Dino met vier vleugels kon alleen een beetje zweven

Illustratie Science / AAAS

Eventjes was het alsof de gevederde dinosaurus Microraptor weer wind onder zijn vleugels voelde. Britse onderzoekers bouwden een model van het uitgestorven dier en deden er proeven mee in een windtunnel. Hun conclusie: Microraptor was niet aerodynamisch, maar kon goed genoeg zweven om van boom tot boom te komen. Dat schrijven ze deze week in Nature Communications.

Microraptor had vier vleugels, was zo zwaar als een fikse raaf en leefde zo’n 120 miljoen jaar geleden. Zijn nakomelingen stierven uit. Andere gevederde dino’s hadden zich in die tijd al tot primitieve vogels ontwikkeld.

Moderne vliegtuigen en vogels hebben aerodynamische vleugels die veel liftkracht genereren en weinig luchtweerstand ondervinden. Maar in de windtunnel presteerden de vleugels van Microraptor omgekeerd: weinig liftkracht en veel luchtweerstand. Voor elke vier meter die Microraptor door de lucht aflegde, daalde hij er eentje. Moderne vogels van dezelfde grootte vliegen ‘tien op één’.

Microraptorvleugels waren dus noch aerodynamisch, noch efficiënt. Toch waren ze geschikt voor langzame zweefvluchten. „Je kunt de vleugels van Microraptor vergelijken met die van een dalend vliegtuig dat zijn kleppen uitschuift”, zegt Colin Palmer, die aan het onderzoek meewerkte. „Met dit vleugelontwerp kon Microraptor zeer langzaam zweven zonder uit de lucht te vallen.”

Het maakt bij deze dieren niet uit of het vleugeloppervlak door veren of door huid wordt gevormd. Microraptor had symmetrische veren. Moderne vogels hebben asymmetrische veren die de liftkracht wel verbeteren.