Duitsland is dominant, tegen wil en dank

Wat zij zegt, gebeurt in Europa Duitsland, dat zondag verkiezingen heeft, is te machtig geworden in Europa Het evenwicht is weg

iLLUSTRATIE pEPIJN bARNARD

Toen de Duitse bondskanselier Angela Merkel eind 2011 een apart verdrag wilde sluiten om de begrotingsdiscipline voor eurolanden extra vast te leggen, zagen andere regeringsleiders daar niets in. Waar was dat voor nodig? Ze hadden er net maanden aan besteed om discipline en sancties te formuleren en begrepen niet waarom alles nog eens in een apart verdrag moest komen. Eurocommissaris Olli Rehn gaf zelfs een persconferentie om uit te leggen dat zo’n extra verdrag weinig toevoegde: „We hebben dit net geregeld.”

Maar het verdrag kwam er. In recordtijd. Alle regeringsleiders zetten er begin 2012 hun handtekening onder.

Dit is maar één voorbeeld van de buitengewone macht die Angela Merkel momenteel over Europa heeft. Zondag wordt ze waarschijnlijk voor de derde keer tot bondskanselier gekozen.

Wat Merkel wil, gebeurt bijna altijd in Europa. Wat ze echt niet wil, weet ze meestal te blokkeren of in elk geval te verwateren of uit te stellen.

Haar macht strekt zo ver dat collega’s van zwakke landen die het met haar oneens zijn, tegenwoordig tot tien tellen voor ze hun mond opendoen. „Het is onverstandig Berlijn tegen de haren in te strijken als je misschien binnenkort leningen moet vragen”, zei een minister uit een van deze landen laatst (off the record, natuurlijk).

In veel opzichten kun je dus zeggen dat Merkel ‘bondskanselier van Europa’ is – en waarschijnlijk blijft. Al wordt ze enkel in Duitsland gekozen en draait haar campagne nauwelijks om Europa.

Wie wil begrijpen wat dit voor Europa betekent, moet terug naar de periode na de Tweede Wereldoorlog. Europa lag in puin. En in dat ándere grote Europese land, Frankrijk, hadden velen de neiging Duitsland daar flink voor te straffen – net als na de Eerste Wereldoorlog. Franse politici begrepen dat dit geen goed idee was. Over de hoofden heen van hun geblesseerde, sceptische burgers reikten ze Duitsland de hand. Waarna ze samen begonnen te bouwen aan de Europese Gemeenschap. Toen, begin jaren vijftig, was de basis simpel: ‘Europa’ moest zorgen dat Duitsland nooit meer zo sterk werd.

Vandaar dat het normaal is dat de Duitse bondskanselier en de Franse president voor elke Europese top vooroverleg houden. Vandaar ook dat er zoiets bestaat als een ‘Frans-Duitse as’, waarbij ministers uit Berlijn en Parijs samen vergaderen. De crux van Europa is het evenwicht tussen die twee.

En dat is altijd moeilijk. De twee landen hebben zo’n verschillende cultuur en zo’n andere politieke traditie, dat ze het bijna nooit ergens over eens zijn. Als ze dan toch tot overeenstemming weten te komen, kunnen ze om die reden altijd genoeg andere landen meetrekken. Die gelijkwaardige uitgangspositie is het fundament van de Europese Unie.

Frankrijk geeft geen tegenwicht

Precies daarom is de Duitse dominantie in Europa zorgelijk: de balans is weg.

Een voorbeeld: vanwege de Duitse verkiezingen wordt het onderwerp ‘Europese bankresolutie’ op de lange baan geschoven. Hetzelfde geldt voor een derde pakket leningen aan Griekenland. Het was Merkel die vorig jaar besloot om Griekenland bij de eurozone te houden. Als zij anders had beslist, hadden de Fransen het niet kunnen tegenhouden.

Het probleem is niet alleen dat Duitsland zo machtig is geworden. Het probleem is ook: de Fransen geven geen tegenwicht meer.

Vlak voor een Europese top in februari hield de Franse president François Hollande besprekingen met jan en alleman, maar niet met Merkel. Europees president Van Rompuy regelde daarom alsnog een rendez-vous tussen die twee, samen met een paar andere regeringsleiders. Maar Hollande kwam niet opdagen. Hij was, vertelde een betrokkene later, bezig „support te zoeken tegen Merkel”.

Het is typerend voor het Europa van nu. Vroeger had een Franse president die support niet nodig.

De verhouding tussen de twee landen is al jaren scheef. Dankzij Europa kwam Duitsland na de oorlog snel weer op de been. En sinds de jaren tachtig stelt Duitsland Frankrijk economisch in de schaduw.

Bondskanseliers vóór Merkel vonden de groeiende kloof zorgelijk, maar lieten dat niet blijken. Zij behandelden Frankrijk als gelijke. Het was een façade, maar het was nodig. Deze kanseliers waren kinderen van de oorlog. Ze hadden een visie op Europa. Europa had hen gevormd, ze ontleenden hun identiteit eraan.

Merkel is een Oost-Europeaan. Voor haar ging Europa pas leven na de Duitse eenwording. Het Vrijheidsbeeld heeft voor haar meer betekenis dan de Eiffeltoren.

Natuurlijk is Merken zich bewust van de historische opdracht van Duitsland in Europa. Ze wil niet de geschiedenis in als ‘de kanselier die de euro kapotmaakte’. Dus doet ze wat haar te doen staat. Maar ze doet dat pragmatisch: als er een probleem is, studeer je erop tot de oplossing in zicht komt. Als dat lang duurt, dan duurt dat maar lang.

Voor Duitsers is Merkel degene die de eurozone in moeilijke tijden overeind heeft weten te houden. Maar er zijn twee manieren om dat te doen. De ene manier is de visionaire: je toont solidariteit omdat je weet dat je als groep van landen een gezamenlijke lotsbestemming hebt. De andere manier is pragmatisch: wat kost het ons, en hoe zorgen we voor zo veel mogelijk rendement voor ons geld?

Vandaar dat Duitsland steeds nét genoeg doet om de eurozone niet in te laten storten. Over zes maanden ziet Berlijn wel verder.

En Duitsland behandelt landen als Portugal, Griekenland, Spanje en Italië als oud-Oostbloklanden. „Die moesten ook alles hervormen”, verduidelijkte een van Merkels medewerkers eens. „Dat was moeilijk, ja. Maar ze moesten erdoorheen.”

Oostbloklanden. Alsof er nooit een verdrag van Rome of Maastricht is geweest. Alsof Duitsland zelf geen aandeel aan deze crisis heeft. Jarenlang sleet het koelkasten en mixers in landen die het nu verwijt te veel te lenen en te weinig te produceren. Duitsland was erbij toen eurolanden Griekenland om politieke redenen de eurozone binnenlieten – terwijl iedereen wist dat het daar niet klaar voor was.

De Duitsers staan er alleen voor

Terug naar Frankrijk. Dat Berlijn Griekenland of Portugal als zondaars behandelt die „erdoorheen moeten” is problematisch. Maar Frankrijk wordt hier doodnerveus van. De Fransen zijn doodsbang dat zij straks ook in die positie komen.

En Merkels medewerkers laten er geen misverstand over bestaan dat zij daar óók bang voor zijn. Als Duitsland Frankrijk gaat dicteren wat het moet doen, is Europa kapot.

Beide willen dat vermijden. Vandaar dat Frankrijk sinds het uitbreken van de crisis met zichzelf bezig is. Met hervormingen. Met bezuinigingen. En vooral met manieren om die uit te voeren zonder dat mensen zeggen: onze president voert Merkels decreten uit.

Daardoor zijn de Fransen met hun hoofd niet echt bij Europa. Iedereen stelt het vast, in Brussel: Parijs bedenkt niets, oppert weinig en reageert vooral op wat Berlijn doet.

De Duitsers staan er alleen voor – en dat haten ze. Tegelijkertijd hebben ze, vanwege de geschiedenis, niet de luxe om net als de Fransen hun kop in het zand te steken.

Dus doet Angela Merkel wat in haar vermogen ligt. Correct, met gepast geld. En met heel veel tegenzin. Duitsland zit precies in de dominante positie waarin het nooit meer terecht moest komen. En als dat iemand spijt, is het wel de Duitsers zelf.