisis heeft het bruut aan de oppervlakte gebracht.

Het is één van de redenen waarom zoveel Europeanen gefascineerd zijn door Angela Merkel. Zij belichaamt dit democratische dilemma. Niemand kan in Europa om de Duitse bondskanselier heen. Maar mensen buiten Duitsland kennen haar amper. Als er verkiezingen zijn in Duitsland, zegt ze wat Duitsers willen horen omdat ze hun stemmen nodig heeft – niet wat Europeanen willen horen. Dit verklaart waarschijnlijk waarom er de laatste tijd zoveel boeken over haar verschijnen, in Duitsland en daarbuiten. Drie van deze boeken gaan expliciet over de Duitse dominantie in Europa, en Merkels rol daarin.

In zijn essay Das Deutsche Europa noemt de Duitse socioloog Ulrich Beck, in wiens werk globalisering en modernisering centraal staan, de bondskanselier ‘Merkiavelli’. Zij past volgens Beck een machiavellistische tactiek toe op de Europese politiek: de ‘neiging om niet-te-handelen, nog-niet-te-handelen, later-te-handelen – om te talmen.’ Dit maakt haar in eigen land geliefd (zij is populairder dan haar partij), onder meer omdat ze alleen geld aan Europa uitgeeft als het echt niet anders kan.

In het buitenland wordt ze juist gevreesd: het water staat eurolanden tot aan de lippen en nóg onderneemt Merkel niets. Dat vergroot haar machtspositie: zo kan ze eisen aan andere landen stellen. Duitsland is uitgegroeid tot het machtigste land van Europa. Daar is weinig aan te doen, zegt Beck, die terecht concludeert dat de Duitsers deze rol niet hebben gewild. Maar laat Duitsland dan Europees worden en Europa vooral niet Duits: ‘De formule „Duits Europa” is historisch vervuild.’

Speeltuin

De enige manier om te voorkomen dat de Duitse dominantie uit de hand loopt, is volgens een bezorgde Beck méér Europa. Europa is een speeltuin voor bedrijven, maar voor burgers betekent ze weinig: dingen die zij belangrijk vinden – veiligheid, onderwijs, buitenlandse politiek, enzovoort – zijn nationaal gebleven. Zij identificeren zich daardoor niet met Europa. Met een markt kún je je niet identificeren.

Beck wil dat dit verandert, in het belang van Europa maar ook om Duitsland en Merkel te beschermen tegen zichzelf. Maar dan, concludeert hij, moet Europa burgers meer bieden dan nu. Waarom geen Europees minimumloon, betaald uit Europese belastingen? Echte Europese verkiezingen, met Europese lijsten? Een gemeenschappelijke buitenlandse politiek, die Europeanen trots maakt in plaats van – zoals nu – beschaamd? Waarom geen Europese instellingen met werkelijke macht, zodat niet iedereen steeds naar Berlijn hoeft te kijken?

Erg optimistisch is Beck hier niet over. Hij weet dat de euroscepsis juist in crisistijd, welig tiert. Nationale politici zwengelen dit aan en hakken constant op Brussel – óók Duitse politici, óók Merkel. Ziehier de paradox: enerzijds zouden Europeanen op Merkel willen stemmen, anderzijds zeggen ze dat ze minder Europa willen.

In Angela Merkel, une Allemande (presque) comme les autres, een Merkel-biografie door de Franse journaliste Florence Autret, zitten deze thema’s ook. Maar Autret schrijft met meer distantie dan Beck. Zij heeft zich niet uit bezorgdheid, maar uit professionele interesse op de bondskanselier gestort.

Voor niet-Duitsers is dit een informatief boek, vol anekdotes over Merkels jeugd als domineesdochter in Oost-Duitsland: als kind al moest ze zich bekwamen in politiek schipperen. Bepaalde beschrijvingen van Merkel tijdens de banken- en eurocrisis zijn sterk, omdat Autret bronnen uit verschillende landen sprak die veel met haar en haar staf te maken hadden. Ze citeert president Trichet van de Europese Centrale Bank (ECB), oud-staatssecretaris Asmussen (nu ECB-directielid) en mensen uit de entourage van oud-president Sarkozy.

Autret heeft jaren in Duitsland gewoond. Ze stelt terecht dat de Fransen tijdens de crisis vooral worden geleid door de belangen van hun banken en enorme moeite hebben om macht aan Brussel over te dragen. Voor Duitsers is dat anders, schrijft ze: Duitsland is zelf een federaal land.

Sms’jes

Voor Autret is het kenmerkende van Merkel dat ze ‘geen grote ideeën heeft. Ze werkt in de marge, lost problemen op als ze zich voordoen, nooit al te ver van de actualiteit. Ze regeert door zichzelf in het midden te plaatsen, niet erboven’. Zo zet Merkel vaak andere politici op het verkeerde been – de meesten opereren heel anders. Merkel, die bekend staat om haar constante sms’jes naar iedereen (sms betekent in Berlijn ‘Short Merkel Service’), zoekt als oud-wetenschapper altijd zoveel mogelijk informatie. Pas als ze die van alle kanten heeft verzameld, schrijft Autret, en ze werkelijk ‘in het midden’ staat, wordt ze langzaam rijp voor een besluit. De rest van Europa zit dan allang op hete kolen.

Irritatie daarover doordrenkt elke bladzij van het derde Merkelboek, O Plano Merkel (het plan van Merkel) van de in Estland woonachtige Portugees João Lopes Marques. Op de cover staat Merkel die een soort Hitlergroet brengt, en een rood stickertje met de vraag: ‘Is de toekomst van de Portugezen in handen van Angela?’ Lopes Marques denkt van wel: ‘De nieuwe orde in Europa, de Pax Germanica, is hiërarchisch, met verschillende snelheden. Onderweg vallen er veel slachtoffers, maar Angela gelooft dat ze de geschiedenis ingaat als de redster van de muntunie.’

Die toon houdt Lopes Marques tot het eind toe vol. Soms werkt het geestig, zoals bij de beschrijving hoe Merkel, als meisje, drie kwartier moed moest verzamelen om van de hoge het zwembad in te springen. Maar meestal druipt het sarcasme van de pagina’s als hij de ‘Bundespopulist’ typeert die de Portugezen ‘geselt’. Hij vindt haar koelbloedig, onverschillig en megalomaan, en beschrijft dat 270 pagina’s lang. ‘Arme Europeanen,’ luidt de laatste regel, ‘dat wij de tragiek hebben om elke twee generaties de rekening te betalen voor zoveel Teutoonse frustraties.’

De bitterheid van Lopes Marques mag extreem lijken, hij spreekt namens veel Europeanen die zien hoe hun eigen parlementen decreten van de eurogroep uitvoeren en weinig meer dan dat. Kranten in Griekenland, Ierland en Portugal staan vol met dit sarcasme. Reis naar Madrid, en regeringsfunctionarissen spugen gal over Berlijn. Over de rigide begrotingsdiscipline die alsmaar wordt opgeschroefd. Over het feit dat hun ministers in Brussel niet meer vrijuit praten, uit angst om Berlijn te irriteren. Als dit Portugese boek iets reflecteert, is het totale machteloosheid. Er zullen meer van dit soort boeken verschijnen. Te veel mensen hebben het gevoel dat hun democratische rechten hen zijn afgenomen – en ze hebben een punt.

Merkel ken je overigens nog steeds niet, na lezing van deze boeken. Maar alle drie laten ze zien hoe de Europese Unie, bijna zeventig jaar na de oorlog, uiteindelijk precies datgene heeft geproduceerd wat ze moest bestrijden: een dominant Duitsland. En hoe riskant dat is.