De valse helderheid van de opiniepeiling

Nergens in Europa is de NAVO zo populair als in Nederland, blijkt ieder jaar weer uit een internationale opiniepeiling. Het is een raadselachtig fenomeen, die kennelijke verknochtheid van de Nederlanders aan het militaire bondgenootschap. Want over de missies die de NAVO uitvoert is men in Nederland maar zelden enthousiast. Na vier jaar in Uruzgan was de verdeeldheid over een eventuele verlenging zo groot dat er een kabinet over viel. Het zware werk in Afghanistan liet Nederland toen maar liever over aan de andere bondgenoten. Net als ruim een jaar later in de Libië-oorlog.

Van grote liefde voor de NAVO getuigen ook de bezuinigingen op Defensie niet, waartoe iedere coalitie, ongeacht de samenstelling, vroeger of later besluit. De publieke opinie slikt dat tóch altijd zonder veel gemor, dus we zetten het mes er nog maar eens in.

Hoe is dat toch te rijmen met die warme gevoelens voor het bondgenootschap? Ook dit jaar scoorde Nederland weer hoog in de internationale opinievergelijking van het German Marshall Fund, die woensdag verscheen onder de titel Transatlantic Trends 2013. Bijna driekwart van de Nederlanders (72 procent) vindt de NAVO „essentieel voor de veiligheid van ons land”. Daar kun je in het Pentagon mee aan komen. In geen van de elf andere Europese landen waar de stemming is gepeild, was het percentage NAVO-fans zo groot. Zijn we soms militaristischer dan we denken, of willen toegeven? Zal het volgende kabinet de gunst van de kiezer winnen door de defensiebegroting weer eens stevig op te krikken?

Dat lijkt me sterk. Vermoedelijk zit het probleem eerder in de bedrieglijke aard van opiniepeilingen, dan in een miskenning van de ware Nederlandse volksaard. Peilingen wekken de indruk dat mensen over van alles duidelijke en afgeronde opvattingen hebben – voor of tegen dit, van plan zus te stemmen of zo. Voor het langdurig zoekende, soms chaotische proces dat vooraf gaat aan de vorming van een oordeel, is in een opiniepeiling zelden plaats.

Maar een follow-up vraag kan al veel verhelderen. Na jaren domweg gepeild te hebben of mensen de NAVO belangrijk vinden of niet, heeft het German Marshall Fund dit jaar de goede gedachte gehad om ook eens te vragen: als u de NAVO zo belangrijk vindt, waarom dan eigenlijk?

Dan blijken de meeste mensen niet te zeggen: om militaire dreigingen effectief het hoofd te kunnen bieden, of: om de kosten te delen. Meer dan de helft van de Nederlanders die de NAVO steunen zeggen dat te doen omdat „de NAVO een bondgenootschap van democratische landen is die samen zouden moeten optreden”.

‘Democratisch’, ‘samen’ – dat zijn woorden waar we hier van houden. Het klinkt niet naar oorlog, maar naar idealen, naar de Verenigde Naties. Tja, als Nederlanders dáár aan denken als de opiniepeiler over de NAVO begint, dan is het opeens begrijpelijk dat ze enthousiast reageren. Dan is het niet gek dat ze tegelijk pro-NAVO zijn en het best vinden dat er eerst een miljard van de defensiebegroting wordt geschrapt en vervolgens nóg een paar honderd miljoen.

De valse helderheid van de opiniepeiling zie je overal. Op de vraag ‘Bent u voor meer Europa?’ antwoordde in een recente peiling een meerderheid ‘nee’. Op de vraag ‘Bent u voor meer Europa om gezamenlijk de crisis aan te pakken’ zeiden opeens veel meer mensen ‘ja’. Dus wat is het nou?

Dagblad Trouw opende de krant vorige week zelf met een opiniepeiling. ‘Boos volk wil nu een sterke leider’, vatte de kop op de voorpagina het onderzoek met grote stelligheid samen. De nieuwe leider zou zich niet hoeven te bekommeren om ‘democratisch geneuzel’. Interessant plan, maar hoe leggen we het uit bij dat ‘bondgenootschap van democratische landen’? Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag over internationale kwesties