De roman Gisèle van Susan Smit

Schrijfster Susan Smit krijgt volgende maand een baby, zo berichtte De Telegraaf. Hopelijk is de bevalling prettiger dan wat actrice Mies Peters moest meemaken in Smits roman Gisèle, die vorige week de bestsellerslijst op stormde.

De bevalling was voor Mies een onaangename ervaring: ‘Bij elke wee ging ze kopje onder en elke keer kwam ze zwakker boven tot ze wegzonk in een toestand van apathie. Laat mij hier maar liggen, dacht ze, ik lig hier goed. Pas toen ze een pets in haar gezicht kreeg kwam ze bij haar positieven.’

En even later: ‘Bloedend en kapot wachtte ze tot haar pasgeborene was gewassen en op haar borst werd gelegd, terwijl het daar beneden nog steeds afschrikwekkend pijn deed. De vroedvrouw moest haar verzekeren dat er niet nog een kind op het punt stond geboren te worden.’

De dochter die Mies krijgt en die ze vrij snel in de steek laat om zich te richten op haar acteercarrière, is een van de mensen die Susan Smit sprak voor haar ‘epische, op ware feiten gebaseerde roman over liefde, vriendschap, oorlog en zelfbeschikking’, aldus de uitgever in zijn voorwoord.

Smit sprak ook kunstenares Gisèle D’Ailly-van Waterschoot van der Gracht (1912-2013). Zowel Gisèle als Mies had een relatie met Adriaan Roland Holst. Een boeiend verhaal, hoop je dan, want er komt nog eens bij dat deze drie levens zich niet alleen deels afspelen in de jaren dertig en de oorlogsjaren, maar dat Gisèle iemand was die Joden liet onderduiken, terwijl Mies het met een Duitse onderofficier deed.

En daar komt ook nog eens het verschil in milieu bij: de ontwikkelde en eigenzinnige Gisèle uit een rijk gezin en Mies, die zich dommer voelt, en van minder goeden huize is. Zoveel tegenstellingen: daar kan je maar beter geen roman van maken, dat is bijna te makkelijk.

Helaas besloot Susan Smit dat wél te doen waardoor het toch al contrastrijke verhaal ook nog eens overdreven wordt neergezet. Dan krijg je passages waarin Gisèle denkt: ‘De twee mannen, Joep [een andere minnaar van Gisèle] en Jany, waren onvergelijkbaar. Ze wilde ze ook niet vergelijken. Toch moest ze erkennen dat ze weliswaar had leren houden van Joeps vreugdevolle mateloosheid, maar dat ze zich prettiger voelde bij de fijnbesnaarde diepgang van Jany.’ Of: ‘Hoe ze [Mies] ook probeerde om hem [Jany] op te vrolijken met sterk aangezette verhalen van de toneelvloer, zijn humeur bleef somber. Zijn stemming vormde een groot contrast met de vrolijkheid van de entourage waaraan ze gewend was geraakt.’

Even recapituleren: hij was dus somber, hij liet zich niet opvrolijken, hij bleef somber, en de entourage was wel vrolijk. En hij dus niet (voor de zekerheid).

Gebrek aan woorden is Smits probleem niet. ‘Je beschermt en behoedt mij’, staat ergens en ‘er waren ook kunstwerken van Joeps hand’ – en dat is niet om genuanceerd te zijn, of om duidelijk te maken dat we niet met een mondschilder te maken hebben. Het lijkt eerder nonchalance, slordigheid, overvloed uit gebrek aan concentratie, zeg maar gebrek aan scherpte van Smits hand.

Toef Jaeger