Zonder boodschap vol hoop geen giften

Goede doelen zijn een industrie met werknemers die targets krijgen opgelegd. Fondsenwerven om het fondsenwerven is dan een reëel risico.

Ieder mens is uniek. Elke tumor ook. Schrijver Kluun, popster Xander de Buisonjé, oud-voetballer Ed Roos, één voor één kijken ze in de camera. Geef nu, staat er. Er is ook een filmpje dat uitleg geeft over dna-onderzoek naar tumoren. „Met jouw bijdrage”, zegt een reclamestem, „kunnen we ontdekken hoe we alle mogelijke omwegen van de tumor kunnen afsluiten. Dan is kanker niet langer dodelijk.”

De wervingscampagne werd 17 juni gelanceerd en wordt nog regelmatig uitgezonden. Hij hoort bij het honderdjarig bestaan van het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL). Hét kennis- en behandelcentrum voor kanker in Nederland. ‘Partner’ van fondsenwervingsorganisatie KWF Kankerbestrijding die er jaarlijks een slordige vijftien miljoen euro aan doneert.

Op 17 juni verscheen ook de directeur van het NKI-AVL, René Medema, op het Journaal: binnen twintig jaar, zei hij, zou 90 procent van de kankersoorten zijn gereduceerd tot een chronische ziekte. „De techniek stemt ons optimistisch.” Onderzoek en techniek, zei Medema, zal daartoe leiden. En daar is geld voor nodig.

Veel te optimistisch, zeiden andere wetenschappers en artsen onmiddellijk. Kankeronderzoeker Hans Clevers, voorzitter van de KNAW, zei in een reactie dat hooguit 25 procent van de kankersoorten binnen twee decennia tot chronische ziekte teruggebracht kan worden. Op het gebied van longkanker is de boodschap zelfs oneerlijk, vinden sommige longartsen. Longarts Sander de Hosson: „In elk geval longkanker zal decennialang dodelijk blijven. We zijn in de verste verte niet zo ver dat het een chronische ziekte wordt.”

Wat bezielde het NKI-AVL, en het KWF, om die positieve boodschap uit te dragen? Fondsenwerving, zegt René Bekkers, bijzonder hoogleraar filantropie aan de VU. „Een boodschap moet hoopgevend zijn, het is gewoon reclame. Als je zegt dat er geen hoop is, geven mensen niks of minder. Als je niet zegt dat iets over honderd jaar is opgelost, dan is het er over tweehonderd jaar nog.”

Oud-Tweede Kamerlid Boris van der Ham, die aan de campagne meewerkte („onbezoldigd”), legt uit: „Zo’n campagne heeft een kop nodig om de aandacht te trekken. Ik kan daar wel achterstaan. Er zijn heus disclaimers, kleine lettertjes die uitleggen dat er nog onderzoek nodig is en dat men niet alle soorten kanker over twintig jaar de baas is.” Van der Ham was uitgenodigd om mee te doen door campagnebureau BKB, omdat hij begaan is met kankerpatiënten. Zijn moeder werkte jarenlang in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en stierf zelf aan een hersentumor. „Als zij die tumor twintig jaar eerder had gekregen, was ze meteen dood geweest. Maar dankzij onderzoek en medicatie heeft ze twee jaar extra gehad.”

Bij reclamebureau Neboko Downtown, dat de campagne ontwierp, zegt een medewerker: „Er is inderdaad wel wat onenigheid onder artsen over de vraag wanneer welk onderzoek wát oplevert, maar dat hoort een beetje bij de beroepsgroep.”

Fondsenwervingsorganisaties, zegt hoogleraar filantropie René Bekkers, zijn net bedrijven. „Goede doelen zijn een industrie. Het zijn banen. En die mensen krijgen targets opgelegd: jij haalt dit jaar zoveel euro op. Het kost geld om geld in te zamelen. Het gevaar is wel dat je op een gegeven moment fondsen werft om fondsen te werven.”

Mag een gezondheidsfonds de waarheid ombuigen om geld binnen te halen, zoals een bedrijf dat doet? De Groningse cardioloog Dirk Jan van Veldhuisen reageert genuanceerd. Hij zit in de raad van toezicht van de Hartstichting, ook een gezondheidsfonds. „Die campagne van KWF is niet helemaal volksverlakkerij. Op termijn worden alle ziektes beheersbaarder dankzij onderzoek en medicatie. Aids is een chronische ziekte geworden, dat is geen doodsvonnis meer. Het kan zijn dat een fonds van reclamejongens leert dat zo’n hoopgevende campagne méér geld in het laatje brengt. Dus op termijn is zo'n aanpak goed voor het goede doel.”