De ‘participatoire samenleving’ van Lubbers was beter

Ruud Lubbers had de juiste derde weg gevonden tussen markt en staat, vindt Henri Beunders

Als je de premiers sinds 1900 de revue laat passeren, komen er wel meer in aanmerking voor het predicaat ‘beste’. Visie én succes zijn voor mij doorslaggevend. Cort van der Linden komt dan wegens de Pacificatie een eind, ‘vadertje Drees’ wegens zijn onkreukbare zuinigheid en de AOW ook. Zelfs Den Uyl met zijn ‘spreiding van macht, kennis en inkomen’. Maar, sommige premiers hadden meer visie dan succes, bij anderen gold het omgekeerde. Balkenende had visie, maar wind tegen. Kok had wind mee maar geen visie. Rutte heeft geen visie en wind tegen.

Daarom dus Lubbers, die sociaal geëngageerde ondernemer die de politiek inging vanwege zijn ‘geloof in de samenleving’. Zijn visie vloeide voort uit de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891, leidraad voor de eerste katholieke premier Ruijs de Beerenbrouck die, met Marga Klompé, inspiratiebron voor Lubbers was. Die encycliek was een pleidooi voor ‘de derde weg’, als antwoord op het kille kapitalisme en zijn sociale nood, en als alternatief voor het staatsgerichte socialisme.

De ‘verantwoordelijke samenleving’ van Lubbers rustte daarnaast op nog een katholieke leerstelling, die van de subsidiariteit: je moet als staat alleen iets willen regelen als het op een lager niveau niet kan. Verder moet de staat voorwaarden scheppen voor de ontplooiing van de mens. Hij sprak ook niet van een ‘participatiesamenleving’, dat riekt toch naar dwang, maar van een ‘participatoire samenleving’, er zijn altijd mensen die geholpen moesten worden.

De ‘spreidingsmissie’ van Den Uyl vereist een sterke staat als controleur of er wel genoeg gespreid is. De ‘onzichtbare hand van de vrije markt’ van Kok en nu Rutte eindigt door de afgod van de meetbare prestatie óók in een controlestaat. Lubbers meanderde tussen die twee klippen door. Trad hard op toen de kosten van de verzorgingsstaat tot economische malaise leidden: ‘Ruud Shock’. Maar deed dit door het oud-Hollandse compromis tot een model te maken, het poldermodel. Dat begon met het Akkoord van Wassenaar in 1982: loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting, mede ten gunste van werkloze jongeren.

Lubbers aarzelde niet om de toeloop op de WAO te kwalificeren als ‘Nederland is ziek’. De duur en hoogte van uitkeringen wist hij in te perken.

De CDA’er zag meer stakingen en (vredes)demonstranten dan zijn opvolgers, trad hen fier en begripvol tegemoet, en vond een jezuïtisch geformuleerde uitweg uit de dilemma’s van kruisraketten en euthanasie. Als ‘rentmeester’ zette hij het milieu op de agenda. Bij al die tegenwind en tegenstand werd hij succesvol én populair. Omdat hij in zijn missie geloofde, niet omdat hij populair wilde zijn. Net als zijn generatiegenoot Beatrix trouwens.