2015 halen we niet. Dan maar 2030

In 2015 verstrijkt de deadline voor de ontwikkelingsagenda van de VN. Komende week vergaderen de VN hierover, en over nieuwe doelen waaraan alvast wordt gewerkt.

Nog vijftien maanden te gaan tot 2015, het jaar dat de deadline van de millenniumdoelen verstrijkt. De tijd begint te dringen voor de Verenigde Naties, die deze ontwikkelingsdoelen op het gebied van honger, gezondheid, onderwijs en gelijkheid in 2000 vastlegden. Komende week, tijdens de Algemene Vergadering van de VN, is er een top over de doelen. Die moet landen ertoe aanzetten er een schepje bovenop doen.

Ook wordt vooruitgekeken naar wat ‘de post2015-agenda’ is gaan heten. Er ligt een voorstel voor nieuwe doelstellingen die de huidige economische verhoudingen diep raken. Maar zullen die net zo gemakkelijk worden omarmd als de huidige doelen? Niemand is tegen het uitbannen van kindersterfte. Maar over klimaatverandering en handelsvoorwaarden is het lastiger afspraken maken.

In 2000 beloofden de landen van de wereld voor het eerst samen dat ze armoede zouden halveren, dat ze kinder- en moedersterfte zouden terugdringen en nog vijf andere zaken. Naarmate 2015 dichterbij komt, startten de VN steeds dringender campagnes om de doelen te halen en blijkt duidelijker wat er ontbreekt.

Het belangrijkste doel, het halveren van het aantal mensen dat leeft in extreme armoede en honger, is gehaald, echter vooral door de economische groei in China en India. En al zijn de meeste andere doelen niet gehaald, er is wel forse vooruitgang geboekt: de kindersterfte is met dertig procent gedaald en het aantal doden door malaria met een kwart. Negentig procent van alle kinderen gaat naar school. Maar het is niet genoeg. Nog altijd lijden 1,2 miljard mensen honger. Nodeloos stierven vorig jaar 6,6 miljoen kinderen. Nog steeds hebben ruwweg anderhalf miljard mensen geen goede huisvesting en gezondheidszorg.

Symptoombestrijding

Met de nieuwe doelen, die in 2030 verwezenlijkt zouden moeten zijn, komen de VN tegemoet aan critici die vinden dat de huidige doelen symptoombestrijding zijn: het uitdelen van malarianetten en het opzetten van voedselprogramma’s verandert immers niets aan de oorzaken van armoede, zoals economische uitsluiting en rechteloosheid. Ook erkennen de VN dat de huidige doelen te veel naar liefdadigheid neigen en te weinig uitgaan van mensenrechten. Zoals Olivier de Schutter, speciaal VN-gezant voor voedsel, het formuleerde: „Statistiek is nog geen politiek.”

Daarbij komt dat de wereld in een decennium is veranderd en het denken over ontwikkeling ook. De wereldbevolking groeide naar 7 miljard (8 miljard in 2030), met de sterkste aanwas in Afrika. Ook is er meer aandacht voor en begrip van economische onrechtvaardigheden, die verankerd zijn in bijvoorbeeld het handelsstelsel, en voor regionale verschillen. Niet alleen ontwikkelingslanden, ook veel middeninkomen-landen kennen immers zowel een opkomende middenklasse als straatarme regio’s of bevolkingsgroepen, zoals vrouwen, kleine boeren en etnische minderheden. De overal snel uitdijende kloof tussen arm en rijk is tegenwoordig een voornaam punt van zorg; de 1,2 miljard armsten nemen nu één procent van de wereldconsumptie voor hun rekening, de 1 miljard rijksten 72 procent. En dan doemen er nog nieuwe gevaren op. Klimaatverandering en milieuvernietiging waren in 2000 nog lang niet zo bedreigend als nu.

Een door Ban Ki-moon persoonlijk benoemd panel van regeringsleiders, politici, wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven – van de Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf tot de Nederlandse Unilevertopman Paul Polman – ging aan het werk. Het sprak met 5.000 ngo’s en 250 topmensen van bedrijven en liet bevolkingsenquêtes houden. In mei kwam het met een rapport dat een vlucht voorwaarts bleek: de huidige doelen moeten uitgebreid worden met een nieuwe, sociaal-economische agenda die de wereld gelijker en duurzamer moet maken. Als het aan het panel ligt, blijft het niet bij goede voornemens. Alle doelen moeten meetbaar worden.

Botsende belangen

Een greep uit de voorstellen: verdubbel het aandeel duurzame energie. Maak regeringen transparant, zorg voor goede instituties. Maak het handelssysteem eerlijker, dring landbouwsubsidies terug. Maak een eind aan belastingontduiking en kom de belofte om koolstofdioxide-uitstoot terug te dringen nu eens na.

Het is de vraag hoe de delegaties van de VN komende week met deze ontwikkelingsagenda zullen omgaan. Die botst met namelijk heel wat meer politieke en economische belangen dan die van 2000. De bedoeling is, dat ook deze nieuwe doelen uiteindelijk worden aangenomen door de Algemene Vergadering in 2015. Maar los van het feit dat het nog moeilijk zal worden ze in pakkende slogans te persen, lijkt het bijna ondenkbaar dat landen akkoord zullen gaan met streefcijfers als het gaat om, bijvoorbeeld, het wegnemen van landbouwsubsidies, of dat ze zich zullen committeren aan streefcijfers op het gebied van burgerrechten en goed bestuur.

Dat blijkt alleen al uit een voortgangsrapportage over het huidige, achtste millenniumdoel, het ‘partnerschap voor ontwikkeling’, dat gisteren verscheen. Sinds de crisis loopt de mondiale ontwikkelingshulp terug. En belangrijker: wat betreft de economische hervormingen die het internationale speelveld gelijker zouden maken, is er sinds 2000 nauwelijks iets veranderd. De Doha-onderhandelingsronde over vrijhandel van de WTO is vastgelopen. Daarom sluiten landen nu bilaterale handelsakkoorden, maar arme landen kunnen hierbij zelden een vuist maken. Europa gaat er bijvoorbeeld enerzijds prat op een grote donor te zijn, maar bij bilaterale handelsakkoorden stelt het zich hard op en het blijft Afrikaanse boeren wegconcurreren met gesubsidieerde landbouwproducten.

Zo botst de ontwikkelingsagenda van de VN met de handels- en zakelijke belangen van rijke landen en die van de elites in arme landen. En er is geen enkel teken dat aan het belangrijkste bezwaar van critici tegemoet zal worden gekomen. De millenniumdoelen blijven afspraken, het zijn geen verdragen. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.