Ballen? Nee, je brein telt!

‘Ik ben een quant”, zegt hij op een toon waarmee iemand in Libanon kan zeggen: Ik ben soenniet, of maroniet, of druze. Zo van: dan weet je eigenlijk meteen alles wat je weten moet over mij.

Hij is midden vijftig en ik ben erg in mijn nopjes (‘chuffed’ in Cockney-Engels) dat we hier zitten. De afgelopen twee jaar richtte dit onderzoek zich vooral op de onderste regionen in zakenbanken. Dat was nuttig, want er is nauwelijks onderzoek naar die mensen en zij zien heel veel, maar ik wil natuurlijk ook graag met de topgorilla’s praten. Dat lukt regelmatig, maar altijd informeel. Een echt interview is moeilijk want hoe hoger in de boom iemand zit, hoe moeilijker je diens identiteit kunt verbergen.

En toch zit ik hier nu, in ‘The Slaughtered Lamb’, een kroeg op een paar steenworpen van St. Paul’s en het historische hart van de City, tegenover een voormalige senior managing director bij een topbank.

En hij is dus ook een quant, een van die wiskundig begaafde figuren die een steeds groter deel van onze wereld bouwen, beheersen en überhaupt nog begrijpen. Hij deed enige tijd natuurkunde op een topuniversiteit en besloot toen zijn geluk in de financiële sector te beproeven; universitaire budgetten daalden, omdat met het einde van de Koude Oorlog bij de overheid de vraag naar ‘raketgeleerden’ instortte. Bij banken werden wiskundige modellen steeds belangrijker.

Toen hij begin jaren negentig voor het eerst bij zijn bank binnenliep, vertelt hij, had hij beelden in zijn hoofd uit Barbarians at the Gate en Liar’s Poker – twee nog altijd razend succesvolle boeken over haute finance in Amerika midden jaren tachtig. Het staat vol met hilarische verhalen over botte, volvette, extreem grove ‘traders’. „Dat beeld klopte midden jaren 90 al niet meer”, vertelt hij, „en is inmiddels helemaal achterhaald. Weinig beroepen zijn zo radicaal veranderd als trading. Het gaat er niet langer om of je ballen hebt, maar of je een brein hebt. Handelen – of het nu olie of gas is of aandelen of obligaties of valuta of hypotheken – is meer en meer een wiskundige aangelegenheid.”

Buitenstaanders denken nog steeds dat de risico’s bij banken worden genomen door macho’s met rode bretels die ‘buy buy sell sell’ in een telefoon schreeuwen, zegt hij. „Dat is voorbij. De grote posities worden nu ingenomen door cerebrale, bedachtzame types. Je kunt niet meer zomaar op een gut feeling kopen of verkopen. Je moet het beredeneren en onderbouwen, het wordt doorgelicht en bekritiseerd. Traders anno nu zijn eerder nerds dan macho’s.”

Begin jaren ’90 waren sommige zakenbanken nog partnerschappen in plaats van beursgenoteerde bedrijven. Daar komt het systeem met enorme bonussen ook vandaan; partners riskeren hun eigen kapitaal en in een goed jaar horen daar enorme beloningen bij. Toen zakenbanken naar de beurs gingen, hevelden ze het risico over naar de aandeelhouders terwijl ze het bonussysteem behielden.

Hij herinnert zich nog de beginjaren toen zijn bank een partnerschap was. „Ik kwam binnen als nogal overmoedig mannetje. Op een dag had ik een althans in mijn eigen ogen enorm slim idee uitgewerkt waarmee we heel veel geld gingen verdienen. Naast mij zat de partner die verantwoordelijk was voor onze handelsvloer. Ik liet hem alles zien en toen zei hij: ‘Heel pienter ja maar dat gaan we dus niet doen. Dat is mijn geld waar je mee wil gaan spelen, weet je wel?’ ”

Hij drinkt in één teug zijn glas Diet Coke leeg. „Mijn baas was zijn eigen aandeelhouder’, zegt hij. „Dan krijg je een andere cultuur.”