De schone schijn van het koppel al-Assad

De foto’s op het Instagram-account van Bashar en Asma al-Assad toont dagelijks een modern presidentieel paar met hart voor de Syrische bevolking. Alsof er geen meedogenloze burgeroorlog woedt.

Al snel na de gifgasaanval in de Syrische hoofdstad Damascus doken er foto’s op van de gruwelijke gevolgen. Bleke, verstijfde kinderlijkjes die in lange rijen lagen opgebaard. Sommigen hadden in hun broek geplast van angst. Mannen met schuim om hun mond en neus. Huilende moeders die knielen bij in witte doeken gewikkelde zonen en dochters. Een berg dode schapen.

Het Instagram-account van president Bashar al-Assad toonde in dezelfde periode beelden die zich in een andere werkelijkheid lijken af te spelen. Vijf jonge studenten bij Assad op de bank. Polo’s aan, medailles om hun nek, oorkondes in hun hand. Ze hebben een internationale wetenschapscompetitie gewonnen. Eén van hen kreeg brons voor chemie in Rusland.

Op het moment dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry het Congres probeerde te overtuigen van de noodzaak van een aanval op Syrië, verscheen er een serie foto’s op Instagram van Asma al-Assad, de stijlvolle echtgenote van de president. Ze poseert met middelbare scholieren die het hoogst hebben gescoord – arm om hun schouder, cadeau in de hand, lachend naar de camera.

Het Instagram-account ‘Syrian Presidency’, dat sinds juli bestaat, is onderdeel van een strategie om net te doen alsof er niets aan de hand is. Alsof er geen meedogenloze burgeroorlog woedt die een groot deel van Syrië heeft verwoest, ruim 100.000 levens heeft gekost en een derde van de 20 miljoen Syriërs heeft ontheemd. Instagram is daar uitermate geschikt voor. Met deze app kun je foto’s maken die met behulp van filters een prachtige laag over de werkelijkheid leggen.

De foto’s tonen het presidentiële paar zoals het zichzelf graag ziet: moderne leiders die goede daden verrichten in een opgepoetste versie van Syrië. Hier deelt Asma voedsel uit in een gaarkeuken voor ontheemden, badend in wit licht als een heilige. Daar knielt ze bij een oude vrouw in een rolstoel. Hier spoort Bashar jongeren aan het beste uit zichzelf te halen. Daar houdt hij een toespraak over economische groei, terwijl de economie van Syrië niet meer functioneert.

Assad had in het begin van zijn presidentschap in 2000 nog het imago van een hervormer. Dat was vooral gebaseerd op uiterlijk schijn. Hij was pas 34, had oogheelkunde gestudeerd in Londen, sprak vloeiend Engels en bepleitte computergebruik in een tijd dat Syrische ambtenaren met faxen in de weer waren. En hij had in Asma een mooie, glamoureuze echtgenote, een voormalige zakenbankier die in Londen was opgegroeid als dochter van Syrische expats uit Homs.

Van dat imago is niets meer over. Sinds de vreedzame demonstraties tegen zijn autoritaire regime het karakter kregen van een gewapende opstand, heeft Assad de rebellen consequent afgeschilderd als ‘terroristen’. Zo rechtvaardigde hij zijn keiharde reactie. De opstand is geen burgeroorlog, maar een internationaal complot. „Ik behoor toe aan het Syrische volk”, zei hij onlangs tegen de Franse krant Le Figaro, „Ik verdedig hun belangen en onafhankelijkheid, en zal niet buigen voor druk van buitenaf.”

Maar de werkelijkheid is dat Assad nog maar over een deel van Syrië regeert. Het eens zo seculiere land is na twee jaar sektarische burgeroorlog grofweg opgedeeld in drie delen. Het alawitische regime controleert de meeste grote steden en het westelijke kustgebied. De sunnitische rebellen hebben het noorden en oosten in handen, maar zijn hopeloos verdeeld. Er zijn nu 1.200 groepen en groepjes, die Assad en elkaar bevechten. Aan Al-Qaeda gelieerde groepen worden steeds dominanter. De Koerden ten slotte controleren de regio in het noordoosten.

Lachend door de menigte

De Assads doen alsof er niets aan de hand is, maar de oorlog komt steeds dichterbij. Damascus is niet zo zwaar getroffen als Aleppo en Homs, ooit de hoofdstad van de opstand die na zware bombardementen grotendeels is verwoest. Maar ook Malki, de lommerrijke elitewijk van Damascus waar de Assads wonen met hun drie kinderen, wordt af en toe getroffen door mortiergranaten. En begin augustus werd het presidentiële konvooi beschoten op weg naar het ochtendgebed aan het einde van de ramadan.

Die dag verschenen er twee foto’s op Instagram. Op de ene stapt Assad lachend in de auto, badend in het ochtendlicht, op de andere loopt hij lachend door de menigte in de moskee.

De vraag is wie gelooft in deze mythe van een rimpelloos Syrië. „Dictators nemen niet het volk in de maling, maar vooral zichzelf”, schreef Jonathan Jones in The Guardian. Het lijkt inderdaad vooral een staaltje zelfbegoocheling. Want in de commentaren op het Instagram-account sijpelt de bittere werkelijkheid door. Bij een foto van Asma met een student staat: „En al die kinderen dan die je man heeft afgeslacht.” En bij een foto van een jonge Bashar die huiswerk maakt: „Toekomstige babymoordenaar”.

Propaganda in een tijd van sociale media.