Wetsvoorstel: verdachte in hoger beroep wel direct cel in

De Penitentiaire Inrichting Lelystad. Foto ANP / Koen Suyk

Verdachten die van de rechtbank een jaar cel of meer krijgen opgelegd en in hoger beroep gaan, moeten straks toch meteen de cel in. Ze kunnen dan niet meer in vrijheid afwachten of ze alsnog worden vrijgesproken. Dat staat in een wetsvoorstel (pdf) dat minister Ivo Opstelten (VVD) en staatssecretaris Fred Teeven (VVD) van Veiligheid en Justitie naar verschillende instanties sturen voor advies.

Nu geldt nog dat een verdachte het hoger beroep in vrijheid mag afwachten. Als hij dan in hoger beroep wordt vrijgesproken, heeft hij in ieder geval niet lange tijd onterecht in de cel gezeten. Maar voor de geloofwaardigheid van het strafrecht is het volgens de bewindslieden van groot belang dat een strafrechtelijke beslissing zo snel mogelijk wordt uitgevoerd, schrijven zij in een persbericht:

“Nu gebeurt dat pas nadat het vonnis onherroepelijk is geworden. Strafrecht moet herkenbaar zijn, krachtig en op maat. Dit vereist dat zaken correct en tijdig worden afgehandeld en dat straffen daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd.”

Het komt volgens Opstelten en Teeven regelmatig voor dat een crimineel na zijn veroordeling door de rechtbank pas veel later in de cel belandt om zijn straf uit te zitten. Veroordeelden blijken volgens hen te vaak onvindbaar als een celstraf te lang op zich laat wachten. Dat leidt tot frustratie bij slachtoffers en nabestaanden.

De bewindslieden weten dat een uitgezeten gevangenisstraf niet kan worden teruggedraaid als in hoger beroep vrijspraak volgt, maar wijzen erop dat in het overgrote deel van de gevallen een straf in hoger beroep overeenkomt met de straf die de rechtbank heeft opgelegd. Verder krijgt de rechter de mogelijkheid om de directe uitvoering van de celstraf op te schorten, bijvoorbeeld als er sprake is van zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van de verdachte.