Een loner met een voorkeur voor gebroken vingers

Een snoeiharde testosteron-thriller waarvan de plot losjes scharniert om William Wordsworth en Thomas De Quincey; alleen de Brits-Amerikaanse auteur Lee Child komt daarmee weg. In het achttiende boek over de eeuwig door de VS zwervende ex-militair Jack Reacher treffen we hem aan in Virginia, Washington DC en Los Angeles, verstrikt in een complot rondom de Amerikaanse terugtrekking uit Afghanistan. Ga nooit terug is een van de betere delen in deze goede serie, wellicht de beste serie zelfs in het verfoeide genre der actie-thrillers. Er verschijnt veel regelrechte rotzooi in deze lucratieve verdomhoek der literatuur maar het bedachtzame en ironische machismo van Lee Child is een fier en vrolijk vlaggetje op die mestvaalt.

Jack Reacher is een afgezwaaide officier bij de Amerikaanse Militaire Politie, een stille, rationele maar ook emotionele Einzelgänger met een lichte, bijna terloopse voorkeur voor filosofie en literatuur. Ook in dit boek breekt hij vele vingers, armen en polsen als hij en zijn vrouwelijke metgezel valselijk worden beschuldigd in een mistige intrige die aangenaam langzaam helder wordt. Van schieten houdt Reacher niet. Door de diepe achteloosheid en ironie die Reacher over deze mannelijkheid tentoonspreidt, wordt hij nooit een irritante macho. De sterke vrouwelijke hoofdpersonen zorgen er ook voor dat hij bij de les blijft. Eerst nadenken, dan eventueel slaan.

Het paradoxale van deze thrillers is dat de actie ingetogen en ‘rustig’ is. Geen wilde achtervolgingen maar uren met Reacher in een auto zitten wachten in saaie Amerikaanse straten. Met de diner, de wasserette, het motel; je weet precies waar ze zitten. Dit rustige gevoel van erbij zijn, van meedenken met Reacher, zorgt ervoor dat de adrenaline des te uitbundiger vloeit als hij uit de auto stapt en een strottenhoofd verbrijzelt. Hoewel de vertaling uitstekend is, is het sarcastische oorspronkelijke Engels een bonus.

Robert Gooijer